In situ beschermen

Als de gemeente (of de bevoegde overheid) besluit dat een vindplaats behoudenswaardig is, kan deze in situ, in de (water)bodem, behouden worden. De gemeente schrijft dan regels voor of neemt maatregelen voor het behoud ervan.

Een vindplaats ex situ (door een opgraving) behouden kan ook. De vindplaats wordt dan opgegraven. Ook een combinatie van beide is mogelijk. Lees meer over de mogelijkheid om archeologie op te graven.

Fysieke bescherming van archeologische resten bij een opgraving in Borgharen (Limburg).

Fysieke bescherming van archeologische resten bij een opgraving in Borgharen (Limburg).

Beschermen van het bodemarchief

Er zijn twee vormen om archeologische resten in de bodem te beschermen: fysieke bescherming en bescherming door beleid en wet- en regelgeving.


Fysieke berscherming

Bij fysieke bescherming worden omstandigheden gecreëerd waarbij de fysieke staat van een monument op peil wordt gehouden, verval wordt voorkomen en eventuele schade wordt hersteld. Het gaat hierbij zowel om natuurlijke degradatie als om kunstmatige verstoringen (zoals de aanleg van infrastructuur of het verlagen van grondwaterpeilen).

Voor deze fysieke bescherming zijn inrichtings-en beheermaatregelen het instrumentarium. Hiermee wordt (verdere) aantasting van het archeologisch monument voorkomen (consolidatie). Voor deze fysieke beschermingsmaatregelen geldt de KNA-leidraad Standaard Archeologische monitoring.

In bepaalde gevallen is ook archeologievriendelijk bouwen mogelijk. Preventie en handhaving helpen tegen aantastingen van archeologie zoals schatgraverij en het zonder vergunning egaliseren van terreinen of aanleggen van bouwputten.

Beschermen door beleid, wet- en regelgeving

Ook de formele (administratieve) bescherming heeft als doel archeologische waarden duurzaam in situ in stand te houden. Het instrumentarium daarbij wordt gevormd door beleid, wet- en regelgeving, en is hieronder op een rij gezet.

Erfgoedwet en monumentenvergunning

Voor Rijksmonumenten is de Erfgoedwet van toepassing. Voor het wijzigen van een archeologisch rijksmonument is in de meeste gevallen een monumentenvergunning nodig.

Erfgoedverordening

De gemeenteraad heeft autonome verordeningsbevoegdheid en is daarmee bevoegd om regels op te stellen. Dat kan in een monumentenverordening geregeld worden, maar ook in een bredere erfgoedverordening.

Bestemmingsplan

In het overgangsrecht van de Erfgoedwet is vastgelegd dat de gemeenteraad bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening moet houden met het archeologisch erfgoed. 

Omgevingsvergunning

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft de gemeente de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan een aantal activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, zoals het verrichten van archeologisch onderzoek.

Filmpjes bescherming in situ

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed laat aan de hand van een reeks praktijkvoorbeelden in film zien hoe archeologische monumenten in situ behouden kunnen worden. U kunt de filmpjes op het YouTube kanaal van de RCE bekijken!