Klimaatverandering en erfgoed

Klimaatverandering maakt de toekomst onzeker. De scenario’s gaan van minimale gevolgen tot een onleefbare planeet. Om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, moet de mens zijn CO2-uitstoot fors verminderen. Dit noemen we mitigatie. Tegelijkertijd proberen we de gevolgen op te vangen door Nederland hierop voor te bereiden. Dit noemen we adaptatie. Beide kunnen grote gevolgen hebben voor ons erfgoed.

Centrum Valkenburg, juli 2021. De overstromingen werden veroorzaakt door extreme regenval. Het KNMI ziet hier een directe link met klimaatverandering en waarschuwt dat dit de komende jaren vaker voor zal komen. Wateroverlast zoals in Valkenburg heeft grote impact op erfgoed.

Risico’s voor erfgoed

Het grootste risico voor erfgoed zijn de gevolgen van klimaatverandering zelf. Als we er niet in slagen om deze te beperken, zullen we een (deel van) ons erfgoed verliezen aan het water (het spoelt weg, verdrinkt of wordt onbewoonbaar), aan droogte of aan natuurrampen.

Door het verbranden van fossiele brandstoffen verandert het klimaat. Om dit proces te stoppen, stappen we over op duurzame energiebronnen. Het opwekken van duurzame energie, met bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen, kan echter schade toebrengen aan monumenten, archeologische sites of historische landschappen. Onderstaande video toont hoe bij dergelijke maatregelen rekening gehouden kan worden met de schaal van het landschap.

Video: Het landschap en energiemaatregelen

Dit is Nederland.

Met een oppervlakte van slechts 41.000 vierkante kilometer een relatief klein land. 

Nederland staat voor de opgave om zijn energievoorziening structureel anders in te richten. Planmakers zijn dagelijks bezig met het realiseren van nieuwe vormen van duurzame energie.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zorgt als kennisinstituut voor meer inzicht in het landschap waar de energiemaatregelen worden toegepast. 


We hebben Nederland ingedeeld in 14 typen cultuurlandschap. Ieder met zijn eigen ontstaansgeschiedenis en identiteit. Ieder type biedt ons andere kansen om de energiemaatregelen op het karakter van het landschap aan te laten sluiten.

Het karakter van een landschap wordt bepaald door verschillende eigenschappen. In dit veenontginningslandschap in Utrecht zien we bijvoorbeeld hoe vorm, schaal en de regelmatige structuur het karakter bepalen.

Uit de 14 landschappen hebben we 2 landschappen gekozen met tegenovergestelde landschap karakteristieken. 

Allereerst bekijken we een oud zandontginningslandschap in de provincie Overijssel. In de middeleeuwen ontstond hier een landschap van verspreide akkers op hogere gronden.  

De essen en kampen in dit landschap waren omringd door heggen en houtwallen. Omdat er veel hoogteverschillen bestonden, ontstond een mozaïek van akkers met een besloten karakter.


Oude zandontginningen hebben een rijke historische gelaagdheid en hebben hoogteverschil. Daarnaast zijn ze onregelmatig, gevarieerd en kleinschalig.


Om een mogelijke toepassing van de energiemaatregelen in dit landschap te illustreren, gaan we naar het Gelderse Geesteren. Hier is een zonneveld van 10 hectare aangelegd in een oud zandontginngingslandschap. 


Er is goed te zien dat het veld binnen de bestaande kavelstructuur ligt. Het formaat en de onregelmatige vorm komen overeen met die van de essen die het gebied rijk is. Het plaatsen van een zonnepark biedt ook kansen om oude landschapsstructuren, zoals houtwallen en bomenrijen, te herstellen.


Een tweede voorbeeld van een type cultuurlandschap en de toepassing van een  energiemaatregel die we bekijken is een jong zeekleilandschap in Zeeland. 


Vanaf de late middeleeuwen is veel land, dat eerder in stormvloeden verloren is gegaan, teruggewonnen. Zo ontstonden jonge zeekleipolders.


Dit open polderlandschap werd ook wel het ‘nieuw land’ genoemd, waarbij men bewust heeft gekozen voor grootschaligheid. 


Jonge zeekleipolders hebben een beperkte historische gelaagdheid en zijn vlak en open. Daarnaast zijn ze grootschalig, regelmatig en uniform.


Om hier de toepassing van de energiemaatregelen te illustreren, gaan we naar het Zeeuwse eiland Tholen, waar een windturbine-opstelling in een jong zeekleilandschap staat. 

Hier zijn grootschalige landschappen, vruchtbare gronden ingericht voor akkerbouw. De regelmatige en grootschalige opstelling van de windturbines is vergelijkbaar met de vorm en structuur van de polder, met haar grote, regelmatige kavels en brede sloten.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werkt elke dag aan nieuwe kennis over het toepassen van energiemaatregelen in de verschillende Nederlandse landschappen en adviseert hierover aan het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en nog veel meer organisaties die zich bezighouden met landschap en verduurzaming. 

We werken graag samen aan manieren om Nederland nieuwe vormen van energie te brengen, en tegelijk ons landschap voor de toekomst veilig te stellen.

Experts gaan uit van een zeespiegelstijging van minimaal 1,2 meter en drie tot vijf keer zo vaak extreem weer tegen 2100. Nederland bereidt zich hierop voor. Aan de kust verhoogt Rijkswaterstaat dijken en spuiten ze meer zand op het strand. In het rivierengebied krijgen de rivieren meer ruimte en op de hoge zandgronden herstellen de waterschappen de oude meanders om water langer vast te houden.

Deze 'adaptieve maatregelen' kunnen schade toebrengen aan erfgoed. Bij het uitgraven van een al eeuwen verlandde rivierarm kan bijvoorbeeld archeologie verloren gaan, en het vernatten van veenweidegebied kan de eeuwenoude kavelstructuur uitwissen. Het is van belang eerst een analyse te maken van functioneren van het bodem- en watersysteem door de tijd heen, in relatie tot activiteiten van de mens.

Rijksdienst biedt kennis en advies

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed biedt kennis en handvatten om de mitigerende maatregelen op een goede manier in te passen. We brengen kennis in over de cultuurhistorische waarde van sites of objecten. Ook leveren we kennis over het natuurlijke systeem. Een goede historische analyse is nuttig om de juiste adaptieve oplossingen te vinden.

Deze kaart van Hoorn uit 1649 toont sluizen, waterpoorten, watermolens en overtomen. Het laat zien hoe het watersysteem van Hoorn functioneerde. Dit levert kennis op voor het maken van nieuwe plannen. Het toont welke maatregelen je op welke plek kan treffen om met extreem weer om te kunnen gaan.