De weg naar het herstel van de landgoederen Beetsterzwaag

In de loop van de 20ste eeuw raakte de parkaanleg van de landgoederen in Beetsterzwaag in verval. Eigenaren, overheden en burgers zochten én vonden de weg naar samenwerking bij het herstel van de landgoederen.

Lasten en lusten verdelen

Het parklandschap van de landgoederen in Beetsterzwaag raakte in de loop van de 20ste eeuw versnipperd. De samenhang verdween en de natuur nam het landschap langzamerhand over. Landschapsherstel was weliswaar mogelijk, maar de landgoedeigenaren konden de kosten daarvan én van het recreatieve gebruik van de landgoederen niet alleen dragen. Aanvankelijk was daarvoor weinig begrip, waardoor initiatieven nauwelijks van de grond kwamen. Toch startten de eigenaren, overheden en burgers met herstelmaatregelen, zoals het uitzetten van routes en de herinrichting en uitbreiding van parkeervoorzieningen. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse gaf inzicht in de lusten en lasten van de landgoederen, wat de samenwerking stimuleerde. Sindsdien werden er open gesprekken gevoerd over het te voeren beleid en de verdeling van de kosten en opbrengsten. Bovendien ondernam men concrete acties voor het herstel van de landgoederen.

Handen op elkaar zien te krijgen

De wens om de langgerekte landgoederen te herstellen leefde al langer bij de eigenaren en de provincie Friesland. In 2010 verscheen een rapport, inclusief revitaliseringsplan, van Strootman Landschapsarchitecten. Het ontbrak alleen aan geld om dit plan uit te voeren. De gemeente Opsterland was terughoudend, omdat zij het gevoel had geen zeggenschap over de landgoederen te hebben. Maar aangezien er ook recreanten op het landgoed komen, was het openbaar bestuur wel verantwoordelijk voor zaken als veiligheid, zonering, bebording en parkeerplekken.

Vijver en herenhuis van landgoed Lauswolt, Beetsterzwaag.
Vijver en herenhuis van landgoed Lauswolt, Beetsterzwaag.

Naar een nieuwe landschapseconomie

Om landgoedeigenaren, verenigd in de Opsterlandse Groene Parels (OPG), de actieve burgergroep van vrijwilligers (Beetsterzwaag Natuurlijk Genieten) en gemeente Opsterland te laten samenwerken ging het project ‘Landgoedmodel Beetsterzwaag’ van start, met als doel samen tot een nieuwe landschapseconomie te komen. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) voor de instandhouding van de landgoederen bracht de kosten en opbrengsten voor alle betrokken partijen in beeld. Om snel iets concreets te kunnen laten zien, werden in de parken ook een paar projecten uitgevoerd. Op basis van de MKBA gingen de betrokken partijen vervolgens met elkaar in gesprek over de toekomst van de landgoederen in Beetsterzwaag.

Alle partijen stonden achter het idee om met de maatschappelijke kosten-batenanalyse een huishoudboekje voor het landgoederenbeheer te maken.

Huishoudboekje

Alle partijen stonden achter het idee om met de MKBA een huishoudboekje voor het landgoederenbeheer te maken. Dit boekje zou aannemelijk kunnen maken dat het onderhoud van het parklandschap niet alleen de verantwoordelijkheid van de landgoedeigenaren was. Een uitkomst van de MKBA was namelijk dat de WOZ-waarde van de in Drachten gelegen woningen door de nabijheid van de landgoederen spectaculair was gestegen, wat goed is voor de gemeentelijke belastinginkomsten. Maar deze hogere WOZ-opbrengst komt niet ten goede aan de landgoedeigenaren. Recreanten zouden bovendien inkomsten voor de gemeenschap, de winkels en de horeca opleveren, en ook deze inkomsten kunnen niet voor de landgoederen beschikbaar worden gemaakt.

Veilig en comfortabel recreëren

Een onderzoek door kennisinstituut Probos uit 2016 gaf inzicht in de beheerkosten van het recreatieve medegebruik van de landgoederen. Het gebruik van de parken door recreanten zou extra kosten betekenen voor het onderhoud van wegen, paden en meubilair. Om de veiligheid van de bezoekers te garanderen zouden bomen geregeld moeten worden gecontroleerd en dode bomen en takken verwijderd. Deze beheerkosten lagen tot dan toe grotendeels bij de landgoedeigenaren.

Een groep oudere mensen met fietsen staat op een pad waar jonge bomen staan.
©Arne Haytsma
Werkbezoek bij pas geplante bomen op landgoed Lauswolt.

Concrete herstelwerkzaamheden

Al tijdens de kosten-batenanalyse verrichtten de landgoedeigenaren diverse herstelwerkzaamheden. Daarvoor had het project ‘Landgoedmodel Beetsterzwaag’ geld gereserveerd. Er werden lanen gerooid en bomen geplant. Er werd een overtuin opgeknapt en een vijver opgeschoond. Ook was er een kunstproject dat in bomen Friese mythen verbeeldde. Op twee locaties organiseerde men landgoedfeesten, waar boekjes over de geschiedenis van Beetsterzwaag verschenen. In het voorjaar van 2017 startte een samenwerking met de gemeente, waarbij inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt onder begeleiding van een hovenier van de gemeente onderhoudswerkzaamheden op de landgoederen gingen verrichten. Hierdoor deden deze inwoners arbeidsritme op en konden onrendabele werkzaamheden aan monumentaal groen toch worden uitgevoerd.

De analyse bracht alle partijen bij elkaar om te overleggen wat zij voor elkaar zouden kunnen betekenen en welke kansen voor de landgoederen zouden kunnen worden benut.

Conclusie

De MKBA resulteerde in inzicht in de kosten en opbrengsten, van de parken en van de gemeenten. De analyse bracht alle partijen bij elkaar om te overleggen wat zij voor elkaar zouden kunnen betekenen en welke kansen voor de landgoederen zouden kunnen worden benut. Zo kwam de wens naar voren om enkele Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) in te zetten om toezicht te houden in de bossen. Bovendien werd er een gebiedsmanager aangesteld als intermediair tussen de gemeente en de eigenaren.

Een lange adem was nodig voordat alle betrokken partijen, met elk hun eigen belangen, elkaar het vertrouwen gaven en gingen samenwerken. Men concludeerde dat instandhouding van groen erfgoed alleen kan als dat gebeurt in gemeenschappelijkheid: als eigenaren, overheden, burgers en andere betrokkenen met elkaar optrekken, wat in het geval van Beetsterzwaag uiteindelijk gebeurde.

De burgergroep Beetsterzwaag Natuurlijk Genieten hield in 2016 op te bestaan. Het project werd in 2017 afgesloten met een symposium. Door de openheid van de eigenaren/exploitanten werden ook de verschillen in onderhoud, prioriteit en aanpak duidelijk. Een familielandgoed pakt de zaken nu eenmaal anders aan dan een landgoed van een grote verzekeringsmaatschappij. Door samen te werken kunnen er wel slimme gezamenlijke acties ontstaan, en is het ook voor provincie en gemeenten duidelijker geworden hoe met de landgoederen in gesprek te geraken.