De oorspronkelijke bodem in Nederland is op veel plekken aangetast. Landbouw en bouwwerkzaamheden zijn de grootste verstoorders. Met de bodem, kunnen ook de archeologische resten verplaatst, aangetast of zelfs verwijderd zijn.

Als bekend is waar het bodemarchief ernstig verstoord is dan hoeft op die plekken vaak geen archeologisch onderzoek meer plaats te vinden. Tegelijkertijd kunnen we proberen bodemverstoring te voorkomen, door meer te weten te komen over grondbewerkingen.

Initiatiefnemer betaalt voor archeologisch onderzoek

De gemeente bepaalt via de omgevingsvergunning of archeologisch onderzoek een vereiste is bij een bodemingreep. In Nederland geldt dat de initiatiefnemer (bijv. een boer of projectontwikkelaar) betaalt voor dit archeologisch onderzoek. Het onderzoek wordt meestal uitgevoerd door archeologische bedrijven.

Om tijd en geld te besparen, is het voor bedrijven interessant om te weten hoe zij het bodemarchief intact kunnen laten, bijvoorbeeld door op een andere manier de grond te bewerken of te funderen. Als dat niet mogelijk is, is het van belang om te weten in hoeverre de bodem al is verstoord en of onderzoek nog nodig is.

Rol van de RCE

De RCE ontwikkelt kennis op dit gebied. Zoals een verstoringsbronnenkaart en publicaties over archeologievriendelijk bouwen. In het programma ‘Kennis voor archeologie’ (2019-2021) werken we aan een verdere uitbreiding en actualisering van deze kennis.

In dit onderwerp

Lees in dit onderwerp meer over bodembewerkingen en grondverzet die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de archeologie. De zettingskaarten laten zien hoe gevoelig de bodem is voor druk van bovenaf. De Verstoringenbronnenkaart is een eerste ingang richting bronnen die gebruikt kunnen worden bij het in kaart brengen van de te verwachten verstoring.