De rol van erfgoed bij revitalisering van krimpregio’s

Sinds de Tweede Wereldoorlog richten ruimtelijke plannen zich op groei. Maar groei is in een aantal gebieden, vooral aan de randen van Nederland, geen vanzelfsprekendheid. Op sommige plekken trekken mensen weg, waardoor gebouwen komen leeg te staan. Uit een verkennend onderzoek naar buitenlandse praktijken, dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2014 liet uitvoeren, blijkt echter dat erfgoed een rol kan spelen bij de revitalisering van die gebieden, de zogenoemde krimpregio’s.

Limousin: landschappen als toeristische trekpleister

De Franse landbouwregio Limousin probeert krimp te bestrijden door nieuwe bewoners en bezoekers aan te trekken. Daarvoor maakt de regio gebruik van het indrukwekkende landschap met natuurgebieden en historische dorpen, waarvan vele huizen en boerderijen kwamen leeg te staan. Samen met het Franse Staatsbosbeheer werd bijvoorbeeld een wandelreis uitgestippeld rondom Plateau de Millevaches. Onder leiding van een gids trekken wandelaars nu door het gebied en maken ze kennis met de cultuur, natuur en geschiedenis van Limousin. Dankzij deze wandelreizen kregen leegstaande huizen een nieuwe toeristische bestemming en kwam er weer een economie op gang.

Manchester: industrieel erfgoed

In de jaren 60 van de vorige eeuw kreeg voormalige textielstad Manchester te maken met grootschalige krimp en leegstand als gevolg van de concurrentie met lagelonenlanden in Azië. Twintig jaar later begonnen de leegstaande fabrieken en pakhuizen echter weer mensen te trekken. Een belangrijke impuls vormde de muziekscene, die gebruikmaakte van de lege pakhuizen.

Dankzij de stapsgewijze verbeteringen blijft de stad boeien en het aantal toeristen in Manchester groeien.

Platenmaatschappijen, studio’s en andere creatieve bedrijven volgden. Tien jaar later ontwikkelde de gemeente ook de Salford Quays, het voormalige havengebied. Dankzij de stapsgewijze verbeteringen blijft de stad boeien en het aantal toeristen in Manchester groeien.

Wit met grijs gebouw met op de zijkant 'Bauhaus' geschreven.
Dessau gebruikt het Bauhausverleden om toeristen te trekken.

Gartenreich Dessau-Wörlitz: herbestemming van een mijnengebied

Het Gartenreich, in het Duitse Dessau-Wörlitz, is een gebied van 142 km² met landhuizen en uiteenlopende parkontwerpen in een prachtig rivierenlandschap. In de DDR-periode werd het gebied slecht onderhouden en kwamen gebouwen leeg te staan. Met een culturele programmering, bestaande uit concerten, literaire optredens, theatervoorstellingen, rondleidingen en wandelingen, trekt Gartenreich nu nieuwe bezoekers aan.

Oranienbaum: herstel en beheer van erfgoed

Het Ampelhaus in het Duitse Oranienbaum was een slecht onderhouden monumentaal pand, toen een Nederlandse kunstenaarsgroep het in 2012 kocht. De kunstenaars herstelden het pand en toverden het om tot een expositie- en ontmoetingsruimte voor mensen uit de omgeving. Zo komen zakenlieden, die daar een biertje drinken, in contact met kunstenaars die ter plekke aan het werk zijn.

Kunstenaars herstelden Ampelhaus in het Duitse Oranienbaum en toverden het om tot een expositie- en ontmoetingsruimte voor mensen uit de omgeving

De 4 functies van erfgoed in krimpgebieden

De voorbeelden uit Frankrijk, Duitsland en Engeland laten zien dat erfgoed vier functies kan vervullen. En ook Nederland kent inmiddels een aantal voorbeeldplekken waar vergelijkbare strategieën worden geprobeerd. Belangrijke kanttekening daarbij is dat de verschillende strategieën de krimp weliswaar enigszins kunnen beperken, maar niet kunnen voorkomen; daarvoor is meer nodig.

1. Erfgoed als uithangbord voor toeristen en nieuwe bewoners

Ten eerste kan erfgoed dienen als ‘uithangbord’ om toeristen en soms zelfs nieuwe bewoners te trekken. Zo kent Duitsland het voormalig Ruhrgebied, waar fabrieken en mijnen zijn omgetoverd tot culturele hotspots. In Nederland geldt dat bijvoorbeeld voor de Marinewerf in Den Helder.

2. Erfgoed als voedingsbodem voor nieuwe activiteiten

Ten tweede kan erfgoed nieuwe activiteiten naar krimpregio’s trekken. Het voorbeeld van Manchester laat dat zien. De oude textielfabrieken en havens zijn brandpunten van cultureel ondernemerschap. In Nederland wordt deze strategie ingezet voor de Regio Parkstad in Zuid-Limburg. Dit ouder mijngebied wordt ontwikkeld rondom thema’s als ‘recycling’ en nieuwe energie.

Een oude fabriek.
Nederlands voorbeeld: de oude ijzergieterij in Ulft is omgetoverd tot een plek waar mensen wonen, werken, leren en ontspannen.

3. Erfgoed als ontmoetingsplaats

Ook kan erfgoed een plek zijn waar bewoners zich verzamelen en waaromheen nieuwe activiteiten worden ontwikkeld. Als de economie tegenzit en (jonge) mensen wegtrekken, is er immers altijd nog het verleden. In Nederland is de oude ijzergieterij van Ulft hiervan een voorbeeld. Een complex van gebouwen in de Achterhoek is omgebouwd tot een hotspot waar kantoren, werkplaatsen, woningen, culturele faciliteiten zoals een bibliotheek, horeca en woningen gerealiseerd zijn; en dat alles met een bovenregionale uitstraling, maar vooral ook als locatie voor de eigen bewoners. In de oude ijzergieterij komt alles samen en gebeurt het.

4. Erfgoed als ‘totempaal’

Ten slotte kan erfgoed mensen binden aan hun omgeving doordat zij er houvast en identiteit aan kunnen ontlenen. Het voorbeeld van het Duitse Gartenreich laat dit zien. De trots van de bewoners op hun erfgoed zorgt ook voor een grotere onderlinge verbondenheid.

Erfgoed werft én bindt

Succesvolle erfgoedprojecten in krimpgebieden combineren na verloop van tijd verschillende functies. Erfgoed werft én bindt, heeft een sociaal-economische en een symboolfunctie. Ontwikkelingskansen brengen bovendien nieuwe beheervormen in beeld, die op hun beurt weer leiden tot nieuwe energie. Zoals eerder gesteld, om een krimpregio weer tot volle bloei te brengen is meer nodig dan alleen de inzet op erfgoed; maar soms ligt het begin van een verandering onder handbereik en dat is het eigen verleden, het eigen erfgoed van de streek. Maar vaak ga je het pas zien als je het doorhebt.