Werken als schakel tussen mens en natuur

Martijn Harms, boswachter-publiek op de Hondsrug

Portret van Martijn Harms, Staatsbosbeheer
©Staatsbosbeheer
Martijn Harms, Staatsbosbeheer

Martijn werkt inmiddels meer dan 18 jaar bij Staatsbosbeheer en is boswachter op de Hondsrug. Dit gebied in het oosten van Drenthe kent een rijk verleden, met hunebedden en keienwegen. Met 1270 collega’s en ontelbare vrijwilligers beheert Staatsbosbeheer het groene erfgoed van Nederland. “We beschermen in Nederland zo’n 273.000 ha natuur, die je kunt beleven en samen met en voor anderen duurzaam benutten”, aldus Martijn, die hiermee direct de speerpunten van zijn werk toelicht. De vraag is welke invloed het coronavirus vanaf het voorjaar heeft gehad op deze drie, op de onderlinge balans en op de doelgroepen.

“Normaal gesproken ben ik als boswachter-publiek vooral aan het coördineren. Ik zorg ervoor dat wandelroutes, fietspaden, educatieve activiteiten en contacten met de media op orde zijn. Als er evenementen plaatsvinden, ben ik daarvoor de contactpersoon. Vorig jaar hadden we bijvoorbeeld het theaterspektakel ‘Mammoet!’ hier. Daarnaast ben ik ook de beheerder van een natuurkampeerterrein. Er kan veel in de natuur, het is wel een kwestie van goed regelen.”

"Het leek hier qua drukte op één groot festival."

Naast de functie boswachter-publiek is er ook een boswachter-ecologie en een boswachter-beheer. Ze werken nauw samen. “Stel dat er bomen gekapt moeten worden, dan kijkt de collega met ecologiespecialisatie of het kan op dat moment, de boswachter-beheer plant het in en controleert of het niet botst met andere werkzaamheden en ik laat het de wereld weten als er hout wordt gekapt.

We krijgen bij de uitvoering van werkzaamheden in het bos hulp van vele vrijwilligers. Het zijn zeer gewaardeerde ambassadeurs voor de organisatie. Onze vrijwilligers zijn veelal boven de 60. Hun werktijd bij ons is onderdeel van hun sociale leven. Ze kunnen individueel meewerken, maar er zijn ook vele groepen. Naast gezamenlijk hard werken wordt dan en passant de hele wereldproblematiek opgelost.”

Wat veranderde er in maart 2020? “In eerste instantie merkten we in Drenthe niet zo veel van het virus, dat speelt eigenlijk pas nu. Wat wel direct tastbaar was, waren de maatregelen die voor heel Nederland golden. Niet veel later begon de surrealistische bezoekersstroom. Een zondag is voor ons een dag met topdrukte, vanwege wandelaars. En nu leek elke dag wel zondag. Toen alle bedrijven, culturele instellingen en ontspanningsmogelijkheden sloten, bleef de natuur logischerwijze over. Dat had nogal wat gevolgen op het vlak van beschermen, beleven en benutten.

Bij de zwemplas hier, voorzien van een riant parkeerterrein voor 2000 auto’s, kon er om 11.00 uur al niemand meer bij. Op een dag liepen hier zo’n 6000 – 7000 mensen rond. Als eigenaar van de grond ben je verantwoordelijk voor ieders veiligheid en dat vergde grote inspanningen: van gesprekken met beginnende mountainbikers dat ze echt een helm op moesten zetten, tot overleg met de politie en de inzet van vele verkeersregelaars. Hulpdiensten moeten er immers altijd door kunnen. Het leek hier qua drukte op één groot festival. We kennen onze doelgroepen normaal gesproken goed, maar we merkten dat er totaal geen regie te voeren was toen half Nederland individueel op stap ging in de natuur.

[De tekst gaat verder onder de foto]

Extra drukte bij het Gasselterveld, Hondsrug, Drenthe
©Staatsbosbeheer
Extra drukte bij het Gasselterveld, Hondsrug, Drenthe

‘Naar buiten’ was het enige wat mocht en kon in de eerste maanden. Waar in de steden de dieren meer tevoorschijn kwamen en de natuur kansen zag, was het voor de dieren hier juist te druk. Door de vele loslopende honden zagen we minder reeën. In de natuur troffen we veel meer afval aan. In de tijd dat openbare toiletten en horeca nog gesloten waren, was het aandeel papieren zakdoekjes in het afval enorm. Dat is nu verschoven naar mondkapjes.

Al kun je buiten makkelijk 1,5 m afstand houden, het werken in groepen door vrijwilligers was -en is opnieuw per 1 oktober- stilgelegd. Individuele vrijwilligers konden gewoon blijven komen, maar velen misten dan de sociale contacten van hun eigen groep en kwamen dan liever niet. Educatieve activiteiten waren in eerste instantie stilgelegd en kunnen nu met aanpassingen langzaamaan doorgaan, al weten we niet of dat zo zal blijven.”

foto van de ‘bijbehorende’ toename van afval
©Staatsbosbeheer
…en de ‘bijbehorende’ toename van afval

In juli en augustus kregen Martijn en zijn collega’s te maken met een grote toeloop van jongeren (16 – 25  jaar) uit de omgeving van Groningen. Omdat de discotheken en clubs dicht waren, trokken zij met groepen de natuur in om te chillen. “Redelijk begrijpelijk, tot aan het punt dat ze pizza’s gingen bestellen, die netjes werden gebracht door bezorgers op scooters, en de dozen hier achterlieten…”, vertelt Martijn. “Dat leverde zoveel extra afval op! Het enige wat je op zo’n moment kunt doen, is eropaf stappen, het gesprek aangaan en proberen om ze de gevolgen uit te leggen. Het waren lange dagen!

Aan de pers hebben we gevraagd om dit gebied niet alleen maar neer te zetten als fijn uitgaansgebied, voorzien van prachtige natuurfoto’s. We hebben ze gevraagd of ook aandacht te besteden aan het afvalprobleem. Dat is gelukt. Sowieso zijn de contacten met de media goed en snel verlopen, bijvoorbeeld op momenten dat er door drukte wegen en afritten werden afgesloten. Ze gaven dat door via hun social media. We hebben in die tijd ook intensiever contact gehad met Marketing Drenthe. Met hen probeerden we de onbekende gebieden in Drenthe meer te promoten in de hoop de drukte te spreiden. Daar zou de Provincie wellicht ook nog een rol bij kunnen spelen in de toekomst. En hoe we specifiek de doelgroep van de jongeren kunnen bereiken om verantwoord beleven mogelijk te maken, daar studeren we nog verder op.”

Of er nog positieve ‘uitvindingen’ zijn gedaan in coronatijd? “Jazeker! Het digitale reserveringssysteem van het natuurkampeerterrein is zo fijn dat het mag blijven. Het scheelt veel telefoontjes en uitleg en iedereen ziet direct vanaf huis of er nog plek is. We gaan nog wel een oplossing zoeken voor de trekkers, die normaal gesproken veel contactmomenten hebben. Ook de extra wasbakken zijn wat mij betreft blijvertjes voor de extra hygiëne, en de looplijnen om routes aan te geven.”

"Voor nu ben ik echt enorm blij met een uitspraak, die ik vaker dan ooit hoor van onze bezoekers: "Wat doe ik eigenlijk elk jaar aan de Costa del Sol? Ik wist niet dat het hier zo mooi was!”."

Of de waarde van het landschap voor de bezoekers is veranderd in de afgelopen tijd? “Verdiept, denk ik. Niet zozeer veranderd. Verder heb ik andersom van de jongeren ook wel het nodige geleerd. Ze gaven aan dat ze hunebedden vooral associëren met ‘dood’. Maar ze zijn juist op zoek naar positiviteit. Sowieso vinden ze cultuur een beetje stoffig; het mag hipper. Wie weet krijgen we het nog eens voor elkaar om een Hunebeddenfestival te organiseren voor ze, met positieve feestelijke én culturele inslag. En kunnen we het afvalprobleem een verantwoorde draai geven, wat op festivals steeds gebruikelijker wordt. Maar dat is een wens en een uitdaging voor de toekomst. Voor nu ben ik echt enorm blij met een uitspraak, die ik vaker dan ooit hoor van onze bezoekers: “Wat doe ik eigenlijk elk jaar aan de Costa del Sol? Ik wist niet dat het hier zo mooi was!”."

Tekst: Monique Deege, bureau Communique, Rijswijk

Lees de andere interviews