Het duikteam aan het werk

Weblog

Van 5 juni tot en met 28 juli doet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) onderzoek naar het scheepswrak Burgzand Noord 9 op de Waddenzee. Tijdens dit project wordt samengewerkt met onder­water­archeologen van Vestigia en Baars-Cipro. Dit is de derde van in totaal vier blogs over het onderzoek, dit maal geschreven vanuit het perspectief van het duikteam. 

Uitdagende werkomgeving

Het werken onder water brengt de nodige uitdagingen met zich mee, helemaal in de Waddenzee. Door de verhoogde omgevingsdruk (van het water) en de getijdenstroming is de tijd die iemand door kan brengen op een scheepswrak beperkt. Bij de Rijksdienst is sinds de jaren 90 een systeem ontwikkeld waarmee niet alleen zeer veilig, maar ook efficiënt gewerkt kan worden. Dat is ook een van de redenen dat dit project wordt uitgevoerd, omdat de methoden en technieken die hiervoor nodig zijn specialistische kennis vereisen. Door jonge maritiem archeologen en studenten bij dit project te betrekken kan deze kennis verder worden verspreid. Tijdens de opgraving van de BZN 9 bestaat het duikteam van 7 tot 9 personen uit een combinatie van archeologen en technische duikers van de Rijksdienst en ingehuurde technische duikers en archeologen van Vestigia en Baars Cipro.

Opgraving BZN 9 2023 duiker
Duiker komt terug uit het water

Duikuitrusting

De duikers hebben allemaal hun eigen ademlucht bij zich (scuba) en een volgelaatsmasker op met draadloze communicatie. Daarmee kunnen zowel de duikers onderling, als met de duikploegleider aan de oppervlakte praten en omgekeerd. Dit is niet alleen handig om informatie door te geven over de opgraving, maar ook noodzakelijk voor de duikveiligheid. Mocht er iets zijn, kan een duiker altijd de hulp inroepen van een van de andere duikers onder water, of in geval van nood van de reddingsduiker die ook aan dek staat.

Opgraving BZN 9 duiker airlift
Duiker graaft op met airlift en voorloopslang

Door het tij heen duiken

Bij verkennend onderzoek, waarbij niet wordt gegraven, wordt over het algemeen alleen rondom de kentering gedoken. Dat de overgang van eb naar vloed en omgekeerd, en het moment waarop het water het minste stroomt. Maar als alleen dan zou worden gegraven, zal in de tijd daartussen elke opgegraven put weer helemaal vollopen met zand. Op die manier zou je telkens opnieuw kunnen beginnen met je opgraving. Om dat te voorkomen is besloten om ‘door het tij’ te duiken. Dit betekent dat de hele dag door wordt gedoken, onafhankelijk van de stroming. Alleen op springtij is het soms nodig om tussen twee tijen een pauze in te lassen, omdat het water dan zo hard stroomt dat het niet langer verantwoord is om te duiken.

Het werkt als volgt: elke opgraafput wordt door twee duikers bemand. In de ochtend start de duiker 1 een opgraafput op. Het graven zelf gebeurt met de hand, waarbij het losgemaakte sediment wordt afgevoerd met airlifts en de vondsten blijven liggen totdat ze zijn gedocumenteerd. Bij kwetsbare vondstgebieden wordt aan de airlift een flexibele voorlooopslang bevestigd, zodat nog nauwkeuriger sediment kan worden verwijderd.

Opgraving BZN 9 buskruit vaatje
Vaatje gevuld met buskruit in het ruim van de BZN 9

Ongeveer 10 minuten voordat de ademlucht op is, meldt die duiker dat aan de oppervlakte. Afhankelijk van het werk duurt een gemiddelde duik tussen de 70 en 100 minuten. Daarop kleed duiker 2 zich om en gaat te water. Bij de opgraafput kunnen de twee duikers onder water kort overleggen en zo het werk overdragen. Duiker 1 gaat vervolgens het water uit om even kort te pauzeren, iets te eten of alvast wat aan de rapportage te werken. Duiker 2 graaft dan verder en meldt wanneer hij of zij nog voor 10 minuten lucht heeft. Daarop gaat duiker 1 weer het water in om duiker 2 af te lossen en herhaalt de cyclus weer.

Opgraving BZN 9 buskruit vaatje
Vaatje gevuld met buskruit in het ruim van de BZN 9

Aan het eind van de dag worden kwetsbare vondstgebieden afgedekt en airlifts opgeruimd. Bij het schrijven van deze blog wordt in twee gebieden tegelijk opgegraven: boven de dekken, en in het ruim.

Opgraving BZN 9 2023 3D model
Aanzicht van het 3D model met 2 dekken en geschutspoorten

Documenteren van de vindplaats

Zodra alle vondstlagen zijn opgegraven en de vondsten verzameld, wordt de onderliggende scheepsconstructie opgenomen met video om daarmee een 3D model te maken. Deze techniek werkt goed vanaf een zicht van meer dan 1 meter. In de Waddenzee is dat niet altijd een vanzelfsprekendheid, maar gelukkig werken die omstandigheden goed mee deze campagne. Specifieke constructiedelen, die niet goed op film zijn vastte leggen, worden daarnaast nog met de hand getekend. Uiteindelijk wordt op basis van het 3D model en de tekeningen één overzichtstekening gemaakt van het complete scheepswrak. Dit is altijd een bijzonder moment, omdat dan voor het eerst het complete scheepswrak te zien is. Onder water zijn telkens maar kleine delen van het wrak helemaal zichtbaar, de rest ligt dan nog (of weer) onder het zand.

Er resteren nu nog 3 weken van de opgraving. In de volgende blog wordt meer ingegaan op wat er uiteindelijk allemaal is gevonden.

De RCE zet zich in voor het onderzoek naar en de instandhouding van het meest relevante Nederlandse maritiem-archeologische erfgoed, waar ook ter wereld. In een tijd waarin onze leefomgeving immer in ontwikkeling is, is het ons doel te zorgen voor een goede inbedding van de zorg voor dit inspirerende, maar kwetsbare bodemarchief. We doen dit in nauwe samenwerking met overheden, musea, onderwijs­instellingen, initiatiefnemers, de archeologische markt en vrijwilligers in de archeologie.