Theoretisch kader interieurensembles

Een interieurensemble is een samenhang van onroerende en roerende zaken van (cultuur)historisch, artistiek, wetenschappelijk of technisch belang. Het gaat niet alleen om gebouwen met een inrichting of collectie, maar ook om combinaties van enkele objecten, waaronder bouwfragmenten, met een gebouw, ruimte of plaats. Dit verband tussen onroerend en roerend cultureel erfgoed vormt een belangrijke bron van kennis van onze historische identiteit en omgeving.

Behoud van de samenhang

Gebouwen worden aangewezen als rijksmonumenten, opgenomen in het rijksmonumentenregister en zijn daarmee wetelijk beschermd. De vaste interieurbestanddelen zijn daarmee ook beschermd. Denk aan stucplafonds, vloeren, schoorstenen, betimmeringen, wandbespanningen, deuren en vaste kasten. Behoud van de samenhang, de losse (roerende) inrichting/collectie én het (onroerende) gebouw was in de Nederlandse wetgeving geen issue, maar daar is nu wel aandacht voor in de Erfgoedwet.

Wel kende een klein aantal zeer belangrijke roerende objecten wetelijke bescherming door plaatsing op de zogenoemde Wbc-lijst (Wet tot behoud van cultuurbezit). Plaatsing op deze lijst voorkwam het ongecontroleerd verdwijnen van deze objecten naar het buitenland, maar waarborgde niet het behoud in situ.

Colofon

Auteurs: Bart Ankersmit, Barbara Laan, Antoon Ot
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2018