Infrastructuur als erfgoed

In het Nederlandse landschap ligt een uitgebreid stelsel van verschillende soorten infrastructuur, zoals land- en waterwegen, dijken en spoorlijnen. Vaak gaat de oorsprong van die verbindingen ver terug, al is het historische karakter niet altijd meer zichtbaar.

Wat is infrastructuur?

Infrastructuur is een verzamelnaam voor allerlei landschappelijke elementen: van droog tot nat, van groot- tot kleinschalig, van lijnelementen als snelwegen, spoorwegen, kanalen, beken, dijken, tramwegen, kerkenpaden, holle wegen en ringvaarten, tot bouwwerken als bruggen, sluizen, gemalen, tolhuizen en vuurtorens.

De verschillende soorten infrastructuur vormen elk hun eigen netwerk, maar staan vaak ook weer in verbinding met elkaar. Onder infrastructuur verstaan we ook militaire verdedigingslinies. Daarover is meer te lezen in het onderwerp Militair erfgoed.

De lijnen in het landschap zijn vaak bepalend voor de manier waarop een gebied zich heeft ontwikkeld

Waardevol, maar kwetsbaar

Infrastructurele lijnen verbinden steden, landschappen en gebouwen. Sterker nog: veel monumentale gebouwen waren er niet geweest zonder weg, spoorlijn of water. Daarmee is oude infrastructuur waardevol. Deze lijnen in het landschap zijn onderdeel van de geschiedenis en vaak bepalend voor de manier waarop een gebied zich heeft ontwikkeld.

Kenmerkend voor veel infrastructuur is de voortdurende aanpassing aan nieuwe omstandigheden, tenminste als de betreffende verbinding succesvol is. Zo is het Noorzeekanaal sinds het ontstaan in 1867 al 7 keer verbreed. Hetzelfde overkomt de meeste verkeerswegen en spoorwegen. Met de verbreding van rijstroken en spoorbanen verdwijnt de oorspronkelijke bescheiden opzet.

Dat is ook de reden dat de bescherming van historische infrastructuur in Nederland gering is. Het oude tracé is er nog, maar de oorspronkelijke situatie is verdwenen. Daarmee komt het niet in aanmerking voor rijksbescherming.

Nieuw leven voor oude verbindingsroutes

Als een kanaal niet meer rendabel is, ligt in het voor de hand om het te dempen, dat scheelt de kosten voor het onderhoud. Niet-functionerende spoorlijnen en wegen verdwijnen meestal ook. Toch is er vaak een nieuw leven mogelijk voor oude verbindingsroutes. Zo kan het tracé van een voormalige spoorlijn worden ingezet als fietsroute, kan een oude trambaan worden opgenomen als onderdeel van de openbare ruimte en is een historische waterloop onmisbaar als waterberging.

bouw van brug over de Maas

Bouw van de Wilhelminabrug. Na de Sint Servaasbrug was dit de tweede brug voor wegverkeer en na de spoorbrug de derde oeververbinding in Maastricht. De bouw vond plaats in de jaren 1930-1932.