Verdragen

Op erfgoedgebied heeft Nederland zich verbonden aan internationale verdragen en resoluties. De belangrijkste verdragen zijn afgesloten binnen de UNESCO en van de Raad van Europa.

Internationale resoluties betreffen de omgang met erfgoed. Het zijn richtlijnen voor de beroepsuitoefening.

De meeste links op deze pagina verwijzen naar Engelstalige verdragteksten.

UNESCO-verdragen

  • De Haagse Conventie biedt een protocol voor de bescherming van cultuurgoederen in tijden van oorlog. Dit verdrag is direct bij opstelling in 1954 door Nederland ondertekend en geratificeerd. Hetzelfde geldt voor het tweede protocol van 1999, dat een aanvulling en uitbreiding vormt op het eerste.
  • In 1992 is Nederland toegetreden tot de Werelderfgoed Conventie van 1972. Dit betekent dat Nederland cultureel erfgoed van universele betekenis voor de geschiedenis van de mensheid zal voordragen voor plaatsing op de Lijst van het Werelderfgoed van UNESCO. Het Koninkrijksdeel Aruba trad in 1993 toe.
  • Het UNESCO-verdrag ter voorkoming van illegale handel in cultuureigendommen van 1970 is door Nederland in 2009 ondertekend. Dit verdrag wil de illegale invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van cultuurgoederen tegengaan. Cultuurgoederen die van belang zijn voor de nationale cultuur mogen niet zomaar worden uitgevoerd. De landen die het verdrag ondertekend hebben, kunnen illegaal ingevoerde cultuurgoederen bij elkaar terugvorderen.
  • De UNESCO-conventie voor de bescherming van onderwatererfgoed van 2001 is in 2016 door Nederland ondertekend. Deze conventie verbetert de bescherming van onderwatererfgoed wereldwijd door internationale samenwerking.
  • Het UNESCO Verdrag inzake Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed (Parijs) van 2003 beschrijft immaterieel erfgoed als de bron van culturele diversiteit en als een garantie voor duurzame ontwikkeling.

Verdragen van de Raad van Europa

  • De Europese Culturele Conventie van Parijs van 1954 vormt het kader voor de Europese samenwerking op het gebied van cultuur en erfgoed. De conventie bevat ook artikelen over de instandhouding van gemeenschappelijk (Europees) erfgoed. Door Nederland geratificeerd in 1956.
  • Het Verdrag van Granada van 1985 is een aanvulling op en uitwerking van de Europese Culturele Conventie en van de Werelderfgoed Conventie van UNESCO. Het geeft een bredere definitie van erfgoed, dat nu ook van toepassing is op bijvoorbeeld industrieel erfgoed, cultuurlandschappen, ensembles en roerend erfgoed. Het verdrag bevat bepalingen aangaande inventarisatie, documentatie, bescherming en restauratie. De ruimtelijke ordening doet hier zijn intrede als middel tot instandhouding. Daarnaast wordt het erfgoed ook als economische factor beschouwd. Door Nederland geratificeerd in 1994.
  • Het Verdrag van Malta (Valetta) van 1992 beoogt behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed als bron van Europa’s collectieve geheugen en zet daarbij de ruimtelijke ordening in als beheersinstrument. De Nederlandse wetgeving is aangepast op het Verdrag van Malta. Door Nederland geratificeerd in 2007.
  • Het Europees Landschapsverdrag (Florence 2000) streeft naar bescherming van het natuurlijke, rurale en urbane landschap vanwege zijn identiteitsbepalende betekenis. Het omvat zowel land als water. Door Nederland geratificeerd in 2005.
  • Het Verdrag van Faro van 2005 benadrukt de sociale waarde van erfgoed voor de samenleving en het belang van participatie van de samenleving bij erfgoed. Het verdrag is door Nederland (nog) niet geratificeerd, noch getekend. (Zie ook het onderwerp Erfgoedparticipatie/Faro op deze website.)

Resoluties

  • De Verklaring van Namen van 2015 waarin de Europese ministers van Cultuur pleiten voor een Europese erfgoedstrategie.
  • In de Verklaring van Davos van 2018 staat het belang van kwaliteit in bouwcultuur voor de Europese samenlevingen centraal.