Cultureel Laboratorium Veenhuizen

In het Drentse dorp Veenhuizen staan meer dan 100 rijksmonumenten. Vroeger was het één van de Koloniën van Weldadigheid, en daarmee nu onderdeel van de Unesco-Werelderfgoedlijst. Maar hoe houd je dit erfgoed duurzaam in stand, terwijl je het dorp ook leefbaar houd voor de inwoners zelf? Studenten gaven via een multidisciplinair project antwoord op deze vraag. Samen met belanghebbenden zorgen ze voor toekomstbestendig erfgoed en een duurzaam lokaal netwerk.

Erfgoed duurzaam in stand houden

In het begin van de negentiende eeuw wilde De Maatschappij van Weldadigheid de vele arme gezinnen en landlopers uit grote steden in Nederland ‘heropvoeden’ op het platteland. Zij bouwden hiervoor de Koloniën van Weldadigheid. In Veenhuizen waren dat drie gestichten gebouwd in 1823 en oorspronkelijk bedoeld voor weeskinderen. Omdat ze niet genoeg plekken konden vullen, besloten ze één gesticht om te bouwen voor landlopers en bedelaars. Elk gebouw had ruimte voor ruim 1.200 ‘verpleegden’. Rond deze gestichten werden verschillende kerken, ambtswoningen en hoeves gebouwd. Later nam de rijksoverheid de gestichten over en maakte er verschillende gevangenissen van. Tegenwoordig staat er nog één van de drie gestichten en wonen er geen zogenaamde verpleegden meer in het dorp. Veenhuizen telt tegenwoordig bijna 1.300 inwoners. Door de rijke historie is een groot deel van het dorp beschermd dorpsgezicht en trekt het veel bezoekers. Hoe behoud je dit erfgoed terwijl je ook aan de woonwensen van de inwoners voldoet? En dan ook nog op een duurzame manier?

Duurzame vernieuwing

Maaike de Jong is assistent professor op het gebied van duurzaam ondernemen – met een focus op duurzaam erfgoed – aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Ook is ze coördinator van het netwerk religieus erfgoed en docent onderzoeker aan de NHL Stenden Hogeschool. In 2008 startte het project Cultureel Laboratorium Veenhuizen. “We wilden een antwoord vinden op de vraag hoe beroepsonderwijs, bedrijfsleven en overheid samen kunnen zorgen voor duurzame vernieuwingen op het gebied van gezondheid, wonen en toerisme in de regio.”

“Erfgoed wordt als drijvende kracht gezien achter duurzame steden en gemeenschappen. Maar die duurzaamheid zit hem ook in samenwerking en betrokkenheid.”

Het project was een samenwerking tussen studenten van het NHL Stenden (hbo) en het Alfa-college (mbo) met partners uit de regio’s, het bedrijfsleven, overheid en inwoners. Lokale erfgoedeigenaren konden hun vragen over ontwikkeling van hun erfgoed neerleggen bij het culturele laboratorium. Studenten en samenwerkingspartners deden vervolgens onderzoek en kwamen met hun eigen bevindingen en ideeën. “Erfgoed wordt vaak als drijvende kracht gezien achter duurzame steden en gemeenschappen. Maar die duurzaamheid zit hem ook in samenwerking en betrokkenheid”, zegt de Jong.

Herbestemming van een kerkgebouw

Een voorbeeld binnen het project was de herbestemming van de voormalig Rooms Katholieke kerk in Veenhuizen. De Jong: “De vraag was wat je potentieel met zo’n kerk zou kunnen doen. Drie studentgroepen hebben daar vervolgens lokaal onderzoek naar gedaan. Hun uitkomsten presenteerden ze aan inwoners, ondernemers en overheden in een lokale brouwerij.” Een van die uitkomsten was om er een internationale trouwlocatie van te maken. In het plan werden lokale duurzame ondernemers betrokken voor de catering of bijvoorbeeld het runnen van een feestlocatie. “Dat vonden we prachtig. Vroeger werden hier mensen nog opgesloten. Op een trouwlocatie leg je je als het ware ook weer vast, maar dan aan elkaar”, vertelt De Jong enthousiast. Alle uitkomsten werden gebundeld en aan de opdrachtgevers overhandigd, die vervolgens zelf de keuze konden maken of ze het ook daadwerkelijk wilden implementeren. De internationale trouwlocatie is nog niet van de grond gekomen: “Er gebeuren wel activiteiten in de grote kerk, maar de uitwerking van dit project is een stuk lastiger geworden door de coronapandemie.”

Voorbereiding op toekomstig werkveld

In 2020 liep het huidige project af en ging in een andere vorm verder. Een van de eindconclusies was volgens de Jong de noodzaak van multidisciplinair samenwerken. “Je kan er niet alléén een succes van maken. De hele omgeving moet het plan daadwerkelijk steunen. Je hebt zowel instemming nodig van de ondernemers als de inwoners. Dat betekent dat iedereen van de lokale ecosystemen gebruik moet maken, en elkaar daarin moet helpen.” Door het project kregen de studenten meer interesse in de erfgoedsector, juist door de praktijkgerichte aanpak. “In de praktijk leren ze dat ze met een krachtenveld van allerlei belanghebbenden te maken hebben. Het goed opbouwen en omgaan met zo’n netwerk wordt daardoor heel belangrijk.” Door erfgoedprojecten ontwikkelen studenten daarnaast hun communicatieve en interculturele vaardigheden en maken zij kennis met mensen uit alle lagen van de maatschappij. “Studenten doen ervaring op met het functioneren in lerende netwerken, praktijkgericht onderzoek en 21st century skills. Ook werken de studenten aan hun persoonlijke en professionele ontwikkeling”, legt de Jong uit. In Veenhuizen heeft het cultureel laboratorium zo onder andere een bijdrage geleverd aan economische ontwikkeling, innovatie en het creëren van kansen en inclusie. Studenten werkten samen met organisaties zoals Tuinen van Weldadigheid en Maallust waar ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken.

Erfgoed als manier om onderwijs te betrekken bij burgerparticipatie

Op dit moment worden binnen de RUG en het netwerk religieus erfgoed verschillende workshops gegeven op het gebied van erfgoed. De Jong: “Ik denk dat erfgoed bij uitstek een manier is om onderwijs te betrekken bij burgerparticipatie. En erfgoed kan de samenleving dichter bij elkaar brengen. Het wordt door veel mensen als iets statisch gezien, maar door samenwerking wordt het veel dynamischer. Zo maak je samen een stukje uit het verleden weer relevant, en wordt het iets waar de gemeenschap, bezoekers en toeristen opnieuw van kunnen genieten”, stelt de Jong. Erfgoed versterkt daarnaast gemeenschappen economisch en sociaal en het draagt bij aan een meer diverse en inclusieve samenleving, meent de coördinator: “Erfgoed wordt een manier om te zorgen voor een beter leefklimaat en brede verdeling van welvaart. Het wordt een plek waar kennis gedeeld wordt en dan ook nog op een duurzame manier”, sluit de Jong af.

Waarom past Cultureel Laboratorium Veenhuizen bij het Verdrag van Faro?

Erfgoed is een middel voor ruimtelijke ontwikkeling. Cultureel Laboratorium Veenhuizen laat zien dat dit ook op duurzame manier kan. Studenten doen onderzoek in de praktijk en werken samen met lokale overheden, instellingen, ondernemers en inwoners. Er ontstaat zo een duurzaam kennisnetwerk, waar elke mening telt. Door de samenleving te laten participeren aan behoud en ontwikkeling wordt erfgoed daarnaast toekomstbestendig. Daarnaast leren studenten de competentie ‘samenwerken’ hier in de praktijk te ontwikkelen. Met deze competentie kunnen ze binnenkort als jonge professionals participatieprocessen rond erfgoedzorg vormgeven. Zij worden zo voorbereid op het toekomstige werkveld waarin verschillende belangen door elkaar lopen

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als Cultureel Laboratorium Veenhuizen met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt deRCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: 'De Verbindende waarde van erfgoed'. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie vanzelfsprekende onderdelen van de erfgoedpraktijk zijn.