Erfgoedworkshops TU Delft - de waarde van werken in de praktijk

De universiteit is over het algemeen een wereld van wetenschappelijke verdieping en theorie. Studenten kunnen echter ook veel leren in de praktijk, en bijdragen aan problemen rond erfgoed waar burgers en professionals in de praktijk tegenaan lopen. In de erfgoedworkshops van de Technische Universiteit (TU) Delft werken studenten van verschillende universiteiten samen aan opdrachten in masteronderwijs. Ze worden uitgedaagd om na te denken over praktijkgestuurde projecten over de meerstemmigheid van erfgoed, de ontwikkeling ervan en hoe ze de samenleving hierbij kunnen betrekken. Door onderlinge samenwerking leren de studenten ook van elkaar.  

Buurtbewoners met elkaar in gesprek over de Vughterpolder.
Beeld: ©Jan Janse, Staatsbosbeheer
Buurtbewoners vertellen over wat zij willen voor de Vughterpolder, voor nu en in de toekomst. Samen met enkele experts wordt er gediscussieerd over verschillende toekomstperspectieven.

Toekomstbeelden

Sinds 2019 werkt de TU Delft samen met collega’s en masterstudenten Landschapsarchitectuur van de Universiteit van Wageningen, Archeologie van Toegepaste Archeologie van de Universiteit Leiden en Erfgoedstudies van de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Via het Centre for Global Heritage and Development worden we benaderd om mee te denken over problemen waar de praktijk tegenaan loopt. Via de workshops worden studenten vanuit de verschillende opleidingen gestimuleerd samen toekomstbeelden te ontwikkelen. In overleg met mensen uit de praktijk, die nauw betrokken zijn bij dit erfgoed”, legt Verschuure uit.

Studenten brainstormen samen over de toekomstperspectieven op locatie.
Beeld: ©Gerdy Verschuure-Stuip
Studenten brainstormen samen over de toekomstperspectieven op locatie.

Bewustwording en meerstemmigheid

Gerdy Verschuure is werkzaam aan de TU Delft bij de sectie landschapsarchitectuur, waar ze gespecialiseerd is in projecten rond erfgoed en identiteit. Daarnaast is ze cluster leader voor de interuniversitaire samenwerking Centre for Global Heritage and Development van universiteiten in Leiden, Delft en Rotterdam. Sinds 2010 is ze bezig met de studentenworkshops in en voor de praktijk. “Een van de elementen in ons curriculum is werken in de praktijk. Dat wilden we verbreden met deze workshops”, legt Verschuure uit. Na de start van de workshops, volgden al snel opdrachten van verschillende gemeenten en erfgoedeigenaren. Verschuure noemt als voorbeeld het DRU Industriepark met voormalige ijzerfabrieken in Ulft: “Zij wilden graag iets met de openbare ruimte om hun gebouw heen. Mijn studenten maakten een paar ontwerpen en gaven zo een beeld van wat er zoal mogelijk was.” Voor de eigenaren was dit vaak een bewustwording van de mogelijkheden van erfgoed.

“Wij onderzoeken hoe je omgaat met meerstemmigheid van erfgoed en wat je daarmee gaat ontwerpen.”

Elkaar leren begrijpen

Studenten van verschillende opleidingen willen wellicht hetzelfde, maar communiceren het anders; volgens Verschuure is het belangrijk dat studenten en anderen leren elkaar te begrijpen. “Wat een erfgoedspecialist vindt, ziet een landschapsarchitect wellicht anders. Op deze manier krijgen de studenten een extra dimensie, zodat ze ook leren communiceren met elkaar en hun opdrachtgevers. Vaak ontdekken ze dat ze hetzelfde bedoelen maar dan net even anders”, legt Verschuure uit. En deze andere kijk op erfgoed komt in de praktijk vaak naar voren. “Ons project voor de Atlantikwall voor de gemeente Den Haag (Zuid-Holland) is daar een mooi voorbeeld van. Een Joodse organisatie heeft een hele andere kijk op deze bouwwerken dan ik. Of bijvoorbeeld mijn vader, die vlak na de oorlog is opgegroeid, kijkt er heel anders naar dan mijn kinderen die het vooral leuk vinden om over bunkers te klimmen. Wij onderzoeken hoe je omgaat met die meerstemmigheid van erfgoed en wat je daarmee gaat ontwerpen, door te luisteren hoe mensen aankijken tegen erfgoed.”

Meten en weten in de praktijk

De studenten gaan met eigenaren, stichtingen en bewoners in gesprek. Ze kijken naar de huidige situatie en luisteren naar wat deze partijen te zeggen hebben. “We hebben ook studenten die mensen op verschillende manieren bevragen, empirisch verantwoord. De TU Delft blijft van meten en weten natuurlijk”, vertelt Verschuure. Juist dit meten en weten is gebruikelijk op de universiteit. Werken in de praktijk is op de universiteit veel minder gangbaar dan bijvoorbeeld in het hbo. “De universiteit is een wereld van wetenschappelijke artikelen en verdieping. Voor universitaire studenten is het daarom waardevol om bezig te zijn in de praktijk, omdat ze daar later ook komen te werken”, benoemt Verschuure. Dat is ook gelijk de kracht van de workshops. “Het is heel goed om bezig te zijn met erfgoedtheorie in een academische setting. Maar door het leren in de praktijk en door met mensen te praten, kom je tot nieuwe ideeën waar je normaal nooit op gekomen was. Aan de andere kant hebben erfgoedeigenaren hier ook veel aan. Zij missen soms visie. Jonge mensen met een frisse kijk op dingen, geven ze die visie en laten ze de waarde van erfgoed zien.”

Waarom passen de erfgoedworkshops van TU Delft bij het Verdrag van Faro?

Studenten leren theoretisch over de meerstemmigheid van erfgoed. Via deze workshops ervaren ze dit ook in de praktijk en de verschillende visies die mensen op erfgoed kunnen hebben. Ook laten de studenten erfgoedeigenaren zien wat meerstemmig erfgoed daadwerkelijk is. De een ervaart immers andere emoties, en heeft andere associaties, dan de ander. Ook laten de studenten goed zien wat mogelijk is met erfgoed: door hun frisse blik, mogelijkheden om de toekomst te verbeelden in tekeningen en theoretische kennis bieden ze eigenaren toekomstperspectief. Door hun bevindingen te delen, ook met omwonenden, benadrukken de studenten de waarde van participatie. Daarnaast werken studenten uit verschillende disciplines binnen de erfgoedsector samen, waardoor ze uitgedaagd worden om ook zelf op verschillende manieren naar erfgoed te kijken. Door te werken in de praktijk worden de studenten voorbereid op hun toekomstige werkveld.

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als de erfgoedworkshops van TU Delft met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: 'De Verbindende waarde van erfgoed'. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie vanzelfsprekende onderdelen van de erfgoedpraktijk zijn.