Gemeenschapsarcheologie – samen geschiedenis boven aarde halen

Het project Community Archaeology in Rural Environments (CARE) betrekt bewoners én hun tuin bij onderzoek naar de ontwikkeling van historische dorpen in Het Groene Woud. Door zelf mee te graven ontrafelen deze tijdelijke archeologen de geschiedenis van hun dorp en houden ze het verleden letterlijk in hun handen.

Faro in de Praktijk - CARE

*Muziek speelt*

Beeldtekst: Het Verdrag van Faro in de praktijk.
CARE gemeenschapsarcheologie, Schijndel.

Johan Verspay – Wetenschappelijk archeoloog Universiteit van Amsterdam:
CARE is een gemeenschapsarcheologie-initiatief waarbij we mensen meenemen op onderzoek naar hun eigen dorp of streek. En die samenwerking met de burgers dat hangt natuurlijk helemaal samen met het verdrag van Faro. Waarin we de burger centraal stellen en eigenlijk meer willen betrekken bij hun eigen erfgoed. Voor de wetenschap biedt het toegang tot plekken waar wij als wetenschappers zelf anders niet zouden kunnen komen. We kunnen putten uit lokale kennis en we hebben meer onderzoekscapaciteit van al die mensen die meekomen graven met ons. Tegelijkertijd zijn wij er natuurlijk weer om mensen te helpen om op ontdekkingsreis te gaan in hun eigen achtertuin, en hen eigenlijk de instrumenten te geven om meer te weten te komen over het verleden van hun eigen plek. Kijk eens hier, zie je wel. Roodbakkend, maar dit is een middeleeuwer. Dit is het spaarzaam geglazuurde spul.

Gerard van Kaathoven – Lid van de Heemkundekring Schijndel:
De Heemkundekring is eigenlijk een vereniging die cultuurhistorie van het dorp bewaakt, opslaat en onderzoekt.

Johan Verspay – Wetenschappelijk archeoloog Universiteit van Amsterdam:
We zijn hier op de Schaapskooi in Schijndel. Afgelopen zomer was dit de uitvalsbasis voor de veldcursus die we samen met de Heemkundekring Schijndel hier hebben georganiseerd. Als we vanuit de Faro-doelstellingen mensen daadwerkelijk willen betrekken bij dat onderzoek, dan zul je mensen ook de kennis en de vaardigheden moeten aanreiken om dat te kunnen doen. Want het verzamelen van oude troep is nog niet hetzelfde als kennisvorming over het verleden. En wij hebben geprobeerd die kloof te overbruggen in de vorm van een meerdaagse workshop.

Gerard van Kaathoven – Lid van de Heemkundekring Schijndel:
Wij zaten samen aan de koffie en wij zeiden van: inderdaad, de slag bij Boxtel, daar hebben wij samen over nagedacht en daar gaan we iets mee doen. En daar zijn we aan begonnen. In 1794, 17 september, is de slag bij Boxtel gevochten door de Engelsen, de Fransen, de Duitsers en de Hollanders. En de Duitsers moesten die brug verdedigen, en dat is niet gelukt.

Johan Verspay – Wetenschappelijk archeoloog Universiteit van Amsterdam:
Het thema van de summer school was de slag om Boxtel. Dat is iets waar wij vanuit Amsterdam eigenlijk nog helemaal niet mee bezig waren geweest, maar dat is een vraagstuk waar de verschillende erfgoedgemeenschappen hier in de regio wel al mee bezig waren geweest. Nou, die summerschool bood bij uitstek de mogelijkheid om daar nu eens wat meer mee te gaan doen, om daar ruimte voor te creëren. Dus daar hebben we de koppen bij elkaar gestoken en hebben we samen daar een onderzoek en een workshop voor opgezet en zijn met twee weken op pad geweest om daar wat meer over te weten te komen.

*Muziek speelt*

Gerard van Kaathoven – Lid van de Heemkundekring Schijndel: |
Ik vond de samenwerking heel goed en de vrijwilligers en de beroeps, dat ze elkaar beter begrijpen. Daar wil ik naartoe.

*Muziek speelt en fadet uit*

Logo Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verschijnt in beeld.

Beeldtekst: Erfgoed maak je samen!

Ontstaan en doel van CARE

CARE is een onderzoeksproject van vier universiteiten in Engeland, Polen, Tsjechië en Amsterdam. Johan Verspay is archeologisch-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en één van de initiatiefnemers van CARE. Hij heeft veel opgravingen gedaan in landelijk gebied en zo kennis verkregen over nederzettingsontwikkeling. Maar om meer te leren over dorpsvorming was een andere, meer gerichte aanpak nodig: “Dan kom je onherroepelijk uit in bebouwd gebied en dus in de tuinen van mensen.” Verspay besloot de bewoners van de historische dorpen in Het Groene Woud – de streek tussen ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven – te betrekken bij de opgravingen, met het concept van gemeenschapsarcheologie als leidraad. Johan ziet archeologie op de eerste plaats als maatschappelijke taak: “Ons onderzoek wordt betaald uit gemeenschapsgeld, dus moeten wij het zo vormgeven dat het ook van waarde is voor de gemeenschap.”

Mensen zijn gezellig samen bezig, leren nieuwe bewoners kennen en vertellen elkaar verhalen.

Gemeenschapsarcheologie komt oorspronkelijk uit Engeland en houdt in dat volwassenen en kinderen uit de regio worden betrokken bij archeologisch onderzoek. “Deze samenwerking tussen leken en professionals moet voor beide partijen iets positiefs opleveren. Voor de archeoloog is dat meer mogelijkheden tot gerichter onderzoek en het vergroten van het draagvlak voor archeologie, voor de bewoners is het een leuke middag samen speuren en nieuwe kennis opdoen. […] Mensen zijn gezellig samen bezig, leren nieuwe bewoners kennen en vertellen elkaar verhalen.” Uit onderzoek in Engeland blijkt overigens dat het niet stopt bij een leuke middag: het kan positief invloed hebben op de gemeenschapszin en de binding met de eigen woonplaats. 

Een vondst voor mens en maatschappij

CARE laat in acht dorpen in Het Groene Woud de bewoners proefputjes van een meter bij een meter in hun tuinen graven. De bewoners graven onder begeleiding deze putjes laagje voor laagje uit, op zoek naar voorwerpen die ze vervolgens wassen, sorteren en bestuderen. Arnold van den Broek is bestuurslid van erfgoedvereniging Kèk Liemt en had een coördinerende taak in Liempde. Hij zorgde ervoor dat bewoners alles in huis hadden voor een goede opgraving.

Volgens Van den Broek was niet iedereen in het begin even geïnteresseerd in het project, maar daar kwam verandering in toen bijzondere vondsten werden opgegraven. Bijvoorbeeld een kartetskogel: een grote kogel uit de Eerste Coalitieoorlog die aan het einde van de 18e eeuw plaatsvond. De vondsten lieten de tijdelijke archeologen aan het einde van de dag aan elkaar zien. “Dat is belangrijk wil je draagkracht blijven houden. Je wil de mensen ook laten zien waarvoor ze gewerkt hebben.” De betrokkenheid is inmiddels omgeslagen naar nieuwsgierigheid. Bewoners hebben aangegeven meer te willen weten over de veldslag en hier onder begeleiding zelf verder onderzoek naar te willen doen. 

Foto van een archeoloog en twee kinderen bij een diepe kuil
Beeld: ©CARE
Het project Community Archaeology in Rural Environments (CARE) betrekt bewoners én hun tuin bij onderzoek naar de ontwikkeling van historische dorpen in Het Groene Woud.

Het CARE-project betrekt bewoners bij onderzoek naar hun eigen dorp en wil zo sociale binding versterken en interesse in de geschiedenis en archeologie creëren. Van den Broek: “Het voordeel van dit project is dat burgers op een vrij eenvoudige wijze betrokken worden bij de plek waar ze zelf wonen.” Verspay denkt dat daar het verschil ligt tussen archeologie en andere sociale samenkomsten, zoals samen schilderen of samen een moestuin beheren: “Wat ons onderscheidt is de link met de geschiedenis van de plaats zelf.” Zo ontdekten bewoners via archeologie bijvoorbeeld de middeleeuwse wortel van Liempde.

Waarom past CARE bij het Verdrag van Faro?

Het Verdrag van Faro stelt mensen centraal in plaats van het erfgoed: voor wie wordt erfgoed behouden en hoe zijn zij betrokken bij dat erfgoed? Ook benadrukt het verdrag dat cultureel erfgoed niet alleen een zaak van experts is. Het CARE-project omarmt dit door bewoners te betrekken bij archeologisch onderzoek naar het ontstaan van dorpen. Op een laagdrempelige manier worden vondsten opgegraven in de eigen achtertuin. Het contact tussen de bewoners, amateurarcheologen en onderzoekers draagt bij aan de gemeenschapszin en men komt meer te weten over de geschiedenis van het dorp en voorwerpen van vroeger. Bewoners worden meer bewust van de plek waar ze wonen en leren elkaar kennen in een gezamenlijke onderneming.

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als CARE met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: 'De Verbindende waarde van erfgoed'. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie vanzelfsprekende onderdelen van de erfgoedpraktijk zijn.