Gemeenschapsarcheologie – samen geschiedenis boven aarde halen

Het project Community Archaeology in Rural Environments (CARE) betrekt bewoners én hun tuin bij onderzoek naar de ontwikkeling van historische dorpen in Het Groene Woud. Door zelf mee te graven ontrafelen deze tijdelijke archeologen de geschiedenis van hun dorp en houden ze het verleden letterlijk in hun handen.

Ontstaan en doel van CARE

CARE is een onderzoeksproject van vier universiteiten in Engeland, Polen, Tsjechië en Amsterdam. Johan Verspay is archeologisch-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en één van de initiatiefnemers van CARE. Hij heeft veel opgravingen gedaan in landelijk gebied en zo kennis verkregen over nederzettingsontwikkeling. Maar om meer te leren over dorpsvorming was een andere, meer gerichte aanpak nodig: “Dan kom je onherroepelijk uit in bebouwd gebied en dus in de tuinen van mensen.” Verspay besloot de bewoners van de historische dorpen in Het Groene Woud – de streek tussen ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven – te betrekken bij de opgravingen, met het concept van gemeenschapsarcheologie als leidraad. Johan ziet archeologie op de eerste plaats als maatschappelijke taak: “Ons onderzoek wordt betaald uit gemeenschapsgeld, dus moeten wij het zo vormgeven dat het ook van waarde is voor de gemeenschap.”

Mensen zijn gezellig samen bezig, leren nieuwe bewoners kennen en vertellen elkaar verhalen.

Gemeenschapsarcheologie komt oorspronkelijk uit Engeland en houdt in dat volwassenen en kinderen uit de regio worden betrokken bij archeologisch onderzoek. “Deze samenwerking tussen leken en professionals moet voor beide partijen iets positiefs opleveren. Voor de archeoloog is dat meer mogelijkheden tot gerichter onderzoek en het vergroten van het draagvlak voor archeologie, voor de bewoners is het een leuke middag samen speuren en nieuwe kennis opdoen. […] Mensen zijn gezellig samen bezig, leren nieuwe bewoners kennen en vertellen elkaar verhalen.” Uit onderzoek in Engeland blijkt overigens dat het niet stopt bij een leuke middag: het kan positief invloed hebben op de gemeenschapszin en de binding met de eigen woonplaats. 

Een vondst voor mens en maatschappij

CARE laat in acht dorpen in Het Groene Woud de bewoners proefputjes van een meter bij een meter in hun tuinen graven. De bewoners graven onder begeleiding deze putjes laagje voor laagje uit, op zoek naar voorwerpen die ze vervolgens wassen, sorteren en bestuderen. Arnold van den Broek is bestuurslid van erfgoedvereniging Kèk Liemt en had een coördinerende taak in Liempde. Hij zorgde ervoor dat bewoners alles in huis hadden voor een goede opgraving.

Volgens Van den Broek was niet iedereen in het begin even geïnteresseerd in het project, maar daar kwam verandering in toen bijzondere vondsten werden opgegraven. Bijvoorbeeld een kartetskogel: een grote kogel uit de Eerste Coalitieoorlog die aan het einde van de 18e eeuw plaatsvond. De vondsten lieten de tijdelijke archeologen aan het einde van de dag aan elkaar zien. “Dat is belangrijk wil je draagkracht blijven houden. Je wil de mensen ook laten zien waarvoor ze gewerkt hebben.” De betrokkenheid is inmiddels omgeslagen naar nieuwsgierigheid. Bewoners hebben aangegeven meer te willen weten over de veldslag en hier onder begeleiding zelf verder onderzoek naar te willen doen. 

©CARE

Het CARE-project betrekt bewoners bij onderzoek naar hun eigen dorp en wil zo sociale binding versterken en interesse in de geschiedenis en archeologie creëren. Van den Broek: “Het voordeel van dit project is dat burgers op een vrij eenvoudige wijze betrokken worden bij de plek waar ze zelf wonen.” Verspay denkt dat daar het verschil ligt tussen archeologie en andere sociale samenkomsten, zoals samen schilderen of samen een moestuin beheren: “Wat ons onderscheidt is de link met de geschiedenis van de plaats zelf.” Zo ontdekten bewoners via archeologie bijvoorbeeld de middeleeuwse wortel van het dorp Liempde.

Waarom past CARE bij het Verdrag van Faro?

Het Verdrag van Faro stelt mensen centraal in plaats van het erfgoed: voor wie wordt erfgoed behouden en hoe zijn zij betrokken bij dat erfgoed? Ook benadrukt het verdrag dat cultureel erfgoed niet alleen een zaak van experts is. Het CARE-project omarmt dit door bewoners te betrekken bij archeologisch onderzoek naar het ontstaan van dorpen. Op een laagdrempelige manier worden vondsten opgegraven in de eigen achtertuin. Het contact tussen de bewoners, amateurarcheologen en onderzoekers draagt bij aan de gemeenschapszin en men komt meer te weten over de geschiedenis van het dorp en voorwerpen van vroeger. Bewoners worden meer bewust van de plek waar ze wonen en leren elkaar kennen in een gezamenlijke onderneming.

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als CARE met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: 'De Verbindende waarde van erfgoed'. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie vanzelfsprekende onderdelen van de erfgoedpraktijk zijn.