Ambacht Noordwolde – rietvlechten brengt nieuwe kansen

Gevlochten krukjes, stoelen, banken en tafeltjes: rotanmeubels zijn haast niet weg te denken uit een gemiddeld interieur. In het Friese dorpje Noordwolde was ooit een levendige rotanindustrie. Door omstandigheden is de industrie en het vlechten als ambacht vrijwel verdwenen. Ambacht Noordwolde zet rietvlechten en rotan als cultureel erfgoed weer op de kaart, samen met enthousiaste deelnemers en het Nationaal Vlechtmuseum.

Ten onder gaan aan eigen succes

Een Duitse veenarbeider in Noordwolde begon rond 1825 manden te vlechten van wilgentenen, dunne takken van de wilgenboom. Hij leerde inwoners wilgen manden te maken om te verkopen. Al snel breidde dit ambacht zich in de regio uit. De industrie begon steeds meer te groeien en aan het einde van de negentiende eeuw werden in Noordwolde meer dan 200.000 stoelen per jaar gemaakt. Later werd wilgenteen vervangen door rotan en pitriet, materiaal geïmporteerd uit Indonesië. In 1908 werd de Rietvlechtschool opgericht. En er kwamen fabrieken zoals Rohé Noordwolde. Rotan eetkamerstoelen, loungesets, bedden en wiegjes veroverden de wereld. Rotan werd zo’n succes dat veel vlechters het werk uitbesteedden aan landen in Azië. Dit betekende tegelijkertijd het einde van de rotanindustrie in Noordwolde; tegen de zelf gecreëerde concurrentie konden ze niet meer op. In 1969 sloot de Rietvlechtschool haar deuren. Het vlechten als ambacht verdween.

“Hoe mooi zou het zijn om weer nieuw leven te blazen in een uitstervend ambacht, juist onder jongere mensen?”

Andrea Schrok ­– een van de initiatiefnemers – heeft in Noordwolde een eigen bedrijf in coaching en ontwikkeling. Een gepensioneerde buurtbewoner, die vroeger met gedetineerden werkte, wilde weer iets doen voor de samenleving. Hij schakelde in 2016 de hulp in van Schrok om een nieuw project op te zetten. Samen hebben ze een werkgroep opgericht en zijn ze gaan brainstormen. Uiteindelijk kwamen ze uit bij het rietvlechtverleden van Noordwolde en het idee om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt daarin te betrekken. Dat was het begin van Ambacht Noordwolde. “Hoe mooi zou het zijn om weer nieuw leven te blazen in een uitstervend ambacht, juist onder jongere mensen? En dat ze daar misschien iets mee kunnen, als een toekomstperspectief”, vertelt Schrok. De stichting besloot zich eerst te richten op jongeren die langdurig in een uitkeringssituatie zitten en licht verstandelijk gehandicapten. “Die wilden we perspectief en zelfvertrouwen bieden, en het vak laten leren vanuit een passie. Maar ook als een ontspannen dagbesteding.” Nu is iedereen die geïnteresseerd is in het vlechtvak welkom bij de stichting.

Samengevlochten met de regio

Ambacht Noordwolde zocht de samenwerking op met het Nationaal Vlechtmuseum, dat sinds 2001 is gevestigd in de voormalige Rietvlechtschool, een rijksmonument. In het museum heeft Ambacht Noordwolde nu een werkplaats waar jongeren en andere deelnemers onder begeleiding van twee leermeesters zelf meubels vlechten. Een win-winsituatie, legt Schrok uit: “De museumbezoekers zien de leermeesters en deelnemers samen vlechten. Ze zien hoe dat oude ambacht tot leven komt, dat is heel mooi.” Ook repareren ze vintage rotanmeubels die uit het hele land worden opgestuurd. De leermeesters begeleiden de vlechters hierbij en dragen hun expertise over. “Zo proberen we het ambacht in stand te houden. We hopen dat deelnemers enthousiast blijven en er later iets mee willen doen of willen doorgeven”, vertelt Schrok. Want ze worden ook opgeleid om de vlechtkennis over te brengen. Uiteindelijk is het óók de bedoeling dat mensen met deze werkervaring kunnen re-integreren op de arbeidsmarkt.

Vaak zoekt Ambacht Noordwolde samenwerkingen in de directe omgeving, met gemeenten, scholen en zorginstellingen. Voor de tuinbouwschool van Frederiksoord willen ze bijvoorbeeld bijenkorven vlechten. Ook onderzoeken ze of ze vlechten in het vakkenpakket van bestaande opleidingen op scholen in de buurt kunnen opnemen. Wat Schrok met Ambacht Noordwolde nog meer zou willen? “We willen al vanaf het begin samen met het museum en bewoners uit Noordwolde een gezamenlijk rotan-object maken, een hele grote stoel of een ander mooi ontwerp.” Met zo’n bijzonder project in het dorp kunnen ze het cultureel erfgoed van vlechten nog beter zichtbaar maken.

Waarom past Ambacht Noordwolde bij het Verdrag van Faro?

Het Verdrag van Faro stelt dat je erfgoed samen maakt. De rijke rotanhistorie van Noordwolde begon ooit met het samen maken van wilgenmanden. Het ambacht van vlechten raakte letterlijk vervlochten met de regio. Ambacht Noordwolde wil deze geschiedenis nieuw leven inblazen en tegelijkertijd mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en geïnteresseerden de kans geven een vak te leren. Door samenwerkingen met het museum, gemeenten, zorginstellingen en scholen brengen ze het verloren ambacht van vlechten onder de aandacht en blijft het cultureel erfgoed behouden.

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als Ambacht Noordwolde met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: De Verbindende waarde van erfgoed’. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie een vanzelfsprekend onderdeel van de erfgoedpraktijk zijn.