Bruikleenverkeer

Om de rijke erfgoedcollectie van Nederland voor iedereen zichtbaarder en toegankelijk te maken, moedigen overheden musea aan om hun objecten, ook uit hun depots, uit te wisselen. Dit noemen we bruikleenverkeer. Om dit verkeer tussen musea te stimuleren zijn afspraken gemaakt tussen overheden onderling en tussen eigenaren van collecties.  

Cultuurconvenanten 2017-2020

De Rijksoverheid, de provincies en de gemeenten hebben in de Cultuurconvenanten 2017-2020 afgesproken het bruiklenen van hun collecties makkelijker te maken. Bijvoorbeeld door barrières zoals hoge kosten voor een verzekering weg te nemen. De afspraken van de Cultuurconvenanten zijn uitgewerkt in de Code bruikleenverkeer.

Code bruikleenverkeer

In de Code bruikleenverkeer zijn de afspraken uit de convenanten concreet gemaakt voor publieke eigenaren, de beheerders van hun collecties en bruikleennemers. Daarmee sluit de Code aan bij de uitgangspunten voor musea, zoals geformuleerd in Slimmer lenen.

De uitgangspunten zijn bedoeld om de zichtbaarheid van collecties te bevorderen. Door de Code te onderschrijven verklaart het museum of de publieke eigenaar dat hij op deze uitgangspunten kan worden aangesproken.

De uitgangspunten ter bevordering van bruikleenverkeer zijn:

  • Wederzijds vertrouwen
  • Ruimhartig bruikleenverkeer, ook als daar op korte termijn niet direct iets tegenover staat
  • Beperkte aansprakelijkheid, ook bij onderbruikleen
  • Duurzame samenwerking
  • Kennisdeling
  • Transparante communicatie
  • Pas toe of leg uit-principe

De Code Bruikleenverkeer is vooral bedoeld voor

  • publieke eigenaren van collecties, zoals gemeenten, provincies en het Rijk;
  • museale instellingen die werken volgens de ICOM-code.