Weblog

Tjipke Visser, Zinnebeeld voor vrijheid en vrede, 1941

Dit bronzen beeldje stond in 1943 op het omslag van de catalogus van de eerste tentoonstelling die het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten van zijn aankopen ‘hedendaagsche kunst’ had georganiseerd. Ook werd het getoond op de tentoonstelling het jaar daarop. De maker was de in Workum geboren beeldhouwer Tjipke Visser. Voor de vrouw met de wapperende haren stond zijn eerste echtgenote model.

Naakte vrouw staand op golven, wapperende haren, met in haar handen zilvermeeuwen.
Tjipke (T.T.) Visser (1876-1955), Zinnebeeld voor vrijheid en vrede, 1941, brons, 65 cm, inv.nr. K714

Rijkscollectie

Visser werd opgeleid aan de Rijksacademie in Amsterdam, en verhuisde in 1907 naar Bergen, dat hij als een van de eerste kunstenaars ontdekte als inspirerende plaats om te werken. Bronsgieten leerde hij in de winter van 1908 in Parijs. Hij maakte niet alleen beelden, maar ook keramiek, houtsneden, penningen en boekomslagen. De rijkscollectie telt drie werken van hem: een liggende bizon, een masker van de Nobelprijswinnaar voor de scheikunde Pieter Debije, dat in de entree van het ministerie van OCW hangt, en dit beeld. Er werden er drie van gegoten.

Opdrachten van de bezetter

Hoewel Visser in de jaren dertig de ‘huisbeeldhouwer’ van de SDAP was, sloot hij zich in de oorlog aan bij de Kultuurkamer en kreeg goedbetaalde opdrachten van de bezetter, zoals voor het raadhuis in Grouw en de NH-kerk van zijn geboorteplaats. Waarom dit beeldje zo heet is niet helemaal te duiden. De duif in de rechterhand van de vrouw is weliswaar het zinnebeeld van de vrede, maar het gangbare symbool voor vrijheid is de Frygische muts, of de kat, en niet de gansachtige vogel in haar linkerhand of de in een eendekop uitmondende golf waarop ze staat. Degene die het beeld kocht moet het een goede titel hebben gevonden. Voor hem zal de vrouw de vrede en vrijheid in het Derde Rijk hebben verbeeld, reden waarom hij het op het omslag van zijn catalogus zette.

Beladen erfgoed.