Monumental Matters: hoe nationale monumenten de samenleving beter kunnen weerspiegelen

Weblog

De afgelopen jaren hebben professionals op het gebied van cultureel erfgoed, onderzoekers en burgers vraagtekens gezet bij de manier waarop monumenten bepaalde verhalen uit onze geschiedenis verbeelden en overbrengen. De urgentie van dit onderwerp – zowel in Nederland als in andere delen van de wereld – blijkt duidelijk uit onderzoek.

Bijvoorbeeld uit het recent verschenen Nederlandse rapport Wankele sokkels – Omstreden monumenten in de openbare ruimte. Maar ook uit initiatieven zoals Beyond Granite: Pulling Together in de Verenigde Staten en acties zoals het neerhalen van het standbeeld van Edward Colston in Bristol.

A pedestal with cardboard signs in front and people and a building in the background
Beeld: ©Wikimedia Commons / Caitlin Hobbs, CC BY 3.0
De lege sokkel van het standbeeld van Edward Colston in Bristol, de dag nadat demonstranten het standbeeld omvertrokken en het water in rolden. De grond is bezaaid met Black Lives Matter-borden.

In de context van de Black Lives Matter-protesten in 2020 kwamen met name standbeelden ter nagedachtenis aan bepaalde historische figuren en gebeurtenissen naar voren als omstreden symbolen waar kritisch naar gekeken moet worden. Tegelijkertijd is er binnen de geïnstitutionaliseerde erfgoedorganisaties nog steeds weinig aandacht voor de systemen die worden gebruikt voor het selecteren, aanwijzen en beheren van nationaal erfgoed (inclusief monumenten).

Dit geldt ook voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Daarom is de RCE in 2023 begonnen met een verkenning naar meerstemmigheid met betrekking tot het Rijksmonumentenbestand.

Meerstemmig monumentenbestand

Het Rijksmonumentenbestand omvat voornamelijk gebouwd erfgoed, maar ook monumenten, zoals standbeelden en gedenktekens, en archeologische vindplaatsen. Tenzij anders vermeld, gebruiken we in dit artikel de overkoepelende term ‘monumenten’ om te verwijzen naar zowel gebouwd erfgoed, zoals historische huizen en gebouwde infrastructuur, als naar standbeelden en gedenktekens die mensen en gebeurtenissen herdenken. Met rijksmonumenten bedoelen we monumenten die officieel en wettelijk erkend, beschermd en vastgelegd zijn als van nationaal belang.

Het doel van het in 2023 gestarte project is om inzicht te krijgen in manieren waarop het Nederlandse Rijksmonumentenbestand de huidige samenleving beter kan weerspiegelen en wat dit zou kunnen betekenen voor de keuzes die gemaakt worden tijdens het aanwijzen van monumenten, en tijdens interpretatie- en presentatieprocessen. Het project (waarover later meer gepubliceerd zal worden) bevindt zich momenteel in de laatste fase en heeft aangetoond dat de monumenten die nu in het Rijksmonumentenbestand staan in het verleden voornamelijk door professionals zijn geselecteerd op basis van kunst- en architectuurhistorische criteria. Maar de monumenten die in het bestand zijn opgenomen, zijn verbonden met verschillende verhalen uit de Nederlandse geschiedenis. Ook met verhalen die lang vergeten of genegeerd zijn binnen de dominante discoursen op het gebied van geschiedenis en erfgoed. Dit heeft ertoe geleid dat de informatie over monumenten in het bestand soms onvolledig of eenzijdig is.

Denk bijvoorbeeld aan historische huizen waar tijdens de koloniale periode mensen hebben gewoond die geld verdienden – als eigenaar of aandeelhouders – aan plantages waar tot slaaf gemaakte mensen tewerkgesteld werden. Een goed voorbeeld hiervan is het historische pand aan de Keizersgracht 672 in Amsterdam, waar tegenwoordig het Museum van Loon is gevestigd. Het register van de RCE (een wettelijk instrument waarin alle Rijksmonumenten zijn opgenomen) laat zien dat dit gebouw sinds 1970 een Rijksmonument is. De informatie in dit register, waarin ook de bouwkundige kenmerken van het gebouw zijn opgenomen om duidelijk vast te leggen wat precies beschermd is, staat in schril contrast met de website van het museum en de Mapping Slavery-database, die beide de verhalen waarmee dit gebouw verbonden is vertellen.

A garden with a building in the background
Beeld: ©Wikimedia Commons / Jean-Christophe Benoist, CC BY-SA 3.0
De tuin van het Museum van Loon, Amsterdam

De onderzoeksvraag van het project is dan ook: hoe kan het Rijksmonumentenbestand inclusiever en representatiever worden voor de samenleving van vandaag? Deze vraag heeft betrekking op de monumenten die in het bestand zijn opgenomen, de systemen die gebruikt worden om monumenten aan te wijzen, en de kennis en verhalen die monumenten overdragen. Een eerste belangrijke stap is om beter te begrijpen hoe het bestand zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Daarom heeft de RCE een onderzoeksproject opgezet om dieper in deze geschiedenis te duiken. Daarnaast wordt in het lopende aanwijzingsprogramma voor de periode na 1965 momenteel onderzocht hoe er meer mensen bij het selectie- en waarderingsproces betrokken zouden kunnen worden om ervoor te zorgen dat meer stemmen gehoord worden (meerstemmigheid). Het doel is om hierbij zowel inwoners als professionals op het gebied van cultureel erfgoed te betrekken. 

Monumental Matters uitwisseling

In de verkenning dat in 2023 van start ging, wordt ook gekeken naar hoe andere landen en organisaties met deze kwestie omgaan (zie deze blogpost van Masja Bentzen Wischmann). Naar aanleiding van Masja’s onderzoek organiseerden de RCE en de ErfgoedAcademie in november 2023 samen Monumental Matters: een tweedelige online internationale uitwisseling over meerstemmigheid in relatie tot aangewezen monumenten en gebouwd erfgoed.

De sessies stonden in het teken van twee belangrijke vragen: Hoe weerspiegelen onze nationale monumenten en de keuzes die we maken bij het aanwijzen hiervan de samenleving? Hoe kunnen we meerdere stemmen en verhalen een plek geven in het Rijksmonumentenbestand? Om deze vragen te beantwoorden, gaf een groep internationale experts een reeks presentaties die inspiratie boden voor discussies tussen ongeveer 90 deelnemers uit meer dan 10 landen.

Sessie 1: Nationale monumentenregisters en het aanwijzen van nationale monumenten

De eerste sessie richtte zich op het construct ‘nationaal monumentenregister’ (of lijst beschermde monumenten), waarbij werd nagedacht over de integratie van meerstemmigheid. De wetgeving en processen rond het aanwijzen en beheren van monumenten verschillen van land tot land. Deze sessie riep onder meer de volgende vragen op: wie is betrokken bij het besluitvormingsproces? Hoe kan onderzoek toegankelijker worden gemaakt? Hoe kunnen bestuursorganen en erfgoedinstellingen meer transparantie bieden wat betreft nationalemonumentenregisters, de kennis rond monumenten en de beperkingen in het beheer ervan?

Professor emeritus Maria Grever van de Erasmus Universiteit Rotterdam begon de eerste sessie met een presentatie van de belangrijkste inzichten uit het KNAW-rapport Wankele sokkels’ (2023). Hierin benadrukte ze het belang van dialoog en participatie rond zowel bestaande als toekomstige monumenten in de openbare ruimte (voornamelijk standbeelden en gedenktekens) en gaf ze advies aan overheidsinstanties over het betrekken van meerdere belanghebbenden bij het besluitvormingsproces. Grever stelde dat ‘memorialisatie’ – het vastleggen van herinneringen, historische momenten of figuren – altijd een politiek en selectief proces is, dat vaak geworteld is in onevenwichtige machtsstructuren, waarbij sommige groepen in de samenleving (over)vertegenwoordigd zijn en andere onzichtbaar worden gemaakt in dominante verhalen over het verleden. Daarom moeten bij dit proces volgens Grever zoveel mogelijk belanghebbenden en verschillende maatschappelijke groepen worden betrokken.

A statue on a pedestal on a square with buildings in the background
Beeld: G.J. Dukker, RCE, Documentnummer 321.623
Standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn, Nederland

Daarna presenteerde Katrijn D’hamers van FARO Vlaanderen een 7-stappenmodel voor meerstemmigheid in cultureel erfgoed, met concrete tips om blinde vlekken en vooroordelen met betrekking tot ons begrip van erfgoed aan te pakken. Tot slot vertelde Ben Mwasinga van de South African Heritage Resources Agency (SAHRA) over de complexe geschiedenis van het aanwijzen van nationale monumenten in Zuid-Afrika, die begon tijdens de Britse koloniale periode. Hij benadrukte dat het bij het bestuderen van deze geschiedenis belangrijk is om de politieke en ideologische context waarin het register werd ontwikkeld te begrijpen. Verder beschreef Mwasinga de Zuid-Afrikaanse strategie voor erfgoedbeheer, waarbij de nadruk wordt gelegd op een bottom-upbenadering om recht te doen aan de verschuivende idealen in het land.

In de reflectiesessie die hierop volgde, besprak Gary Younge, journalist en professor aan de Universiteit van Manchester, drie belangrijke thema’s en uitdagingen die tijdens de presentaties naar voren waren gekomen. Ten eerste betoogde Younge dat het concept van een monument dat bedoeld is om een verhaal of historische figuur op de lange termijn te memorialiseren op zichzelf al enigszins conservatief is. De wereld (inclusief onze kennis en waarden) zal altijd blijven veranderen, terwijl monumenten inherent statisch zijn. ‘Waarom moeten monumenten voor altijd zijn?’ legde Younge de aanwezigen voor. Ten tweede besprak hij de machtsdynamiek bij de totstandkoming van monumenten en stelde hij dat we moeten nadenken over wíé monumenten mag oprichten. Tot slot reflecteerde Younge op ‘het Register’ als canon. Hoe verhoudt het feit dat een lijst van nationale monumenten van nature exclusief is tot een gesprek over inclusie? Er wordt tenslotte altijd een selectie gemaakt: wat komt wel op de lijst en wat juist niet? Younge riep op tot een voortdurend kritische benadering van het concept en doel van een nationalemonumentenregister, en vroeg zich af of samenlevingen dit soort lijsten eigenlijk wel nodig hebben.

Sessie 2: Interpretaties van monumenten

De tweede sessie richtte zich op hoe verschillende perspectieven en onderbelichte verhalen met betrekking tot monumenten zichtbaar gemaakt en gedeeld kunnen worden. De presentaties en discussies in deze sessie benadrukten de behoefte aan nieuwe manieren van kijken, dialoog en samenwerking.

Gareth Lopes Powell van Historic England begon de sessie met een inleiding over Missing Pieces, een nationaal project dat inwoners aanmoedigt bij te dragen aan het nationale-erfgoedregister van Engeland, bijvoorbeeld door middel van foto’s en persoonlijke verhalen. Powells presentatie benadrukte dat het mensen zijn die erfgoed betekenis geven en die kennis hebben over erfgoed. Om nationaal erfgoed beter te begrijpen, is het volgens hem daarom essentieel om meer mensen in de samenleving erbij te betrekken. Jennifer Tosch, de oprichter van de Black Heritage Tours in Amsterdam, sprak over onderzoek naar sporen van slavernij in stedelijke omgevingen. Ze benadrukte hierbij de noodzaak van een bredere kijk op monumenten en een voortdurende dialoog over de invloed van monumenten op het collectieve geheugen. Tosch stelt dat verhalen uit de geschiedenis moeten worden gezien als verschillende draden die met elkaar zijn verweven in plaats van als concurrerend.

De daaropvolgende reflectiesessie werd geleid door professor Ann Rigney van de Universiteit Utrecht, die stilstond bij de dynamische aard van het geheugen en het belang van samenwerking tussen verschillende disciplines. Rigney haalde initiatieven aan die mensen laten bijdragen aan erfgoedlijsten. Deze duiden op een verschuiving van een top-downbenadering naar een inclusievere aanpak. Ze vroeg zich echter ook af of méér erfgoed (meer aanwijzingen van monumenten) per se leidt tot meer betekenis. Daarnaast wees ze erop dat het uitdagend kan zijn om diverse stemmen te managen.

Conclusies en resterende vragen

Tijdens beide sessies werd benadrukt dat het noodzakelijk is om creatieve en inclusieve strategieën te vinden om onenigheden en geschillen op te lossen. De meeste experts onderstreepten het belang van herinterpretatie als een belangrijke praktijk in het beheer van nationale monumenten. Hierdoor kan ruimte worden gecreëerd voor stemmen en verhalen die onlosmakelijk met elkaar zijn verweven. Registers van nationale monumenten (of nationaal erfgoed) vormen echter een serieuze uitdaging: het kader dat een register schept is inherent uitsluitend, waardoor een complexe dynamiek ontstaat als er wordt gestreefd naar meer inclusie. Door nationale monumentenregisters zelf echter ook als erfgoed beschouwen, waarbij de historische context wat betreft aanwijzing en wetgeving onderzocht wordt, zijn we beter in staat hiaten te identificeren en lijsten te creëren die de samenleving beter weerspiegelen. Monumentale zaken heeft laten zien dat dialogen over nationalemonumentenregisters slechts het begin van een belangrijk gesprek zijn. Het einde van dit gesprek is dan ook nog lang niet in zicht. Zoals Gary Younge concludeerde: ‘Als we ons niet in bredere politieke zin tot ons verleden kunnen verhouden, is het heel erg lastig om ons tot onze huidige cultuur te verhouden.’

Wilt u meer weten over het werk van de RCE op het gebied van deze onderwerpen, of is er iets dat u met ons wilt delen? Neem dan contact op met Sofia Lovegrove.

Door Masja Bentzen Wischmann, Lorna Cruickshanks en Sofia Lovegrove.