Wederopbouwgebieden

De wederopbouw van de jaren 1940-1965 ging in de eerste plaats om het herstel van de schade als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, Maar ook het herstel na de Watersnoodramp (1 februari 1953) bracht een reeks ontwikkelingen op gang.

Door de groei van de bevolking en het grote woningtekort kent de wederopbouwperiode flinke, planmatige uitbreidingen van het stedelijk gebied. Gebieden werden opnieuw ingericht of zelfs nieuw ontwikkeld: nieuwe verkavelingspatronen, nieuwe ideeën over de inrichting van wijken en nieuw land door inpoldering.

Onderzoek

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) deed in 2002-2008 onderzoek naar de gebieden en ruimtelijke ordening in de wederopbouwperiode. Dit heeft onder andere geleid tot een groslijst van ruim 450 gebieden. Hieruit zijn in 2011 30 gebieden geselecteerd die van nationaal belang worden geacht voor de periode 1940-1965. Het overzicht van deze 30 is te vinden op de kaart Wederopbouw.

Deze wederopbouwgebieden zijn te verdelen in 3 gebiedstypen:

  • de wederopbouwkernen: de herstelde oorlogsschade
  • de naoorlogse woonwijken: de planmatige uitbreidingswijken
  • de landelijke gebieden: agrarische ruilverkavelings- en landinrichtingsgebieden.

Sinds 2015 monitort de RCE de veranderingen die plaatsvinden in de aangewezen 30 wederopbouwgebieden. Hierbij wordt alleen gekeken naar de veranderingen met betrekking tot de kernkwaliteiten van het gebied. Er zijn geen uitspraken gedaan over de positieve of negatieve waarde van een verandering voor het wederopbouwgebied.

Kennis

Omdat de 30 wederopbouwgebieden geen beschermde status hebben, zijn afspraken gemaakt tussen de Rijksdienst en de betrokken gemeenten om rekening te houden met de bijzondere cultuurhistorische kernkwaliteiten van de gebieden.

Ook ondersteunt de RCE deze gemeenten en andere betrokkenen bij het opstellen van plannen, het ontwikkelen van kennis en het gebruik van het ruimtelijk instrumentarium.