Erfgoed van de Moderne Tijd

Kunstenaars, architecten en vormgevers experimenteerden in de 20ste eeuw met nieuwe materialen en technieken. Bekende voorbeelden zijn de Rietveld-stoel uit 1918, de Van Nellefabriek uit 1930 of het gebouw van de Bijenkorf in Rotterdam uit 1956, de COBRA kunstenaars uit de jaren ’50 of de kunststofobjecten van Joep van Lieshout uit de jaren ‘90. Veel mensen erkennen dit als cultureel erfgoed, maar voor veel andere gebouwen, designobjecten en kunstwerken uit die tijd is de cultuurhistorische waarde nog niet uitgekristalliseerd. Ook roept het behoud en beheer nog veel vragen op.  

Onderzoek naar nieuw erfgoed

Hoe zorgen we ervoor dat dit relatief jonge erfgoed de tand des tijds doorstaat, dat het toegankelijk blijft en dat de maatschappij er haar waardeoordeel over uitspreekt? In tegenstelling tot de gereedschapskist die de traditionele erfgoedzorg ter beschikking staat, is nog onvoldoende bekend wat de juiste aanpak is voor dit nieuwe erfgoed. De Rijksdienst ontvangt hierover veel vragen van eigenaren, beheerders en beleidsmakers. Om deze te beantwoorden is het Programma Erfgoed van de moderne tijd ingericht (2015-2018).

De resultaten hiervan zijn gedeeld via diverse Platformbijeenkomsten en symposia. Veel kennisproducten zijn nu ook beschikbaar via het Platform Erfgoed van de Moderne Tijd, zoals overzichten van toegepaste materialen in moderne muurschilderkunst, tools voor professionals om materialen te kunnen identificeren, richtlijnen voor het beheer van installatiekunstwerken en films over het onderzoek naar kleurveranderingen bij Van Gogh.