Kennis over historische bebossing in Nederland als inspiratie voor de Bossenstrategie

Eind 2020 kondigde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan dat we de komende tien jaar tien procent meer bos willen aanplanten in Nederland. Deze Bossenstrategie komt voort uit afspraken die zijn gemaakt in het Klimaatakkoord. Staatsbosbeheer (SBB) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) deden onderzoek naar de geschiedenis van bebossing in Nederland. De uitkomsten zijn terug te lezen in een nieuw rapport: Historische schets van bossen en bosaanplant in Nederland, met aanbevelingen voor toekomstige bosaanplant.

Want waar moet dat nieuwe bos komen, en hoe zou het er uit moeten zien? Bosaanplant kan grote landschappelijke effecten hebben. Het ene type bos is het andere niet, niet qua aanzien en ecologie en ook niet wat betreft gebruiksmogelijkheden. Ook is de keuze voor een locatie en type bos historisch gezien soms logischer dan een andere. Bij het zoeken naar locaties voor nieuw bos wordt in eerste instantie gekeken naar bestaande bosplaatsen, of plekken waarvan bekend is dat er bos heeft gestaan. Bos in Nederland staat pas vanaf circa 1850 gedetailleerd en landsdekkend op de kaart, een periode waarin nu net bijna geen bos meer stond in ons land.

[Tekst gaat verder onder de foto]

©Wim van der Ende
Het Zevendal in het Limburgse heuvellandschap is een populair wandelgebied.

Historische kennis als basis voor de toekomst

Kennis over de geschiedenis van bebossing in Nederland kan dus helpen om keuzes te maken voor toekomstige bosbouw. Het rapport dat door SBB en de RCE is gemaakt gaat in op de geschiedenis van de bebossingen in ons land; het gaat dan ongeveer om de afgelopen 250 jaar. Op hoofdlijnen worden de belangrijkste perioden van aanplant geschetst. Ook wordt ingegaan op de verschillende functies die bossen in de loop der tijd hebben gehad.

Overzicht en doorkijk naar de toekomst

SBB en de RCE hebben een overzicht gemaakt van de huidige bossen in Nederland in relatie tot de aanwezige landschapstypen, met nadruk op de 19de en 20ste eeuw en de diverse perioden van aanplant. Niet alleen is van die periode de meeste kennis, vanaf eind 18de eeuw is er pas sprake van wat we tegenwoordig bosbouw noemen (van Goor, 1993). In de periode daarvóór was van bewuste bosaanleg met name sprake bij buitenplaatsen en praaltuinen. Het rapport sluit af met een doorkijk naar de mogelijke toekomst van bos in Nederland, gerelateerd aan de opgave vanuit de Bossenstrategie. Er wordt een lans gebroken om bosaanplant ook via aanleg van kleine landschapselementen als boomsingels en houtwallen te realiseren.

Meer bos voor het klimaat

In het Klimaatakkoord staat onder meer dat nieuw bos bijdraagt aan de opname van CO2 en een antwoord biedt op het voorkomen van hittestress. Tegelijk kan bos water langer vasthouden en is het een leverancier van biomassa. Tenslotte is nieuw bos rond steden van belang voor het opvangen van de toenemende recreatiedruk die de komende jaren is voorzien en de landschappelijke inpassing voor bijvoorbeeld zonneweiden. Door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het College van Rijksadviseurs (CRa) zijn adviezen uitgebracht over de Bossenstrategie.

Het rapport is te vinden op onze website.