Vondst Keltische muntschatten geeft uniek beeld van Caesars volkerenmoord in Zuidoost-Nederland

Op de dag dat Caesar werd vermoord (44 v.Chr.) hebben archeologen van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vandaag in het Limburgs Museum te Venlo twee onlangs opgegraven historische muntschatten gepresenteerd. Door de vondst kan nu voor het eerst goed onderbouwd worden dat Caesars eigen beschrijvingen van het door hem toegepaste massageweld in de Limburgse Maasstreek, vrij letterlijk mogen worden genomen. De unieke vondsten zijn door mensen van plaatselijke stammen, de Eburonen, begraven in de jaren 50 v.Chr. met de bedoeling ze weer op te graven wanneer ze de aanvallen van de Romeinen zouden overleven.

Close-up van een gouden keltische munt

Gouden munt van de stam der Treveri met de legende POTTINA, afkomstig uit de goudschat van Amby.

Amateurarcheologen ontdekten de vondsten op twee verschillende locaties in de gemeente Sittard-Geleen en meldden deze aan professionele archeologen. Zij organiseerden vervolgens eind 2018 een opgraving onder leiding van VU-archeoloog Nico Roymans en hoofd archeologie RCE Jos Bazelmans. Beide onderzoekers lichtten de betekenis van de nieuwe vondsten voor de Nederlandse archeologie en geschiedenis toe tijdens de presentatie van de vondsten. Concreet gaat het om twee kleine muntschatten van zilveren ‘regenboogschotels’, een munttype dat in de Maasstreek circuleerde in het midden van de 1e eeuw v.Chr.

Nu zijn Keltische muntschatten niet uniek in deze regio. Het wetenschappelijke belang van de nieuwe vondsten is dat zij aantonen dat in deze periode sprake is van een duidelijk hoogtepunt in de begraving van schatten. Deze piek kan op overtuigende wijze in de jaren 50 v.Chr. worden geplaatst en daarmee is een verband zeer aannemelijk met Caesars genocide van de stam van de Eburonen.

Schilderij met daarop de verbeelding van de moord van Caesar (Vincenzo Camuccini, 1771-1844).

Schilderij met als titel 'La morte di Cesare' (Vincenzo Camuccini, 1771-1844)

In zijn De Bello Gallico beschrijft de Romeinse generaal uitvoerig hoe hij in 53 en opnieuw in 51 v.Chr.. met zijn legioenen het gebied van de Eburonen plunderde en platbrandde met als doel deze stam te vernietigen. De goud- en zilverschatten uit deze periode, en ook de meer dan 130 vindplaatsen van los aangetroffen goudstukken uit dezelfde regio, zijn de stille getuigen van deze dramatische fase uit de vroegste geschiedenis van Zuid-Nederland. We mogen hier denken aan in de grond verborgen rijkdom, bedoeld om later weer opgegraven te worden, maar dat werd verhinderd doordat grote delen van de bevolking het slachtoffer werd van de Romeinse wraakcampagnes.

Saillant detail is dat de presentatie van de muntschatten samenvalt met de dag waarop in 44 v.Chr. Caesar zelf werd vermoord door een groep rebellerende Romeinse senatoren.

Tijdens de persconferentie in het Limburgs Museum te Venlo werden niet alleen de nieuw gevonden muntschatten gepresenteerd, maar ook de eerder in het Nederlandse en aansluitende Belgische Maasgebied aangetroffen goud- en zilverschatten. Daardoor kan een compleet en uniek verhaal worden verteld over begraven rijkdom in een context van genocide en massageweld.

Hoort bij