Weblog

Een gesprek van formaat: locaties waar geschiedenis werd geschreven

Na elke Tweede Kamerverkiezing of val van een kabinet begint het proces van de kabinetsformatie. Uit de Nederlandse geschiedenis blijkt dat het formeren van een nieuw kabinet bepaald geen gemakkelijke opgave is. Een vaste constante in het formatieproces is veel en intensief overleg. In dit blog presenteren onze architectuurhistorici enkele locaties die de afgelopen decennia het toneel van het formatieproces vormden.

Huis ten Bosch
Beeld: RCE

Huis ten Bosch

In het formatieproces heeft paleis Huis ten Bosch, het woonpaleis van de koning,  een centrale rol. De koning wordt op de hoogte gehouden van het proces en het verloop van de formatie. In het paleis zijn er geregeld gesprekken tussen de koning en de betrokken partijen. Nadat het formatieproces is afgerond, vindt de beëdiging van ministers en staatssecretarissen plaats in Huis ten Bosch. Dan vindt ook de beroemde bordesscene plaats op de trappen van het paleis.

Ook kan de formatieopdracht teruggegeven worden aan de koning(in). Zo gaf formateur Joop den Uyl in 1977 op Huis ten Bosch de formatieopdracht terug aan koningin Juliana.

[De tekst gaat verder onder de foto]

Formateur Joop den Uyl gaat de trap af bij paleis Huis ten Bosch
©Nationaal Archief
Ex-formateur den Uyl verlaat Huis ten Bosch

Huis ten Bosch werd gebouwd in de jaren 1645 tot en met 1652. Het ontwerp was van architect Pieter Post en het werd gebouwd in de vorm van centraalbouw in de Hollands Classicistische stijl. Toen stadhouder Frederik Hendrik in 1647 overleed, liet zijn weduwe Amalia van Soms het gebouw verbouwen tot een mausoleum als aandenken aan de overleden stadhouder. De centrale zaal, de Oranjezaal, werd van boven tot onder voorzien van schilderijen die de roem van Frederik Hendrik verbeeldden. In de achttiende eeuw liet Willem IV het gebouw verder uitbreiden met twee ruime vleugels, waardoor het een echt paleis werd. De vleugels werden ontworpen door Daniël Marot in een sobere Lodewijk IV-stijl en gebouwd in de jaren 1733-1737. In de negentiende eeuw was het eerst nog een tijdje een museum. Vanaf het midden van de negentiende eeuw werd het weer een koninklijk paleis.

Stadhouderskamer
©RCE

Werk- en ontvangstkamer Willem V

De Stadhouderskamer is sinds 2012 in gebruik tijdens de formatie. Wie de berichtgeving volgt, ziet deze kamer ongetwijfeld in het nieuws voorbij komen. Ooit was dit de werk- en ontvangstkamer van stadhouder Willem V. De Stadhouderskamer ziet er nog vrijwel hetzelfde uit als in 1790, toen Willem V deze gebruikte. Het gehele vertrek is beschilderd door Antoine Plateau in een stijl geïnspireerd op de Romeinse villa’s in Pompeï, die toen net waren ontdekt. Te zien zijn dansende nimfen, cupido’s en bloemenranken. Op de wandbespanningen is onder meer Ceres, de godin van de akkerbouw, te herkennen en Vertumnus, de vruchtbaarheidsgod. Plateau liet hier zijn meesterschap zien door met zijn schilderwerk luxe materialen als marmer, mahonie, ahorn, ebbenhout te imiteren.

Duitsers, Canadezen, Inspecteur-Generaal

Landgoed de Zwaluwenberg, gelegen tussen Hilversum en Hollandse Rading, is een bijzondere plek die meerdere keren is gebruikt voor een formatieoverleg. Bijvoorbeeld in januari 2007 toen Balkenende, Bos en Rouvoet spraken over de formatie van kabinet Balkenende IV. In onder meer september en oktober van dit jaar kwamen Rutte, Kaag en Hoekstra onder leiding van de informateurs Remkes en Koolmees hier samen voor overleg.

[De tekst gaat verder onder de foto]

Landgoed Zwaluwenberg
©Dudok Architectuur Centrum

De villa, sinds 1951 in staatsbezit, werd in 1916 gebouwd in de Engelse landhuisstijl naar het ontwerp van F. Kuipers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers de villa om er een zogenoemde FLAK-luchtafweereenheid en een brandweereenheid in onder te brengen. In 1945 gebruikte een Canadese verbindingseenheid tijdelijk de villa. Bijzonder is dat veel van de inrichting en aankleding van de Zwaluwenberg nog herinnert aan de bijna dertig jaar waarin Prins Bernhard hier als Inspecteur-Generaal ‘de dienst uitmaakte’. Het landhuis wordt nog altijd gebruikt door de Inspecteur-Generaal van de krijgsmacht en zijn staf.

Een geheim voor één dag

Informateur Herman Wijffels kende uit eigen ervaring al de kwaliteiten van Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag. Daarom achtte hij deze hotellocatie uiterst geschikt om de formatiebesprekingen van 2007 met CDA, PvdA en CU te beleggen, weg van het Haagsche gedruis. Het gezelschap kreeg onderdak in het koetshuis. Het moest een geheime locatie zijn. Maar het geheim bleef precies één dag bewaard. Daarna kreeg de pers er lucht van en verhuisde het parlementaire persbataljon ook naar Beetsterzwaag. Toch moet er iets in de Friese buitenlucht zijn geweest dat de onderhandelaars, ondanks aanvankelijk diepe meningsverschillen, tot elkaar heeft gebracht. Vijf weken later was het kabinet Balkenende IV een feit.

[De tekst gaat verder onder de foto]

Hotel Lauswolt in Beetsterzwaag
©Wikicommons

De naam Lauswolt dankt het landgoed aan de familie die oorspronkelijk twee boerderijen bezat op deze locatie. Deze bezittingen zijn in 1826 gekocht door Binnert Philip van Eysinga. In 1867 ging dit bezit over naar zijn kleinzoon Augustinus Lycklama à Nijeholt. Hij gaf (tuin)architect Samuel Adrianus van Lunteren opdracht tot de bouw van het herenhuis, een stal en een koetshuis met koetsierswoning. Zo’n 10 jaar later verkocht Augustinus zijn bezit aan zijn neef Rijnhard van Harinxma thoe Slooten. Diens dochter liet het huis, tuin en bijgebouwen moderniseren. Toen zij in 1954 overleed, werd het landgoed verkocht aan de Algemeene Friesche Levensverzekeringsmaatschappij. Deze bestemde het tot hotel.

Fazant, zuurkool en een prettige Bordeaux

Hotels en restaurants zijn regelmatig het decor van onderhandelingen over kabinetsformaties. Fazant met zuurkool stond er op het menu toen CDA’er Dries van Agt met VVD'er Hans Wiegel bij de formatieonderhandelingen van 1977 in het Haagse etablissement Le Bistroquet belandde. Onder het genot van een diner en ‘een prettige Bordeaux’ legden ze hier de basis voor hun kabinet.

Van Agt en Wiegel in Le Bistroquet
©Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Friezer-Stokvis/Theo Meijer
Dries van Agt en Hans Wiegel onder de lamp aan tafel in restaurant Le Bistroquet te Den Haag.

Le Bistroquet is gelegen aan het Lange Voorhout in Den Haag, pal naast de Amerikaanse ambassade. Het was een bekend restaurant van chef-kok Gerard Fagel en één van de eerste restaurants die de bistro naar Nederland bracht. Dit type restaurant combineerde een goede Franse keuken met een eenvoudige inrichting en relatief betaalbare maaltijden. Tegenwoordig heet het restaurant Cottontree City en wordt het nog altijd bezocht door politici.

Nederlands-Indisch erfgoed

In 2017 nam D66-voorman Alexander Pechtold ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers mee naar restaurant Garoeda dat gevestigd was in een rijksmonument. Om daar, aan de Haagse Kneuterdijk, onder het genot van een Indonesische maaltijd de sfeer tussen de beide partijen te klaren. Zodat er ruimte ontstond om formatieonderhandelingen met VVD, CDA, D’66 en ChristenUnie konden starten.

[De tekst gaat verder onder de foto]

Restaurant Garoeda, Kneuterdijk, Den Haag
©Wikicommons

Restaurant Garoeda was gevestigd in het prachtige hoekpand aan de Kneuterdijk dat in 1906 gebouwd werd als woon-winkelpand voor een pianohandel. Architect Olthuis verwerkte in zijn ontwerp invloeden van de Wiener Sezession. Deze invloed is goed te herkennen in de moderne winkelpui waarin de hoge glazen winkelruiten in een geometrisch ijzeren frame gevat zijn. In 1933 werd in het pand de winkel en toonzaal Boeatan gevestigd waar Indische kunstnijverheid werd verkocht en tentoongesteld. Op de verdieping werd een Indisch restaurant ingericht. Het restaurant was bereikbaar met een lift, destijds een noviteit. In 1949 sloot Boeatan en werd het pand overgenomen door restaurant Garoeda. Vanwege de onafhankelijkheid van Indonesië kwamen er in deze tijd veel Indische Nederlanders naar Den Haag. Zij kwamen graag bij Garoeda om te genieten van de Indische keuken. In 2020 ging Garoeda dicht na een faillissement. Maar onlangs werd bekend dat het overgenomen is.

Hotel Des Indes, Den Haag
©RCE

De sfeer van het Belle Époque

Het iconische Hotel Des Indes in Den Haag speelde in menige formatie een rol. Al in 1976 vonden hier geheime besprekingen plaats tussen PvdA, D’66 en VVD om een kabinet zonder het CDA te vormen. Uiteindelijk zou pas in 1994 met het Kabinet Paars I voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een regering zonder christelijke partijen aantreden. Het gebouw was oorspronkelijk in 1838 gebouwd als stadspaleis voor Thierry baron van Brienen van de Groote Lindt, een persoonlijk adviseur van koning Willem III. Na verkoop werd het paleis herbestemd en verbouwd tot hotel (1881). Het pand kende een bewogen geschiedenis, waarbij het hotel meermaals dreigde te verdwijnen. Maar het hield stand en ondanks diverse verbouwingen ademt Hotel Des Indes nog steeds de sfeer van het Belle Époque.

Van school tot provinciehuis

Tijdens de formatie van 2021 werd besloten om ook met groepen burgers te spreken. Voor het gesprek over de aardbevingenproblematiek in Groningen reisde het formatiegezelschap af naar het noorden en sprak met inwoners in het Groningse provinciehuis. Het gebouw waarin nu het provinciehuis zit, was ooit de Sint Maartensschool. In een jaarrekening van de stad uit 1425, een zogenoemde stadsrekening, wordt deze school voor het eerst genoemd. Bij de oprichting van de provincie Groningen in 1594 werd de school als provinciehuis in gebruik genomen. De zaal is in de loop van de 19e en 20e eeuw door jongere gebouwen aan het directe zicht onttrokken, maar vormt nog steeds het hart van het provinciehuis-complex aan het Martinikerkhof. De Statenzaal heeft prachtige lambriseringen en plafonds. Boven de imposante haardpartijen hangen schilderijen over gerechtigheid, religie en vrijheid van Herman Collenius uit de late 17e en vroege 18e eeuw. Thema’s die nog steeds een rol spelen in het openbaar bestuur. Meer informatie over de rol van de Statenzaal in de - soms roerige - Groningse geschiedenis is te vinden op de website van de provincie Groningen.

Johan de Witthuis

Een bijzonder gebouw dat regelmatig wordt gebruikt voor formatiegesprekken is het Johan de Witthuis aan de Haagse Kneuterdijk. Sinds 1980 is het Johan de Witthuis staatsbezit. In 2017 en in 2021 was het één van de locaties waar de onderhandelingen plaatsvonden voor de formatie van een nieuw kabinet. 

Johan de Witthuis
Beeld: RCE

Het Johan de Witthuis werd gebouwd tussen 1652 en 1655 in opdracht van Mattheus Hoeufft. Het werd een fraai woonhuis met ommuurde tuin, gebouwd in de stijl van het Hollands Classicisme. De architect is niet zeker, maar het ontwerp wordt toegeschreven aan Pieter Post en Justus Vingboons. In de achttiende eeuw is het voorportaal verbouwd in Lodewijk XIV stijl, waardoor de voorgevel een fraaie mix is geworden van zeventiende en achttiende eeuwse architectuur. Het huis heeft zijn naam te danken aan Johan de Witt die er tussen 1669 en 1672 woonde. De Witt was in die tijd raadpensionaris van het gewest Holland en daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In de afgelopen jaren is het bijzondere historische interieur zorgvuldig gerestaureerd.

Logement van Amsterdam

De regie bij de kabinetsformatie ligt sinds 2012 bij de Tweede Kamer. In 2004 nam de Tweede Kamer het Logement van Amsterdam in gebruik. De oorspronkelijke functie van het gebouw is nog altijd terug te zien. Op de gevel staat in het midden nog steeds het wapen van Amsterdam.

Dit rijksmonument op Plein 23 in Den Haag werd in 1737 gebouwd. Sinds de zestiende eeuw hadden verschillende steden een logement in Den Haag. Afgevaardigden van die steden konden daar dan tijdens hun bezoek aan het Binnenhof verblijven. In 1618 kon Amsterdam het zich veroorloven om het pand op Plein 23 te gebruiken als logement. Het pand verloor die functie na de beëindiging van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (in 1795). Daarna kreeg het verschillende functies. Zo was het tijdens het Franse keizerrijk een arrondissementsrechtbank en van 1814 tot 1849 een koninklijk paleis.

In 1912 vestigde het ministerie van Buitenlandse Zaken zich in het gebouw, tot 1984. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gebouw het hoofdkantoor van Arthur Seyss-Inquart. Na 1984 tot 1997 bood het pand huisvesting aan de Rijksdienst Beeldende Kunst. In de periode van 1999 tot en met 2003 werd het gerestaureerd, verbouwd en heringericht tot Tweede Kamer.