De Veldschool Scheepsarcheologie Flevoland vond van 2022 - 2025 plaats in Zeewolde. Het scheepswrak ZO31 werd door studenten en vrijwilligers onderzocht. Onder begeleiding van professionals is een scheepswrak uit de 16e eeuw opgegraven. Het wrak ligt in de voormalige Zuiderzee, in het huidige Zeewolde. Uit het onderzoek blijkt dat het gaat om een zogenaamd waterschip, een visserschip met een waterhoudend compartiment om de vis levend in te vervoeren.
De documentaire Het Waterschip van Yuri van Koeveringe toont het archeologisch veldwerk van het laatste jaar, 2025. De Veldschool Scheepsarcheologie Flevoland wordt jaarlijks georganiseerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) in samenwerking met Museum Batavialand.
Benieuwd naar het scheepswrak ZO31? Het is te vinden op MaSS.

Beelden vanuit de lucht die een bos tonen met daarin een witte tent. Gaat over op beelden van handen die oud hout schoonmaken, resten van een schip
Voice Over:
Langs de N704, de stille weg tussen Almere en Nijkerk, ligt een plek die je gemakkelijk voorbij zou rijden. Maar wie het Hulkesteinse bos inloopt, merkt al snel dat hier iets bijzonders gaande is. Midden tussen de hoge bomen, op een open plek waar het zonlicht door het bladerdak valt, staat een grote witte tent. Daaronder, verborgen onder lagen klei en tijd, komt langzaam iets aan het licht. Geduldige handen verwijderen, laag voor laag de klei die eeuwenlang een geheim bewaarde. Een stukje bij beetje, balk voor balk en plank voor plank komt een verhaal naar boven.
Archeoloog in beeld naast de grote tent:
We zijn hier bezig met de opgraving van een scheepswrak uit het begin van de zestiende eeuw. Het gaat om een zogenaamd waterschip.
Titel met de tekst Het Waterschip, een film van Yuri van Koeveringe
Een rondraaiend model van een waterschip, gevolgd door verschillende historische tekeningen en schilderijen waarop waterschepen te zien zijn
Voice Over:
Het waterschip is één van de langst in de vaart gebleven scheepstypen uit de maritieme geschiedenis van Nederland. Vijf eeuwen lang zorgden deze houten schepen dat de markten langs de Zuiderzee voorzien werden van verse vis. Die vingen ze met grote sleepnetten, waarna de vangst levend bewaard werd in een bun. Een ruimte midden in het schip waar water vrij in en uit kon stromen. Vijf eeuwen lang bleef het ontwerp hetzelfde, hoewel de functie kon verschillen, want met een stevige bouw, 16 tot 21 meter lang en zes meter breed waren ze ook heel geschikt als sleepboot of transportschip voor soldaten. Ondanks hun grote belang hebben de waterschepen niet altijd de aandacht gekregen die ze verdienden. Tot nu.
Beelden van een kantoorgebouw, een museum en nog een museum.
Voice Over:
Drie belangrijke Nederlandse instellingen slaan de handen ineen om meer boven water te krijgen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Museum Batavialand in Lelystad en Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.
Man en vrouw lopen door een museum, door een bibliotheek.
Man zit achter een tafel met historische boeken voor zich
Tom Nouwen:
Historische bronnen kunnen ons veel vertellen over waterschepen. Hier in Het Scheepvaartmuseum hebben een vrij grote collectie aan objecten waarin kleine stukjes informatie over het waterschip gevonden kunnen worden. Zo hebben we bijvoorbeeld schilderijen, prenten, kaarten, atlassen, technische tekeningen en ook boeken. Bijvoorbeeld in dit boek uit 1614 staat een passage over de verschillende soorten vis die levend naar de Amsterdamse markten werden vervoerd. En wat interessant is, is dat het woord waterschepen in een ander lettertype in het boek staat, wat aangeeft dat het belangrijke schepen zijn geweest. En in dit boek uit 1665 dat weer gaat over het reilen en zeilen van de stad Amsterdam, komt wederom een passage voor over de Amsterdamse vismarkten.
Close-up van een historisch boek
Voice Over:
Ten oosten deze brug. aan de uiterste rij palen ziet men nog een bijzondere afgesloten plaats in welke niet als visserschuitjes leggen die met viskorven de vis door de waterschepen gevangen op de markt brengen.
Tom Nouwen:
En ook in deze passage zien we het woord waterschip vaker terugkomen en het feit dat we de term waterschip in verschillende boeken aantreffen in relatie tot de vismarkten toont eigenlijk aan hoe belangrijk die waterschepen waren voor de voedselvoorziening van de stad Amsterdam.
Man in depot van museum, laat een groot schilderij met schepen zien.
Tom Nouwen:
Naast boeken hebben we ook andere bronnen waar op de waterschepen als vissersschip te zien zijn. Bijvoorbeeld dit werk van Rudolf Backhuysen uit het midden van de 17e eeuw. Normaal gesproken zou de aandacht uitgaan naar de grote oorlogsschepen, maar wat voor ons interessant is aan dit schilderij is dat we hier een kleine scène linksonderin zien waarop de waterschepen vis overbrengen op kleinere schepen, aarna het met deze kleine schepen hoogstwaarschijnlijk naar de stad Amsterdam vervoerd wordt.
Man en vrouw lopen in ander deel van het depot van het museum. Vrouw loopt achter een tafel, legt een doos met prenten neer, met daarnaast een oude kaart van Amsterdam.
Charlotte Jarvis:
Historische bronnen in het museum omvatten bijvoorbeeld ook schilderijen of tekeningen die we in onze collectie hebben. Deze geven ons meer inzicht in de andere functies die waterschepen hadden. In de loop van de 17e eeuw zien we dat ze steeds minder als vissersvaartuigen steeds minder als vissersvaartuigen en steeds meer als trekschepen werden gebruikt. Dat kwam doordat ze zo zwaar en robuust gebouwd waren dat ze als werkschepen functioneerden en grotere schepen uit de ondiepe gedeelten konden trekken. Ook hebben we materiaal zoals kaarten in de collectie die ons meer informatie geven over de verschillende statussen en het belang van waterschepen. Op deze kaart uit het midden van de 17e eeuw zien we dat een van de gedeelten hier is vermeld als een specifieke haven voor waterschepen. Ze waren dus zo belangrijk, voor Amsterdam, voor de visserij en voor allerlei andere dingen in de stad, dat ze een eigen plek kregen waar ze konden aanmeren.
Beelden van drukke Amsterdamse straat. Een man loopt over straat richting een kade.
Bob Pierik:
We staan hier op de locatie waar op de 17e-eeuwse kaart de waterscheeps haven was en je kan het je eigenlijk bijna niet voorstellen, maar je stond hier vroeger dus buiten de stad. We zouden hier vroeger midden in het IJ staan. En hier lagen dan die waterschepen allemaal aan de Nieuwe Stadsherberg, aan een lange palenrij en keek je zo over het IJ uit. Dat ze hier een eigen haven hadden voor de waterschepen geeft al aan hoe belangrijk die waterschepen voor de stad waren en het was dus ook echt ontzettend druk. Een mooi verhaal uit 1651 is 0dat de schuitenvoerders klaagden dat de waterschepen hier eigenlijk altijd de boel blokkeerden. Ze konden hun passagiers helemaal niet de stad in brengen omdat er zoveel waterschepen lagen. Vergeleken met hoe rustig het nu is kan je het bijna niet voorstellen. Wat was nou het belang van die waterschepen? Die waterschepen voerden een gigantische hoeveelheid vis aan om die stad Amsterdam te voeden. Zo waren er op de grote vismarkt op de Dam zelfs speciale waterscheepsbanken waar de waterschepen riviervis aanvoerden. Om een idee te geven van de schaal van de visverkoop in Amsterdam: zo weten we dat er in 1661 in totaal 441 marktkraampjes waren waar je vis kon kopen. Waar daar de oude stad begint en we hier eigenlijk gewoon in het IJ stonden, buiten de stad, stonden we in het water, maar eigenlijk ook in zee omdat het IJ een zeearm van de Zuiderzee was en daarmee Amsterdam ook echt een stad aan zee was. Een echte Zuiderzeestad.
Luchtbeelden van het IJsselmeer, overgaand in een oude kaart.
Voice Over:
Maar de geschiedenis van de waterschepen is niet alleen rooskleurig. Er was ook een zeer donkere kant.
Luchtbeelden van het IJsselmeer, overgaand in luchtbeelden van het dorp Vollenhove. Daar loopt een man over een brug en blijft bij de oude haven staan.
André van Holk:
In de loop van de 16e eeuw zien we waterschepen vanaf de westkust van de Zuiderzee, onder andere Amsterdam, in toenemende mate hier langs de oostkust van de Zuiderzee verschijnen. Hoe komt dat nou? Die waterschippers visten op zoetwatervis. Maar de Kom, dat is dus de westkant van de Zuiderzee, die was aan het verzilten, eerder dan deze kant, dus die waterschippers gingen noodgedwongen hier die zoetwatervis vangen. Een ander punt is dat steden als Amsterdam snel groeiden. Er moesten vele kelen gevoed worden en dat kon door middel van goedkope zoetwatervis die ook nog eens eiwitrijk was. Het feit dat die waterschippers hier massaal naartoe kwamen en ook steeds massaler, dat viel hier in zeer slechte aarde. Waarom? Die waterschippers die visten met zogenaamde sleepnetten of kuilnetten, die werden achter het schip getrokken en die gingen over de zeebodem. Maar aan deze kant van de Zuiderzee dus de lokale vissers hier, die visten met fuiken en dat zijn staande netten. Een ander iets wat speelde is dat de lokale vissers hier die vonden dat de waterschippers met netten visten met veel te nauwe maaswijdten, waardoor de jonge vis ook werd gevangen en de visstand achteruit ging. Dat ongenoegen dat monde uit in wat wij visserijoorlog noemen en die duurde van halverwege de 16e eeuw tot begin van de 17e eeuw. Waarom noemen wij dat nou eigenlijk een oorlog? Er werden schepen in beslag genomen. Er werden visserslieden vastgezet, gevangen genomen. Dus er was echt sprake van een conflict. En dat ging hard tegen hard, waarbij ook doden zijn gevallen. Een middel om die waterschippers tegen te houden was wat men hier gebruikte was onder andere het heien van palen in de Zuiderzee bodem. Die palen staken net iets boven de zeebodem uit, zodat die waterschippers met hun kuilnetten bleven haken achter die palen. Wat er dan met zo'n schip gebeurde, ja, dat kon dan omslaan of in ieder geval vergaan. In het Zuiderzeegebied zijn 400 scheepswrakken aangetroffen, vergaan en 40 daarvan zijn waterschepen. Dat is 10%. Dat is eigenlijk voor een scheepstype is dat relatief heel veel. De vraag is nu zou dat te maken kunnen hebben met die visserijoorlog die hier op de Zuiderzee heerste?
Luchtbeelden van Vollenhove, overgaand in luchtbeelden van de witte tent in het bos. Dan beelden van de opgraving, het scheepswrak ligt als het skelet van een walvis onder de witte tent en een groep studenten legt het hout bloot. Een archeoloog legt uit.
Wouter Waldus:
Wij zijn hier in het ongeveer meest zuidelijke deel van het voormalige Zuiderzeegebied, vlak bij de monding van de rivier de Eem, vlakbij Bunschoten ook. We zijn hier in de plaats Zeewolde. We staan nu op de bodem van de voormalige Zuiderzee en hier ligt een waterschip dat dateert uit het eerste kwart van de 16e eeuw. We graven het hier op op deze plek, omdat het hier is gevonden in de jaren zeventig tijdens de landbouwwerkzaamheden. Het is daarna ter plekke beschermd met een laag grond eroverheen en wij zijn begonnen te kijken naar de kwaliteit van het wrak. Dat was alweer twee jaar geleden. Om te bepalen of het hier duurzaam in de bodem bewaard kon blijven. En dat bleek niet het geval. Dat heeft te maken met de toenemende mate van bodemdaling in Flevoland en de toenemende mate van oxidatie van de bodem, waardoor scheepshout in de bodem geleidelijk aan steeds verder erodeert en verdwijnt. De bovenste delen van het wrak waren al veranderd in een soort turfachtige substantie. Omdat dit schip heel compleet was toen we het aantroffen en omdat we een hele vroege datering ervan kregen, het dateert uit het eerste kwart van de zestiende eeuw, tot nu toe het oudst bekende waterschip uit het Zuiderzeegebied, dus om die twee redenen: conservering en ouderdom en ook de compleetheid natuurlijk hebben we besloten van: Dit is een ideale plek om een opleidingsproject te starten voor studenten.
Een student, Tirza Fransen:
Ik moest veldwerk doen voor mijn tweede jaar van mijn studie vorig jaar en daar kwam deze veldschool eigenlijk bij. En ik vond het wel een hele interessante context. Vooral omdat het scheepsopgraving is waarbij je één werkpunt hebt waarbij je bij veel archeologische opgravingen wel eens meerdere dingen hebt. En hier heb je één context, één eigenlijk heel groot object en dat vond ik wel heel intrigerend omdat je gewoon één locatie hebt waar mensen geleefd hebben en dingen gedaan hebben. En dat ligt hier nu in de bodem als een soort bevroren in de tijd. En dat vond ik wel heel intrigerend. Dat vond ik heel erg leuk.
Een andere student hurkt bij grote stukken hout van het schip, die uit de constructie gesleept zijn.
Trinko Rijs:
Dit jaar bekommer ik me vooral inderdaad om het losse hout wat we uit het schip takelen. Sommige grote stukken, zoals de knieën, ja, die kunnen we echt niet met de hand omhoog tillen dus daar hebben we een kraan voor. Dat leggen we hier dan neer. Dit is ons mini depot als het ware en daar kunnen we hout drogen en losse hout stukken die we interessant vinden. Met name constructie elementen, knieën, verstevigingen, dingen die ons helpen om het schip te begrijpen en de constructie en hoe ze het gebouwd kunnen hebben, hoe alles samenvalt als een als een puzzel eigenlijk.
Archeoloog staat naast de tent
Wouter Waldus:
Bij zo'n scheepsopgraving komen ook allerlei specialisten kijken die iets toevoegen aan het verhaal over de biografie van dat schip. En dan bedoel ik vooral dendrochronologie.
Specialist werkt met studenten aan het hout. Vertelt vervolgens naast de tent en in een op de site gebouwd laboratorium over het onderzoek naar hout.
Marta Domínguez Delmás:
Dendrochronologie is het onderzoek naar jaarringen in hout en door dendrochronologie kunnen we weten wanneer en de bomen gekapt werden en waar het hout afkomstig is. Wat we doen is, we zagen de spanten en de planken in dit geval omdat het schip wordt niet geconserveerd en dan kunnen we de jaarringen meten. Ja, dus hier hebben wij on site een laboratorium gebouwd, want dit doel van deze opgravingen is ook om de studenten te leren over dendrochronologie en hoe kunnen wij dendrochronologie gebruiken als wij zulke vondsten hebben. Dankzij het onderzoek dat de studenten hebben gedaan, hebben we geleerd dat de bomen in 1518, in de lente van 1519 gekapt zijn en het hout het meeste hout van de structuur komt uit Noordwest Duitsland, ten oosten van Nederland. Maar we hebben ook planken van de bun eruit gehaald die uit de Baltische Zee komen, uit het Baltische gebied. En dat is heel interessant, want dan wordt dit niet alleen een scheepswrak, maar het wordt een heel interessant waterschip dat een verhaal kan vertellen over houthandel en ook hout technologie.
Archeoloog naast de witte tent.
Wouter Waldus:
Daarnaast hebben we ook de bun, dus het waterhoudende deel van het schip, goed opgegraven, heel zorgvuldig, laag voor laag en we hebben alles gezeefd en daarin kwamen visresten tevoorschijn en die worden ook onderzocht door specialisten.
Beelden van een kantoorgebouw, overvloeiend in beelden van een laboratorium waar een specialist onderzoek doet naar visresten. Wij zien haar achter de microscoop resten bestuderen.
Inge van der Jagt:
Zo'n waterschip, het waterschip wat we eigenlijk onderzoeken dat is natuurlijk een vissersschip. En het belangrijkste van zo'n vissersschip is dat zij vis vingen. Dus dat is ook iets wat je moet onderzoeken, als je onderzoek doet aan zo'n vissersschip. Daarom is het onderzoek wat wij als archeozoölogen doen zo belangrijk. Want wij geven eigenlijk meer inzicht in wat er dan precies gevangen werd. En daarmee kunnen we ook iets zeggen over waar dat dan wellicht gevangen is en hoe ze dat dan deden. Dus dat zijn allemaal aspecten die heel erg interessant zijn, maar dat begint bij: wat zit er dan in die bun? Welke vissen hebben ze gevangen? Het begint dus bij het materiaal te sorteren. Te splitsen noemen we dat. Om te kijken welke vissenbotjes daarin zitten. Zoals je ziet zijn er een heleboel houtsnippers, kleine botanische stukjes steentjes, soms ook schelpjes en onze eerste taak is eigenlijk om dat te scheiden van de visresten die erin zitten. Als we het materiaal gesplitst hebben dan doen we het in dit soort kleine bakjes en in die bakjes zitten allerlei elementen door elkaar, dus daar hebben we gewoon alle viselementen die we gevonden hebben. De volgende stap is om ook te kijken welke vissen dit zijn en welke elementen. Dat doe ik onder de microscoop. Omdat het heel erg klein materiaal is. Daarvoor maak ik gebruik van onze vergelijkingscollectie. Omdat je zoveel verschillende soorten vissen hebt, is het niet altijd makkelijk om alles uit je hoofd te weten. Dus soms weet je wel waar je moet beginnen, maar is het altijd fijn om even te checken of je zeker het goede hebt gepakt. Het onderzoek naar de visresten is nog in volle gang, dus we hebben nog niet alle resultaten, maar we kunnen in ieder geval zeggen dat we eigenlijk typische Zuiderzeevissen hebben gevonden. En daar bedoel ik mee dat het uit zoetwater afkomstige vissen zijn, maar ook zoutwater en ook brakwater vissen. Het is eigenlijk de hele range. En het is goed mogelijk dus dat we dat schip ook op verschillende plekken in de Zuiderzee gevist heeft.
Archeoloog staat in het wrak en wijst naar stukken hout.
Wouter Waldus:
Dit is de achtersteven, die ligt niet meer op zijn oorspronkelijke plek. Die heeft een opdonder gehad. Maar dat is weer een ander verhaal. Maar wat vooral blijkt uit zo'n scheepsonderdeel is hoe knap het gemaakt is.
Archeoloog naast witte tent.
Wouter Waldus:
Ja, dankzij deze opgravingen en al het specialistische onderzoek dat er naar aanleiding daarvan is gedaan, hebben veel geleerd over de biografie van dit schip. We weten onder meer over de bouw en de bouw volgorde in de vroege 16e eeuw. We weten het een en ander over de operationele fase, over hoe men leefde aan boord en welke vissen men vervoerde, welke vis men ving en we weten wat er is gebeurd na en tijdens de schipbreuk. Hoe het schip uiteindelijk hier terecht is gekomen en bewaard is gebleven. Maar goed, als je echt wil leren hoe zo'n schip daadwerkelijk werd gebouwd, dan moeten we naar Museum Batavialand.
Luchtbeelden van Museum Batavialand, overgaand op beelden van de Bataviawerf waar aan een historisch schip wordt gewerkt.
Voice Over:
In Museum Batavialand komt het maritieme verhaal van Nederland tot leven. De gebouwen herbergen het Nationaal Scheeps Archeologisch Depot, tentoonstellingen over de eeuwenlange relatie met het water en de wereldberoemde Bataviawerf. Op die werf worden historische schepen met grote precisie nagebouwd. Momenteel werkt een toegewijde groep vrijwilligers onder leiding van ervaren scheepsbouwmeesters aan de reconstructie van 16e-eeuws waterschip.
Beelden van studenten die werken aan de reconstructie van een waterschip. Een scheepsbouwmeester begeleidt hen en vertelt.
Frank Dallmeijer:
Ik heb best wel een hoop scheepsopgravingen meegemaakt en wat mij altijd is opgevallen dat we heel graag naar het grote geheel kijken. Hoe groot was het schip, hoe breed waren de gangen, hoeveel gangen zaten er in? En op zich is dat hele waardevolle informatie om een schip eventueel te reconstrueren? Toch mist er heel veel. Want eigenlijk, als je de reconstructie wil maken, wil je ook weten hoe zat het daadwerkelijk aan elkaar vast? Waar wij achterkomen tijdens het reconstrueren van het schip, is dat we vaak heel veel detail missen. De archeologen hebben erg goed hun best gedaan om in het veld alle grote lijnen van het schip te documenteren. En dan blijkt toch dat we een spijker erin slaan en dat dat niet lukt omdat de kop niet mooi vlak op het hout terechtkomt. Moeten we dat dan gaan verzinken? Moeten we de spijker krom maken en dat lijken dan maar hele minuscule vragen als je een heel schip aan het bouwen bent. Maar uiteindelijk zijn dat wel de dingen waar wij op vastlopen. De leuke samenkomst is dat er studenten bezig zijn in Zeewolde om een 16e-eeuws waterschip op te graven wat enorm veel overeenkomsten vertoont met het waterschip hier. Tijdens de opgraving krijgen de studenten dan ook de kans om hier bij Batavialand mee te werken aan de reconstructie, dat is in een aantal workshops, heel divers, maar dus ook echt hands on aan het werk om zelf een onderdeel aan het schip toe te voegen. Dat kan een spijker zijn, dat kan een stukje breeuwwerk zijn, het waterdicht maken van het schip. Het kan een techniek zijn om te leren, bijvoorbeeld het smeden in de smederij. Allemaal met het doel om de studenten nog beter op de opgraving te leren waarnemen, te leren documenteren van alle onderdelen van het waterschip.
Een beeld met allerlei kleine beelden van de film, alle onderzoekers komen nog eens langs.
Voice Over:
Het historisch onderzoek in Het Scheepvaartmuseum, het scheepsarcheologisch onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de reconstructie bij Museum Batavialand. Het is de gecombineerde kennis, vaardigheid en toewijding van al deze specialisten die de sluier over de geschiedenis van het waterschip steeds verder oplichten. En zo krijgt dit belangrijke schip zijn rechtmatige plek in de geschiedenis van ons land.
Archeoloog loopt over lege vlakte waar ooit de opgraving was.
Wouter Waldus:
Op deze plek hebben we afgelopen vier jaar de opgraving van het waterschip verricht. Hier hebben in totaal vijftig studenten de eerste ervaringen opgedaan met de scheepsarcheologie. We hebben alles van het schip opgegraven en alles eruit gehaald. Maar we hebben één ding laten zitten: de kielbalk, de basis van het schip en deze is door studenten gedoopt met bier, bij wijze van symbolische afsluiting van de opgraving. En zo blijft dit laatste onderdeel van dit mooie waterschip bewaard in de Zuiderzeebodem.
Aftiteling:
Het Waterschip
Scenario, camera, drone, geluid en montage
Yuri van Koeveringe
Geïnterviewden
Wouter Waldus – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Tom Nouwen – Het Scheepvaartmuseum
Charlotte Jarvis – Het Scheepvaartmuseum
Bob Pierik – Het Scheepvaartmuseum
André van Holk
Thirza Fransen – Rijksuniversiteit Groningen
Trinko Rijs – Universiteit Leiden
Marta Domínguez Delmás– Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Inge van der Jagt – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Frank Dallmeijer – Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Verder te zien waren
Robert de Hoop - opgravingsleider wrak ZO31
De studenten van de Veldschool Scheepsarcheologie Flevoland ’24-’25
Wouter Hammer – Museum Batavialand
Voice Over
Nienke de la Rive Box
Harmen Sipkema
Voice over tekst
Yuri van Koeveringe & Wouter Waldus
Audionabewerking/opnamestudio
Poul Sven de Haan – Studio Faboem
Color correction/grading
David de Jong
Dronebeelden Het Scheepvaartmuseum
Het Scheepvaartmuseum
Dronebeelden Museum Batavialand
Sander Wit
Historisch beeld
Het Scheepvaartmuseum
Rijksmuseum
Stadsarchief Amsterdam
Arnold de Lange
Animatie scheepsmodel
Rijksmuseum & Tijdlab
Met dank aan
Jeroen van der Vliet - Het Scheepvaartmuseum
Robert Waagmeester - Museum Batavialand
Vincent van der Velde - Museum Batavialand
Jeroen ter Brugge - Rijksmuseum
Aidan Doelman - Het Scheepvaartmuseum
Muziek
Peter Cavallo
Romeo