In Nederland zijn ruim 3200 bronzen (geregistreerde) voorwerpen uit de bronstijd bekend. Het zijn archeologische vondsten van zwaard tot bijl, en van armband tot mantelspeld. Van veel vondsten, soms wel tot 4000 jaar oud, weten we niet waar het materiaal vandaan komt. Een nieuw onderzoeksproject brengt daar nu verandering in. In een serie blogs neemt het projectteam ons mee in hun onderzoek. Ditmaal is het tijd voor de eerste resultaten.
Het zijn spannende tijden. Onze loodisotoopexpert in het team, Stephen Merkel, is bezig om alle uitkomsten van alle bemonsterde voorwerpen na te gaan en nogmaals te checken. Het is een hels karwei. Al die loodisotopenverhoudingen op een rijtje te zetten en met nog veel meer andere data te vergelijken. Ook al staan er her en der nog vraagtekens en zijn er wat slagen om de arm; de eerste conclusies kunnen naar buiten. De afgelopen maanden hebben we op verschillende bijeenkomsten de voorlopige bevindingen gepresenteerd.
Kopertijd?
De oudste objecten die wij hebben bemonsterd, zijn niet van brons gemaakt, maar van puur koper. Het eerste gebruik van koper begint al met wat in andere landen ‘de kopertijd’ heet. In Nederland gebruiken we deze term niet. Er zijn zo weinig voorwerpen dat het de moeite niet is om er een apart tijdvak van te maken. We scharen de koperen voorwerpen uit Nederland onder de late steentijd of de vroege bronstijd.
Een mooi voorbeeld van een hele oude koper(tijd)vondst is de bijl van Ötzi, de beroemde gletsjermummie uit de Ötztaler Alpen. Hij gebruikte zijn bijl ergens in de periode van 3359 en 3104 voor Chr. Interessant is dat de loodisotopen van het kopererts wijzen op een bron in het ertsrijke gebied in Midden-Italië, in het zuiden van Toscane, en niet op kopererts uit de Alpen dat toen ook al werd geëxploiteerd. Een verrassende uitkomst.
Beeld: © Südtiroler Archäologiemuseum Bolzano
Ötzi, de ijsmummie, had deze bijl bij zich. Een prachtige vlakbijl van koper vastgezet met berkenteer en leren banden in een geknikte steen van taxushout.
Dubbelbijl van Escharen
De dubbelbijl die in het Brabantse Escharen is gevonden, is ook een topobject, om verschillende redenen. Behalve dat deze twee bijlkoppen heeft, is ook het gat in het midden opvallend klein. In deze smalle opening past geen stevige houten steel. Dat maakt dat de dubbelbijl als een ceremonieel voorwerp wordt gezien, ongeschikt voor praktisch hakwerk. Verder is de ontdekkingsgeschiedenis verrassend. De dubbelbijl is bij toeval gevonden tijdens de bouw van een garage, in het midden van de jaren zeventig. De vinder legde het in een emmer met andere, roestige troep, die tien jaar later aan een rommelmarkt werd gegeven. Daar werd het verkocht aan iemand die het herkende als iets ouds. Via een advertentie in de krant kwam de koper terecht bij de vinder en wist zo de vindplek te achterhalen. Gaandeweg werd duidelijk dat het een superzeldzaam voorwerp is. Bronsexpert Jay Butler herkende het als een Zabitz-type, een vorm die we vooral uit Centraal-Europa kennen. Uiteindelijk kwam de Escharense bijl goed terecht, in een vitrine van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Beeld: © RMO
De koperen dubbelbijl van Escharen is een indrukwekkend object: bijna 37 cm lang en net geen kilo zwaar.
Een groot voordeel voor ons was dat er ooit iemand al eens een gaatje in de bijl had geboord. Dat gaatje van 2 bij 2 mm was een ideale plek om opnieuw een monster te nemen. Dat de Escharense dubbelbijl is gemaakt van arseenhoudend koper, dat was al uit eerdere studies bekend. Maar dat dat koper waarschijnlijk afkomstig is uit het Slowaakse Ertsgebergte (net als de randbijl van Kessel, zie blog 8), dat is nieuwe informatie.
Het oude, 2 mm-grote, boorgat in de zijkant van de dubbelbijl van Escharen, met middenin ons 1 mm-grote boorgat voor de monstername.
Glanerbrug: bijl of baar?
Wat vertellen de resultaten uit ons loodisotopenproject nog meer? Naast de dubbelbijl van Escharen is ook een ander, bijzonder voorwerp van koper onderzocht: de bijl of baar van Glanerbrug. De vorm is heel apart: vrij plat, met een beetje bolle vlakken, trapeziumvormig en taps toe lopend naar een smalle achterkant. Het oppervlak is heel ruw en wat ‘grofkorrelig’ en wel zodanig dat niet te zien is of er echt een snijde aan zit. Sommige onderzoekers vragen zich dan ook af: is het wel een bijl? Of is het een baar? Een baar is een bepaalde hoeveelheid metaal dat in een blok of schijf is gegoten, om er later andere voorwerpen van te maken. Een halfproduct dus, of een halffabrikaat. In het Engels wordt dit een ingot genoemd.
Net als de dubbelbijl van Escharen kennen we dit soort trapeziumvormige bijlen vooral uit Centraal-Europa. Interessant is dat ook de samenstelling van het koper goed vergelijkbaar is met die van de dubbelbijl. Die van Glanerbrug bestond ook uit 100% arseenhoudend koper, maar had net wat meer zilver in het erts. De loodisotoopverhoudingen geven aan dat dit koper uit een andere mijn komt; uit de buurt van Majdanpek in het oosten van Servië. Het is een van de bekendste, vroege kopermijnen van Zuidoost-Europa.
De bijl – of toch een baar? – die in het Overijsselse Glanerbrug is gevonden, is gemaakt van koper uit het oosten van Servië.
Slowakije en Servië
Dat de Nederlandse koperen voorwerpen van Escharen en Glanerbrug duidelijk banden hebben met Centraal-/Zuidoost-Europa is een mooie uitkomst. Goed beschouwd is het niet verrassend omdat de vorm en het type daar al op wezen. Dit deel van Europa is bovendien zeer rijk aan metalen, met grote voorraden koper en andere metalen in de Westelijke Karpaten en de Transsylvanische bergketens. Maar als je er verder over nadenkt en je probeert het voor te stellen: mijnwerkers die met vuur, stenen hamers en pikhouwelen van gewei verticale aders van kopererts uithakken tot een diepte van 20 m. Dat het koper uit de ertsbrokken wordt gehaald om vermoedelijk de Donau-Rijn-route volgend, 2000 kilometer naar het westen reist, naar Glanerbrug. Respect!
Beeld: © Joris Brattinga
De lezing over het loodisotopenproject op het archeologisch congres Reuvensdagen, in een sessie over wat isotopen voor nieuwe verhalen kunnen brengen.
Deze blog is geschreven door Liesbeth Theunissen (RCE) en is onderdeel van de serie #loodisotopenprojectbronstijd.