De sporen van de Nederlandse maritieme geschiedenis zijn over de hele wereld terug te vinden. Nederlandse schepen zijn in alle uithoeken van de wereld geweest. Bij deze reizen zijn veel schepen vergaan, bijvoorbeeld door gewapende conflicten of slechte weersomstandigheden.
Beheer scheepswrakken buitenland
Scheepswrakken in buitenlandse wateren die in Nederlands eigendom zijn, worden actief door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE ) beheerd. Het gaat om scheepswrakken van de Admiraliteit, de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC) en de Koninklijke Marine. Voorbeelden zijn het VOC-schip de Rooswijk voor de kust van Engeland en de scheepswrakken van Nederlandse marineschepen die in de Tweede Wereldoorlog bij de Slag in de Javazee in Indonesië zijn vergaan. Over de schepen die Nederlands staatseigendom zijn draagt de Nederlandse overheid de verantwoordelijkheid voor wat betreft het beheer van deze schepen. De basis voor het rijksbeleid voor maritiem erfgoed overzee is vastgelegd in het Interdepartementaal beleidskader ‘Nederlandse historische scheepsvondsten en scheepsvindplaatsen in den vreemde’.
Slechts een klein deel is teruggevonden, dus er valt nog veel te ontdekken. Een eerste uitgebreide telling in 2021 leverde al 1626 verdwenen schepen op. Meer hierover is te lezen in het rapport Wrakkentelling. Een kwantitatief onderzoek naar historische Nederlandse scheepswrakken in de wereld, welke in 2022 werd herzien. Het werkelijke aantal, inclusief schepen die dan wel Nederlands, maar niet direct staatseigendom zijn, loopt naar verwachting al snel in de duizenden.
Buitenlandse projecten en samenwerkingen maritiem erfgoed
Nederland werkt in alle gevallen als vlaggenstaat (het land waarin een schip is geregistreerd) nauw samen met kustlanden van de wateren waarin dit erfgoed wordt aangetroffen. Omdat de Nederlandse scheepswrakken, of scheepsresten, in buitenlandse wateren liggen, ontstaat er een zekere afhankelijkheidspositie van dit land. Nederland draagt immers de zorg en verantwoordelijkheid voor het aangetroffen erfgoed. Samenwerking is hier dan ook het sleutelwoord. Een belangrijk aandachtspunt bij de internationale samenwerking is het opleiden van partners in het buitenland. Bijvoorbeeld door middel van trainingen op het gebied van maritiem erfgoedbeheer. Binnen de opleidingsprogramma's werkt de RCE nauw samen met UNESCO, hogescholen en universiteiten. Meer over de samenwerkingen is te lezen in de Eindrapportage Programma Maritiem Erfgoed Internationaal 2017-2021.
Protocollen maritiem erfgoedbeheer
Samen met partners heeft de RCE gekeken naar de verschillende stappen die nodig zijn voor een duurzaam beheer van maritiem erfgoed, inclusief de verantwoordelijkheden die daarbij horen. Hieruit zijn beleid, protocollen en een gewenste manier van werken voortgekomen, bedoeld voor onder anderen maritiem erfgoedprofessionals, beheerders, overheden en derden die vondsten doen. De protocollen zijn te vinden op de Kennisbank en zijn ook in het Engels beschikbaar.
De protocollen zorgen voor een heldere taakverdeling en een duidelijke verantwoordelijkheid van de verschillende stakeholders binnen het maritiem erfgoed beheer. Dit leidt tot een beter beleid en betere bescherming van Nederlandse scheepwrakken wereldwijd en tot een eerlijke en heldere wederkerigheid voor buitenlandse soevereine schepen in Nederlandse wateren. Aan een meldprotocol voor vliegtuigwrakken in het buitenland wordt gewerkt.
Data buitenlandse scheepswrakken
De wrakken worden geregistreerd in het geografische informatiesysteem Managing Cultural Heritage Underwater (MACHU) en de online database Maritime Stepping Stones (MaSS). Op het interactieve platform MaSS kan de bezoeker een bijdrage leveren door een reactie of een vraag te plaatsen. MACHU is niet openbaar toegankelijk.
Meer informatie
Op onze Engelstalige website is in het onderwerp Maritime Heritage meer te lezen over onze werkzaamheden in het buitenland.