Jesse Breet is in 2024 winnaar van de Scriptieprijs Cultuurgoederen WOII. De jury kende de gedeelde tweede plaats toe aan de scripties van Leah Niederhausen en Eléonore Thole. Het is de eerste keer dat deze prijs wordt uitgereikt. In dit rapport staan de bevindingen van de jury. 

De Scriptieprijs

Dit jaar reikt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) voor het eerst de Scriptieprijs Cultuurgoederen WOII (1933-1945) uit. Deze prijs is voor een HBO- of WO-masterscriptie waarvoor in de breedste zin van het woord onderzoek is gedaan naar cultuurgoederen met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog. Naast kunsthistorische invalshoeken komen bijvoorbeeld ook juridische, (cultuur)historische, economische en politieke onderwerpen in aanmerking, mits deze in de context zijn van het onderwerp cultuurgoederen en de Tweede Wereldoorlog. De inzendingen worden beoordeeld op wetenschappelijke kwaliteit, originaliteit, innovatie, de bijdrage aan het discours en kennisontwikkeling, en schrijfstijl.

De jury

De jury van de Scriptieprijs Cultuurgoederen WOII (1933-1945) bestaat uit:

  • Susan Lammers (voorzitter), RCE
  • Iris Looman (plaatsvervangend voorzitter), RCE
  • Henrike Hövelmann, Joods Cultureel Kwartier
  • Martijn Eickhoff, NIOD Instituut vooroorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies
  • Jaap Cohen, Restitutiecommissie

Secretaris van de jury is Daniël Hendrikse, RCE.

Prijs

Aan de eerste prijs is een bedrag van €3.000 verbonden en aan de tweede en derde prijs een bedrag van €1.000. De finalisten zetten dit bedrag in voor een ontwikkeltraject naar keuze.

De drie finalisten van de scriptieprijs Cultuurgoederen WO Il krijgen zowel bij de RCE als bij extern passende podia de mogelijkheid om het onderwerp van hun scriptie te delen. De winnaar van de scriptieprijs Cultuurgoederen WO Il krijgt bovendien de mogelijkheid om een artikel over de scriptie te publiceren in het Tijdschrift van de RCE of een soortgelijke publicatie.

De uitreiking van de prijzen vindt plaats tijdens de Internationale Dag van het Herkomstonderzoek 2024 op de tweede woensdag in april (10 april 2024).

De genomineerden

Uit de negen inzendingen heeft de jury drie finalisten genomineerd. De inzendingen kwamen voornamelijk vanuit de achtergrond van geschiedenis en kunstgeschiedenis, maar er zaten ook studenten boekwetenschappen, Nederlands recht en culturele antropologie bij. De finalisten van de Scriptieprijs Cultuurgoederen WOi l (1933-1945) voor 2024 zijn, in alfabetisch volgorde van achternaam, Jesse Breet, Leah Niederhausen en Eléonore Thole.

Van links naar rechts: Jesse Breet, Leah Niederhausen en Eléonore Thole

Finalisten

Hieronder volgt een overzicht van de finalisten, een samenvatting van de drie scripties en een evaluatie van de jury.

Jesse Breet, 'Grootere diefstal bestond er dus niet.' De roof van huisraden en het proces van Jodenvervolging in Nederland

Jesse Breet (1997) schreef zijn scriptie als afronding van de Research Master Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, onder begeleiding van dr. Moritz Föllmer.

Deze scriptie onderzoekt de roof van Joodse huisraden als onderdeel van de Jodenvervolgingin Nederland. Door gebruik te maken van onder andere getuigenverklaringen, Duitse administratie en naoorlogse schadeclaims laat het onderzoek zien dat het confisqueren van alledaagse bezittingen van Joden een grote rol speelde in het radicaliseren van de daders en het zichtbaar maken van de vernedering en rechteloosheid van de slachtoffers. Tafels, stoelen en theelepels werden daarmee een belangrijk onderdeel van het vernietigende proces van de Holocaust.

De jury vindt deze scriptie goed geschreven en het onderzoek thematiseert een belangrijk onderwerp door op minder kostbare materiële cultuur te focussen. Het gaat over gewone mensen en hun objecten, in plaats van kunsthandelaren en verzamelaars. Bovendien is het knap dat de auteur laat zien dat de roof onder de rovers tot groepsvorming leidde. Er ontstaat een nieuw beeld van de daders en de achterliggende sociale processen. Dit is vernieuwend en een waardevolle bijdrage aan de bestaande literatuur. Door grotere, filosofische concepten te combineren met micro-onderzoek en door te putten uit conventionele bronnen en nieuwe datasets komt de auteur tot overtuigende inzichten.

Leah Niederhausen, Restitution and Memory. The Past made present in Nazi and Colonial Restitution in Germany 1945-2023

Leah Niederhausen (1998) studeerde cum laude af van de Research Master Humanities: Global History aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar scriptie schreef zij onder begeleiding van prof. dr. Wouter Veraart en prof. dr. lnger Leemans.

Deze scriptie onderzoekt de Duitse praktijk van restitutie en herinnering door een vergelijking te maken tussen objecten met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog en die uit een koloniale context. Het onderzoek richt zich op beleid, discours en discussies in de politiek en de media waarbij begrippen als culturele en collectieve herinnering centraal staan. Het uitgangspunt vormt de recente Historikerstreit 2.0, waarbij de mogelijkheid van een vergelijking tussen de Holocaust en het koloniale verleden centraal stond. Van hier uitgaat het over de verschillen en overeenkomsten in restitutie en herinnering tussen beide, zodat een perspectief van een longue durée ontstaat op een complex en relevant vraagstuk.

De jury vindt deze scriptie actueel, maatschappelijk relevant en vernieuwend. Door een vergelijking te maken tussen restituties met betrekking tot bezitsverlies als gevolg van nationaalsocialisme en kolonialisme waagt de auteur zich op moeilijk terrein, zonder hierbij nuance of een kritische blik te verliezen. Het onderzoek is theoretisch, wat het niet makkelijk maakt, maar de lezer krijgt nieuwe denkkaders aangereikt. De auteur staat duidelijk boven de materie en durft het aan om uit te zoomen tot een macroniveau. Bovendien is dit onderzoek relevant voor de toekomst, bijvoorbeeld voor nieuw beleid.

Eléonore Thole,Tweemaal veiliggesteld of tweemaal geroofd? De Russische Trofeekunstwet in het licht van de Washington Principles

Eléonore Thole (1995) schreef haar scriptie als afronding van de master Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek werd begeleid door prof. dr. Gregor Langfeld.

Deze scriptie onderzoekt hoe de Russische Trofeekunstwet zich verhoudt tot de Washington Principles, zowel vanuit (kunst)historisch als juridisch perspectief. Hierbij ligt de focus op het verschil tussen restitutie zoals die in West-Europa gangbaar is tegenover compensatie waar Rusland recht op zegt te hebben. Terwijl compensatoire restitutie haaks staat op wat de Washington Principles beogen, is de nationaliseringvan de kunstwerken door de Russen vanuit Westers perspectief gezien omstreden. Belangrijke vraag daarbij is of de kunstwerken nu tweemaal geroofd zijn - eerst door de nazi's en daarna door de Russen - of dat ze tweemaal gered zijn, zoals Moskou beweert.

De jury vindt deze scriptie een voorbeeld van mooi interdisciplinair onderzoek, dat goed is gedocumenteerd en geschreven. De vergelijking tussen het Russische model en de Westerse aanpak is verhelderend en relevant, zoals de auteur duidelijk maakt door een vergelijking te maken met de situatie in Oekraïne. Het bredere kader van compenserende en persoonlijke restitutie is ook voor andere casussen relevant. De jury vindt het knap hoe de auteur verschillende invalshoeken bijeenbrengt en ontleedt, zonder daarbij zelf met een oordeel te komen.

De winnaar

Op grond van het bovenstaande heeft de jury de eer bekend te maken dat de winnaar van de Scriptieprijs Cultuurgoederen WOi l 2024 is geworden:

Jesse Breet!

De jury is onder de indruk van het onderzoek van Jesse naar de alledaagse materiële cultuur, want de roof van huisraad geeft nieuw inzicht in de dynamiek van de Jodenvervolging. Het onderzoek bevat een mooie verbindende factor tussen het hedendaagse en historische discours. Ook qua methode is het onderzoek van Jesse vernieuwend: visualisaties op basis van data, een voorbeeld van digital humanities, werken verhelderend. Het onderzoek vult een lacune op in de bestaande literatuur over dit onderwerp. Bovendien werd meubelroof voorheen vooral als een Duitse operatie gezien, maar dit onderzoek toont aan welke rol de Nederlanders erin speelden. De brede medeplichtigheid en onverschilligheid in de Nederlandse samenleving zijn geen gemakkelijke thema's, maar het is belangrijk dat het onderzoek dit ook belicht.

De jury kent de tweede prijs ex aequo toe aan de scripties van Leah Niederhausen en Eléonore Thole. Beide auteurs hebben grondig onderzoekgedaan en maken verrassende vergelijkingen die tot nieuwe inzichten leiden. De auteurs durven uit te zoomen tot grotere juridische en historische kaders, zonder daarbij nuances of specifieke omstandigheden uit het oog te verliezen. De jury prijst beide onderzoekers en kent hen graag de gedeelde tweede plaats toe.