De vierde week van de veldschool begon na een kort weekend. Zaterdag was immers de open dag geweest. Deze was soepel en goed verlopen met een mooie opkomst van 320 bezoekers. Onze begeleider publieks­archeologie Evert van Ginkel concludeerde dat dit kwam door de nodige flexibiliteit, goede samenwerking en de grote scheeps­archeologische kennis die deelnemers intussen hadden opgedaan. Het was een geslaagde leer­ervaring en een feestje voor de archeologie.

Hoe dan ook moesten we maandag weer flink aan de bak. Want vanaf dat moment stond het onderzoek van het turfschip in het teken van het toewerken naar een goede afronding van het veldwerk en het zoeken naar geschikte monsters voor dendrochronologie. In Museum Batavialand werd intussen een vergelijkend onderzoek naar scheepsinventarissen gedaan en nader onderzoek verricht aan de metaalvondsten. Daarover later meer.

Jaarringmonsters verzamelen

Met de nodige moeite konden we een aantal geschikte jaarringmonsters verzamelen die op woensdag onder begeleiding van Marta Domínguez en Thirza Fransen door drie deelnemers werden onderzocht. Deze intensieve stoomcursus dendrochronologie leverde een voorlopig resultaat op: een bouwdatum rond 1750. Hiermee werd duidelijk dat het turfschip zo’n 22 jaar in de vaart is geweest tot de laatste fatale reis. En het is denkbaar dat we het tijdstip van vergaan ook te weten gaan komen: het zakhorloge van de schipper bleek te zijn achtergebleven..

De zilveren filigraan knopen

Deze onfortuinlijke schippersfamilie bleek meer persoonlijke bezittingen te zijn verloren. Bij het schoonmaken van de knopen in het conserveringslaboratorium werd duidelijk dat het gaat om zeer verfijnde zilveren filigaantechniek. Uiteraard zal deze vondst nog veel interessante informatie opleveren over de herkomst en het type kledingstuk.

Baggerturf met een strik eromheen

Baggerturf relatiegeschenk (officieel gedeselecteerde archeologische vondsten)

Met deze mooie resultaten konden we de collega’s en omwonenden op de afsluitende donderdagmiddag trakteren op goede verhalen bij de eindpresentatie van het veldwerk. Maar er moest eerst nog één klein praktisch probleem worden opgelost en dat was de grote hoeveelheid turfblokken die uit het wrak waren gekomen. Turf is schitterend, maar ruim 200 turven is te veel om voor altijd te bewaren. Met zo’n 25 turven weet je het wel. Dankzij de vlotte afstemming met onze collega’s van het provinciaal depot van Flevoland konden we dit praktische probleem omdraaien in een kans op participatie. Baggerturf met een rode strik eromheen: het ideale archeologische relatiegeschenk om de omwonenden een blijvende herinnering te geven aan dit archeologische project.

Het optreden van het Oosterwoldse Zangkoor bij het voor de laatste keer schoongemaakte wrak

Uiteraard werd dit cadeau met de nodige toelichting aan de vertegenwoordigers van de VvE Eemgoed uitgereikt, waarna van deze zijde publiekelijk werd uitgesproken dat men het heeft ervaren als een geslaagd en verrijkend project voor de omgeving. En zo eindigde deze dag met een prachtig a tentella optreden van het Oosterwoldse zangkoor, waarna iedereen tevreden met een gestrikte plak gedroogde bagger op huis aan ging.

De laatste turfschipper van Nederland

Daarmee was de veldschool nog niet ten einde, want vrijdag zou de laatste excursie plaatsvinden. Na de Zuiderzee op vier wielen te zijn overgestoken, werden we ontvangen door de laatste turfschipper van Nederland: Gerard Meijer, die zijn schip in de historische haven van het Zuiderzeemuseum heeft liggen. Zijn verhaal over de reis met een lading turf over de ‘Zuiderzee’ was een boeiende afsluiter, een geturfde onderneming.

Turfschipper Gerard Meijer verwelkomt ons

En zo kwam het moment dat vier weken intensieve scheepsarcheologische indoctrinatie tot een einde kwam. We hebben onze dertien jonge talenten verrijkt en moe weer vrijgelaten in de woeste baren van hun studentenleven. Maar zoals dat gaat met maritiem gelabelde soorten: deze komen vast weer eens terug. De liefde voor dit vakgebied zit diep en die hebben we met veel plezier overgedragen. Ik wil daarom alle collega’s van Museum Batavialand en mijn directe collega’s bij de RCE enorm bedanken voor de geweldige inzet om ook dit jaar van de Veldschool Scheepsarcheologie Flevoland tot een succes te maken.

Over de Veldschool Scheepsarcheologie Flevoland 2026

Wouter Waldus en Robert de Hoop begeleiden de Veldschool Scheepsarcheologie Flevoland 2026. Het project en dus ook de opgraving duurt in totaal vier weken. Elke week schrijven studenten een blog over alle bevindingen en vorderingen in het onderzoek.

Deze vierde en laatste blog is geschreven door Wouter Waldus en is onderdeel van een vierdelige reeks: #veldschoolflevoland.