In Nederland zijn ruim 3200 bronzen (geregistreerde) voorwerpen uit de bronstijd bekend. Het zijn archeologische vondsten van zwaard tot bijl, en van armband tot mantelspeld. Van veel van die vondsten, soms wel tot 4000 jaar oud, weten we niet waar het materiaal vandaan komt. Een nieuw onderzoeksproject brengt daar nu verandering in. In een serie blogs neemt het team ons mee in hun onderzoek. Ditmaal maken we kennis met projectcoach R. Alan Williams, wiens expertise en kennis van onschatbare waarde zijn.

Beeld: © Alan Williams

Projectcoach Alan Williams voor de ingang van de Great Orme-mijn bij Llandudno in Wales

Hoe doe je onderzoek in een vakgebied dat nieuw is en waarin je als team nog moet zoeken en groeien? Voor een geslaagde synergiecocktail zijn een paar ingrediënten van belang. Essentieel is het samenbrengen van verschillende specialismen, talenten, kennis en perspectieven. Al deze elementen zitten in de hoofden van nieuwsgierige mensen, die van de ander willen leren. Daarbij is het heel handig wanneer je als team gebruik kunt maken van de inzichten van een ervaringsdeskundige. Iemand die veel weet over loodisotopen en prehistorische mijnbouw, maar ook thuis is in de actuele discussies en de academische wereld goed kent. Kortom, een coach. Die vonden we in R. Alan Williams. Hij maakt sinds de start van het project deel uit van het team.

Van tin naar koper

Alan is opgeleid als mijnbouwgeoloog, aan de Royal School of Mines, Imperial College Londen. Hij raakte in de ban van tin toen hij als student onderzoek deed in de Wheal Jane tinmijn in Cornwall. Zijn liefde voor tin bleef, weliswaar op de achtergrond toen hij hoofd was van de afdeling Grondstoffen en Glascomposities van het internationale glasbedrijf Pilkington. Hij was verantwoordelijk voor de inkoop van grondstoffen voor de glasproductie in meer dan 20 landen. In 2012 ging hij met vervroegd pensioen. Daardoor kreeg hij tijd om zijn expertise op het gebied van geochemie, ertsgeologie, mineralogie en pyrotechnologie toe te passen op de archeologie. Hij koos een nieuwe invalshoek, de mine-based metal groups approach, met de Great Orme-mijn in Wales als testcasus. Zijn benadering gaat uit van de mijnen zelf, en niet van de metaalgroepen die op basis van bronstijdartefacten zijn gedefinieerd. Dat omdenken leidde in 2018 tot het behalen van een doctoraat aan de Universiteit van Liverpool. Zijn studie zette de Great Orme op de kaart als een van de grootste kopermijnen van Noordwest-Europa.

Welkomstbord bij Great Orme mijn in Wales

Waar is al dat kopererts gebleven?

Williams publiceerde in 2023 een toegankelijk boek over zijn promotiestudie, getiteld Boom and bust in Bronze Age Britain. The Great Orme copper mine and European trade. Daarin legt hij helder uit hoe je door archeologische en geologische kennis te combineren en nieuwe analysemethoden in te zetten, een duidelijk antwoord krijgt op de vraag waar al dat kopererts eigenlijk is gebleven. Het blijkt dat het erts uit de Great Orme-mijn een karakteristieke samenstelling heeft. Er zit (relatief) veel arseen en nikkel in, maar is laag in antimoon en zilver. Great Orme-koper dat in brons is verwerkt, heeft een duidelijke ‘fingerprint’. Zo is het mogelijk om het gebruikte kopererts door heel Europa te ‘volgen’, zelfs zonder loodisotopenanalyse toe te passen. Al is een bevestiging van de herkomst op basis van de loodisotopenverhoudingen heel prettig. Een mooi voorbeeld in ons project is de mantelspeld die in Amsterdam is gevonden. De samenstelling van het brons was bepaald met behulp van de draagbare XRF. Daaruit bleek dat de verhouding arseen, nikkel, antimoon en zilver exact overeenkwam met die ‘vingerafdruk’ van de Great Orme-mijn. De loodisotopen beaamden dat.

Deze mantelspeld is op 12 meter diepte onder het Damrak in Amsterdam gevonden bij archeologisch onderzoek in het kader van de Noordzuidlijn. Het lag in een opvulling van een kreekgeul, de voorloper van de rivier de Amstel.

Intensief en wijdverspreid

Twee eeuwen lang, tussen 1600-1400 voor Chr., is de Great Orme intensief geëxploiteerd. De omvang van de mijngangen suggereert dat er vele honderdduizenden bronzen voorwerpen van dat kopererts moeten zijn gemaakt. Alan berekende dat er een hoeveelheid erts is gemijnd waar 1,8 miljoen hielbijlen van gemaakt zouden kunnen zijn. Meer dan genoeg koper voor bronstijdsamenlevingen in Groot-Brittannië: de rest werd verhandeld naar het vasteland. Het erts is vastgesteld in bronstijdvoorwerpen in Tréboul (Frankrijk), Voorhout (Nederland) en in Hönö (Zweden). Onlangs zijn ook Denemarken, Noorwegen en Polen aan dit rijtje toegevoegd. Het zijn vaak plekken die vrij dicht aan de kustlijn van toen lagen. Interessant is dat van de 203 door ons onderzochte voorwerpen ruim 20 een Great Orme-afkomst hebben. Dat zijn objecten die niet alleen in onze kustprovincies zijn gevonden, maar ook in Drenthe en Noord-Brabant. Het is intrigerend om te achterhalen tot waar in Noordwest-Europa Great Orme-koper terecht is gekomen. Dat is iets voor de toekomst.

De exploitatie van de Great Orme-mijn wijst op een grootschaligheid waar je u tegen zegt. Dan moet je denken aan mijnbouwgemeenschappen die waarschijnlijk fulltime bezig waren met het winnen van het erts, het vervaardigen van koperbaren en het verspreiden ervan door uitwisseling met andere goederen of diensten.

Beeld: Wikipedia

St. Michael’s Mount bij Penzance in Cornwall is een van de sleutelvindplaatsen die in het tinproject door Alan en zijn collega’s verder wordt onderzocht. Deze plek lijkt cruciaal te zijn voor de handel in tin gedurende de bronstijd

Van koper naar tin

De laatste jaren is Alan weer nauw verbonden met zijn eerste liefde, tin. Hij zette – samen met anderen vanuit de universiteit van Durham – het project Ancient Tin op. Dat was gericht op tin in Cornwall en tinbaren die in vier scheepswrakken uit de brons- en ijzertijd voor de kust van Engeland (Salcombe) en in het Middellandse zeegebied zijn gevonden. Op basis van de samenstelling en isotoopverhoudingen (van lood en tin) kwam duidelijk naar voren dat dit tin onmiskenbaar uit Cornwall en Devon afkomstig moest zijn. Het was Zuidwest-Engeland en niet Azië dat bepalend was voor de grote technologische en culturele overgang van koper naar volledig tin-brons in heel Europa en daarbuiten.

Het landschap van Cornwall zit vol sporen van prehistorische mijnbouw.

Een goed team kan niet zonder coach

Als coach wordt Alan zeer gewaardeerd door de projectteamleden. Hij stelt voortdurend vragen, zoals: hoeveel koper- of bronsbaren zijn er in Nederland die zouden kunnen duiden op lokale productie? Antwoord: eigenlijk geen. Hij geeft leestips en suggereert afbeeldingstricks. Hij deelt zijn kennis zodat wij als team sneller leren en niet steeds opnieuw het wiel hoeven uit te vinden.

Beeld: © Alan Williams

Great Orme-mijn vanuit de lucht. De badplaats Llandudno op de achtergrond

Deze blog is geschreven door Liesbeth Theunissen (RCE) en is onderdeel van de serie #loodisotopenprojectbronstijd.