In Nederland zijn ruim 3200 bronzen (geregistreerde) voorwerpen uit de bronstijd bekend. Het zijn archeologische vondsten van zwaard tot bijl, en van armband tot mantelspeld. Van veel van die vondsten, soms wel tot 4000 jaar oud, weten we niet waar het materiaal vandaan komt. Een nieuw onderzoeksproject brengt daar nu verandering in. In een serie blogs neemt het projectteam ons mee in hun onderzoek.

In het project werken ook studenten mee. Door hun eigen onderzoek vorm te geven doen zij een wereld aan nieuwe ervaringen op. Martha Schuppert, inmiddels afgestudeerd archeoloog, bestudeerde 65 bronstijdobjecten uit 25 woonplekken in de zuidelijke provincies. Ze blogt over de verrassende uitkomsten die tijdens haar onderzoek aan het licht kwamen.

Gevonden voorwerpen

Veruit de meeste bronzen voorwerpen zijn teruggevonden in de natte delen van ons landschap: in rivieren, lage beekdalen, moerasgebieden en venen. Het gaat dan vaak om grote objecten zoals zwaarden, bijlen en speren. Hoe meer context een vindplaats biedt, hoe beter we iets kunnen zeggen over hoe en waarom een bepaald voorwerp op een specifieke plek is terechtgekomen. Ontbreekt die context - en dat is vaak het geval - dan denken we al snel aan een rituele handeling, waarbij het brons ooit bewust door de eigenaar is achterlaten.

Beeld: © ADC-Archeoprojecten

Deze bronzen voorwerpen zijn tijdens de opgraving in Heeswijkse Kampen te Cuijk gevonden. Het gaat om drie knopen (phalerea), een speerpunt, twee armbanden en een mes

Wat bodemsporen vertellen

Veel zeldzamer zijn de bronzen voorwerpen die op (drogere) plekken van oude woonerven zijn ontdekt. Maar dat zijn wel de nederzettingsvindplaatsen die ons nu een indruk geven van hoe men 3500 jaar geleden leefde. In de bodem hebben de mensen van toen allerlei sporen achtergelaten. Vooral de plekken waar zij woonden en waar zij hun doden begroeven zijn bij archeologisch onderzoek te herkennen. Hoewel we nog steeds niet helemaal zeker weten hoe een woonerf er destijds uitzag, herkennen we in de bodem bewoningssporen zoals kuilen, waterputten, greppels en paalsporen. Een groep paalsporen kan dan wijzen op de restanten van een boerderij of een bijgebouw.

Beeld: © Hans Splinter

Op verschillende plekken in Nederland zijn bronstijdboerdeijen nagebouwd, zoals deze in Archeon, in Alphen aan de Rijn. Het waren grote gebouwen van zo’n 25 meter lang, waar de mensen samen met hun vee onder hetzelfde dak woonden.

Brons op het erf

Door de voorwerpen die op deze woonplekken zijn gevonden te onderzoeken, kunnen we ons verder verdiepen in de gebruiken en gewoontes van de mensen van toen. Voor mijn onderzoek inventariseerde ik voor Zuid-Nederland (Noord-Brabant, Limburg en het Oostelijk Rivierengebied in Gelderland) welke bronzen voorwerpen op locaties van bronstijdnederzettingen zijn gevonden. Dat waren er meer dan we vooraf hadden verwacht, en resulteerde in een overzicht van 65 voorwerpen uit 25 woonplekken.

Beeld: © Martha Schuppert

Een overzichtskaart met de verspreiding van de voorwerpen in het onderzoeksgebied

Kleine selectie, grote kennisbron

De bronzen voorwerpen onderzocht ik op type, materiaal, en vooral op hun relatie tot de daar aangetroffen grondsporen. Dat deed ik op basis van het opgravingsrapport dat over het onderzoek was verschenen, en soms kon ik ook het object zelf bestuderen. Door te kijken naar de vorm (typologie) van de voorwerpen en deze te vergelijken, is het mogelijk de voorwerpen in de tijd te plaatsen. Vaak helpt het als een object samen met andere vondstmateriaal is aangetroffen. Zo is de ouderdom nog preciezer te bepalen. De meeste voorwerpen in mijn onderzoek komen uit de midden- tot late bronstijd, de periode van 1800-800 voor Chr.

Binnen het totaal aan bronsvondsten waren er verschillende categorieën te herkennen. De grootste groep is gereedschap, 26 stuks (sikkels, beitels, priemen, bijlen, messen en een haak/pincet), gevolgd door 16 sieraden (mantelspelden, spiralen, knopen en kralen) en acht wapens (speerpunten, dolken en pijlpunten). Eén restant van een gietkanaal heeft betrekking op de productie, op het gieten van brons. Van elf voorwerpen weten we niet precies wat het was, omdat zij te slecht bewaard zijn gebleven.

Verschillende soorten voorwerpen die zijn gevonden binnen de nederzetting en hun aantallen 

Martha Schuppert

Kwijtgeraakt of bewust achtergelaten?

Als we kijken naar waar de voorwerpen precies zijn gevonden, dan valt op dat de meeste objecten (zo’n 80%) zonder context zijn gevonden. Deze objecten zijn niet gevonden in sporen van gebouwen of in een waterput, maar vlak onder het maaiveld, in de moderne ploeglaag of in de aarde die bij het graven vrijkwam. Vaak zijn deze met een metaaldetector gevonden.

Slechts een klein deel (20%) is wel in sporen gevonden, door archeologen die de opvulling van deze sporen zorgvuldig met de troffel of schop onderzochten. Opvallend daarbij is dat het vooral om kleine voorwerpen gaat. Bovendien zijn deze vaak in combinatie met de grote hoeveelheden aardewerk en botmateriaal in de sporen terechtgekomen. Het is onwaarschijnlijk dat het hier gaat om een bewuste (rituele) plaatsing. Het lijkt erop dat ze daar per ongeluk zijn achtergebleven, en dus zijn kwijtgeraakt.

Een van mijn aanbevelingen is dan ook een oproep aan de archeologen in het veld. Als je een bronstijdsite opgraaft, wees bewust dat je bronzen voorwerpen kunt vinden, in sporen, maar vooral ook vlak onder het maaiveld. Probeer ook voor deze categorie de precieze context te achterhalen en vast te leggen. Dat geeft meer inzicht in wat de bronstijdmensen aan brons gebruikten, hoe en wanneer, en of het voorwerp doelbewust op een betekenisvolle plek in huis of haard is achtergelaten.

Beeld: © RCE

Tijdens de opgraving Maasbroeksche Blokken te Boxmeer is een kleine beitel gevonden in een silokuil. De foto laat een doorsnede van de kuil zien, met de verschillende lagen. De beitel is gevonden in een van deze lagen, toen de kuil bijna was opgevuld

Deze blog is geschreven Martha Schuppert en is onderdeel van de serie #loodisotopenprojectbronstijd.