Afgelopen week werd op landgoed De Groote Scheere bij Holthone bijzonder archeologisch onderzoek gedaan naar de Slag bij Ane (1227). Het was de eerste keer dat in Nederland een middeleeuws slagveld op systematische wijze werd onderzocht. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) werkte hierbij samen met veteranen van Recovery on the Battlefield (ROTB) en detectoramateurs van de Stichting Overstichtse Oorlogen (SOO).

Beeld: © RCE, Jos Stöver

Detectoramateur en veteraan aan het werk

Unieke samenwerking

Het project brengt vrijwilligers en professionele archeologen samen in een uitzonderlijke combinatie van expertise. De veteranen van ROTB, die tijdens hun militaire inzet fysiek of psychisch gewond (PTSS) raakten, brengen specifieke militaire kennis in en hebben  samen met de detectoramateurs een forse hoeveelheid vondsten verzameld. Eerder bleek bij een vergelijkbaar project op het slagveld van Waterloo dat werken op voormalige slagvelden voor veteranen voor ontspanning en rust zorgt. Het is voor hen geen therapie, maar we zijn wel therapeutisch bezig, aldus projectleider Hans van de Ven van het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht, die ter plekke een team van 35 mensen aanstuurt, waarvan 19 veteranen.

Ook los van de archeologische resultaten mag het project als geslaagd worden beschouwd: de veteranen hebben een geweldige week beleefd, zowel onderling als samen met de andere deelnemers en onderzoekers.

Het gebied wordt al jaren onderzocht door SOO. Senior archeoloog Jan van Doesburg (RCE ) benadrukt het belang: Voor het eerst kunnen we gericht en systematisch onderzoeken waar het slagveld heeft gelegen. De Slag bij Ane is een uitgelezen casus om te laten zien wat slagveldarcheologie kan betekenen voor ons begrip van de middeleeuwen.

De Slag bij Ane: een dramatische confrontatie

De veldslag bij Ane geldt als een van de meest dramatische confrontaties uit de Nederlandse middeleeuwen. Op 28 juli 1227 leed het professionele ridderleger van de Utrechtse bisschop Otto van Lippe een onverwachte en verpletterende nederlaag tegen Rudolf van Coevorden en een leger van Drentse boeren. De Drenthen lokten bewust een treffen uit in het moerassige gebied , waar de zwaar bepantserde ridders met hun paarden wegzonken in de drassige grond. Een groot aantal ridders kwam om, waaronder bisschop Otto zelf.

De slag wordt beschreven in de zogenaamde Narracio uit 1232, die voor Groningen en Drenthe geldt als een belangrijkste middeleeuwse kroniek. De gevolgen waren verstrekkend: het gezag van de bisschop van Utrecht over Drenthe en de stad Groningen verminderde sterk, en beide streken gedroegen zich daarna min of meer autonoom — tot aan de toetreding tot de Republiek in de zeventiende eeuw.

De Vereniging Herdenking "Slag bij Ane" houdt de herinnering aan deze historische gebeurtenis al decennia levend. Sinds de onthulling van het monument in Ane op 29 juli 1967 organiseert de vereniging jaarlijks een herdenking, waarbij een historicus of archeoloog de slag in een breder historisch perspectief plaatst. Volgend jaar is het 800 jaar geleden dat de slag plaatsvond.

Beeld: © RCE, Jos Stöver

Deelnemers aan het werk bij een gegraven put

Veelbelovende vondsten

Op het landgoed en in de bredere Drents-Overijsselse grensregio zijn de afgelopen jaren al diverse mogelijke slagveldvondsten gedaan: stijgbeugels, speerpunten, een ruiterspoor, een hoefijzer én een pommelkroon — een bronzen bekroning van het heft van een dolk, in dit geval versierd met een wapen en een Malteser kruis.

Het huidige onderzoek leverde eveneens resultaten op. Een aantal vondsten kan mogelijk in verband gebracht worden met de Slag van Ane. Daarnaast kwam een opmerkelijk grote hoeveelheid vondsten aan het licht die samenhangen met oorlogsgeweld rondom Coevorden gedurende de Tachtigjarige oorlog. Een herinnering aan de rijke militaire geschiedenis van dit grensgebied die de onderzoekers hadden verwacht aan te treffen.   

De spreiding van die vondsten over een groter gebied is veelzeggend. Dit maakt de slag anders dan een klassieke veldslag, waar twee partijen op elkaar botsen en dan is het klaar," legt Van Doesburg uit. "Hier zijn de troepen van de bisschop op de vlucht geslagen en achtervolgd door de troepen van Rudolf van Coevorden. De schermutselingen vonden dus over een groot gebied plaats, waardoor op diverse plekken resten van de slag achtergebleven zijn.

Bij het onderzoek zijn putten van één bij één meter gegraven. Een diepe veenlaag biedt bijzondere hoop: organisch materiaal — ook menselijke of dierlijke resten — kan in veen uitzonderlijk goed bewaard blijven, zoals de vele veenlijken uit Drenthe illustreren. Van Doesburg schetst de mogelijkheden: Stel dat je een hoefijzer in de grond vindt, dan zou het paard dat erbij hoort hier nog aan vast kunnen zitten.

De onderzoekers temperen tegelijk de verwachtingen: vooral metalen voorwerpen zoals wapendelen, uitrustingsstukken en paardentuig worden verwacht, maar hun aantal zal vermoedelijk beperkt blijven.

Opmaat naar herdenkingsjaar

Bert Finke van de Stichting Overstichtse Oorlogen onderstreept de regionale betekenis: Voor de regio is dit een verhaal dat al 800 jaar voortleeft. Het is bijzonder dat we nu samen met archeologen en veteranen kunnen bijdragen aan nieuw historisch inzicht over de exacte locatie.

Het archeologisch onderzoek is tevens de opmaat naar een bijzonder herdenkingsjaar. Op 28 juli 2027 is het precies 800 jaar geleden dat de Slag bij Ane plaatsvond. Al op 25 juli 2025 start het Herdenkingsjaar Slag bij Ane 800 jaar, met een jaar lang activiteiten in gemeenten uit Overijssel, Drenthe en Groningen. Plannen omvatten twintig openluchttheatervoorstellingen bij Ane voor telkens tot duizend bezoekers, een nieuwe fietsroute met bewegwijzering en QR-codes, en mogelijk een app, podcast of digitale game.

Het onderzoek vond plaats op Landgoed De Groote Scheere, eigendom van de verzekeringsmaatschappij a.s.r., tot het begin van de twintigste eeuw was het gebied grotendeels moeras. De ontginningen die vanaf 1920 plaatsvonden, hebben geleid tot een afwisselend landschap van oud cultuurlandschap en jong ontginningslandschap, een contrast dat het gebied bij uitstek geschikt maakt voor archeologisch onderzoek.

Beeld: © RCE, Jos Stöver

Luchtfoto van het onderzoeksgebied