De subsidie voor woonhuismonumenten in Caribisch Nederland wordt verleend voor de kosten van werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het monument (hierna: instandhoudingswerkzaamheden). Het gaat om de instandhouding van het casco en die onderdelen van het monument waaraan het zijn bijzondere waarde ontleent.

Werkzaamheden aan nieuwe onderdelen van het gebouw worden niet aangemerkt als instandhoudingskosten. Denk bijvoorbeeld aan:

  • een nieuwe vloer, badkamer of keuken;
  • installaties, zoals een airco;
  • kosten voor verduurzaming, comfortverbetering, verfraaiing of reconstructie;
  • kosten voor veranderd gebruik.

Subsidiabele werkzaamheden

De subsidie is bedoeld voor zowel achterstallig onderhoud als voor restauratie. Met restauratie worden werkzaamheden bedoeld die verder gaan dan het reguliere onderhoud en noodzakelijk zijn voor herstel. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten de werkzaamheden:

  • gericht zijn op maximaal behoud van de monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies;
  • technisch noodzakelijk zijn;
  • sober en doelmatig worden uitgevoerd.

Alleen werkzaamheden die worden genoemd in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten (hierna: de Leidraad) zijn subsidiabel. De Leidraad is een bijlage bij een andere subsidieregeling (de Subsidieregeling instandhouding monumenten), maar is ook van toepassing op deze subsidie voor woonhuismonumenten in Caribisch Nederland. Van de Leidraad wordt een samenvatting gemaakt, toegespitst op de monumenten in Caribisch Nederland. Deze wordt ook vertaald naar het Engels. Zodra beide versies gereed zijn, worden ze op deze en de Engelse website geplaatst.

Op overheid.nl vindt u de volledige, Nederlandstalige Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten.

Toekomstige werkzaamheden

Er wordt geen subsidie verleend voor kosten van werkzaamheden die zijn begonnen of voltooid voordat op de subsidieaanvraag is beschikt (uiterlijk eind februari 2027). Na het ontvangen van een besluit tot subsidieverlening heeft de subsidieontvanger twee jaar tijd om de instandhoudingswerkzaamheden uit te voeren.