Niet-woonhuisrijksmonumenten
Subsidie voor grote restauratieopgaven kan alleen worden aangevraagd voor de restauratie van rijksmonumenten die niet als woonhuis worden aangemerkt. Hierbij kan het naast gebouwde rijksmonumenten ook om groene rijksmonumenten gaan, zoals een historische tuin- en parkaanleg. Archeologische monumenten komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.
Wat als woonhuis wordt aangemerkt, wordt op dezelfde manier bepaald als in de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). Het gaat om een rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat nu voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is.
Bepaalde monumenten worden nooit als woonhuis aangemerkt, ook niet als ze inmiddels worden bewoond. Dit is het geval als het een kerkgebouw, kerkelijk dienstgebouw in kerkelijk gebruik, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren betreft, of als het gebouw onderdeel uitmaakt van een geregistreerd museum.
Wat geldt als een grote restauratieopgave?
Alleen projecten met meer dan € 2,5 miljoen aan subsidiabele restauratiekosten komen in aanmerking voor subsidie. Als de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op groene monumenten, dan is dit drempelbedrag € 1 miljoen.
Rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten
Subsidie kan worden aangevraagd voor een grote restauratieopgave die betrekking heeft op één rijksmonument of zelfstandig onderdeel daarvan, of op een samenstel van rijksmonumenten.
Bij een zelfstandig onderdeel kan het gaan om een zelfstandige bouwkundige eenheid, een toren van een kerkgebouw, of alle delen gezamenlijk van een groen monument die aan één eigenaar behoren. Dit is hetzelfde als in de Subsidieregeling instandhouding monumenten.
Bij een samenstel van rijksmonumenten gaat het om rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen van één eigenaar, waarbij sprake is van een onderlinge samenhang die mede bepalend is voor de monumentale waarde. Het gaat daarbij zowel om een ruimtelijke als om een cultuurhistorische samenhang, zoals bij een complex van rijksmonumenten. Dat betekent dat de samenhang van de samenstellende onderdelen een meerwaarde geeft aan het geheel, en daarmee ook aan elk van de onderdelen. Omdat er in de praktijk rijksmonumenten zijn die een vergelijkbare samenhang hebben als een complex zoals bedoeld in het rijksmonumentenregister, maar die niet als complex zijn beschermd, gaat deze regeling niet uit van het begrip complex, maar van een samenstel van rijksmonumenten. Dit begrip is ontleend aan de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten. In tegenstelling tot die subsidieregeling mag er in een samenstel van rijksmonumenten op grond van deze regeling echter géén woonhuis zitten.
Of er sprake van is van een samenstel van rijksmonumenten is ter beoordeling van de minister, dat wil zeggen namens deze de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Twijfelt u of er in uw geval sprake is van een samenstel van rijksmonumenten, dan kunt u hierover voorafgaand aan de subsidieaanvraag contact opnemen met de RCE via info@cultureelerfgoed.nl. Voeg bij uw vraag een beknopte uitleg van de onderlinge samenhang en een overzichtskaart waarop de desbetreffende rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen duidelijk zijn weergegeven.
Eigenaren
Subsidie kan worden aangevraagd door een eigenaar die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument. Een eigenaar kan een particuliere eigenaar zijn of een organisatie, zoals een bedrijf, stichting, vereniging of gemeente. Als er sprake is van gedeeld eigendom of een gedeeld zakelijk recht (mede-eigenaren), dan worden de eigenaren of rechthebbenden samen als de eigenaar gezien. Andere zakelijke rechten dan eigendom zijn bijvoorbeeld erfpacht of vruchtgebruik. Economisch eigendom geldt niet als eigendom als bedoeld in deze subsidieregeling.
Ondernemingen in financiële moeilijkheden
Er wordt geen subsidie verleend als de subsidieontvanger in financiële moeilijkheden verkeert. Dat zou strijd kunnen opleveren met de regels voor geoorloofde staatssteun uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) van de Europese Unie. Dit geldt ook als er ten aanzien van één of meer mede-eigenaren een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV.