Alleen restauratiekosten en kosten voor normaal onderhoud die daarmee samenhangen komen voor de Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten in aanmerking.
Restauratie
Subsidie kan worden verstrekt voor restauratiewerkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van monumentale onderdelen van het rijksmonument. De technische noodzaak moet worden aangetoond aan de hand van een inspectierapport. Alleen werkzaamheden die worden genoemd in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten zijn subsidiabel. De werkzaamheden moeten sober en doelmatig zijn en gericht op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies.
Sober betekent dat er niet meer wordt gesubsidieerd dan nodig vanuit oogpunt van instandhouding van het monument. Doelmatig wil zeggen dat het voor subsidie ingediende restauratieplan in principe betrekking moet hebben op de werkzaamheden die in het inspectierapport als het meest urgent zijn aangemerkt.
Normaal onderhoud
De kosten van normaal onderhoud kunnen worden meegenomen in de subsidieaanvraag als deze direct samenhangen met de restauratie, of als het efficiënter is om dit onderhoud uit te voeren tegelijkertijd met de restauratiewerkzaamheden. Onderhoudskosten waarvoor al instandhoudingssubsidie is verstrekt kunnen uiteraard niet nogmaals opgevoerd worden. Een aanvraag met uitsluitend onderhoudskosten komt niet in aanmerking voor restauratiesubsidie; hiervoor kan een aanvraag voor instandhoudingssubsidie worden gedaan.
Niet-subsidiabele kosten
Niet-subsidiabel zijn kosten:
- van werkzaamheden die al zijn aangevangen of afgerond vóór de subsidieverlening (met uitzondering van kosten ten aanzien van de voorbereiding van de aanvraag, zoals aanbestedingskosten, leges voor de omgevingsvergunning voor de restauratiewerkzaamheden en kosten voor inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten);
- voor veranderd gebruik, comfortverbetering of verfraaiing;
- voor verduurzaming;
- voor niet-monumentale onderdelen van het rijksmonument;
- voor restauratiewerkzaamheden die worden uitgevoerd zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning;
- die in aftrek kunnen worden gebracht op de omzetbelasting;
- die al door een andere rijkssubsidie, een laagrentende lening van het Nationaal Restauratiefonds (NRF) of door een verzekering gedekt zijn;
- die betrekking hebben op een woonhuis;
- die betrekking hebben op een archeologisch monument.
Drempelbedrag
De subsidie is bedoeld voor grote restauratieopgaven. Er geldt daarom een drempelbedrag: alleen projecten met meer dan € 2,5 miljoen aan subsidiabele restauratiekosten komen in aanmerking voor subsidie. Als de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op groene monumenten, dan is dit drempelbedrag € 1 miljoen. Het gaat daarbij om subsidiabele restauratiekosten. Kosten die bij de beoordeling van uw aanvraag door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) als niet-subsidiabel worden aangemerkt, tellen niet mee bij de vaststelling van het drempelbedrag. Niet-subsidiabel zijn kosten die niet subsidiabel zijn op grond van de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, of kosten die op grond van de weigeringsgronden in artikel 7 van de regeling niet gesubsidieerd kunnen worden. Als de subsidiabele kosten na de beoordeling van uw aanvraag onder het drempelbedrag uitkomen, dan wordt de gehele aanvraag afgewezen.
Maximumbedrag
Het subsidiebedrag wordt berekend over maximaal € 10 miljoen aan subsidiabel gestelde kosten. Het uiteindelijke subsidiebedrag is afhankelijk van het gekozen subsidiepercentage (zie Wat is het subsidiepercentage?). Voor vennootschapsbelastingplichtige eigenaren die kiezen voor het hoogste subsidiepercentage is het maximale subsidiebedrag € 3 miljoen (30% van € 10 miljoen). Voor overige eigenaren en POM’s is het maximale subsidiebedrag € 5 miljoen (50% van € 10 miljoen). Kiest de eigenaar voor een lager percentage, dan verandert uiteraard ook het maximum subsidiebedrag.
Het gekozen subsidiepercentage wordt toegepast op de subsidiabele kosten na beoordeling door de RCE. Daarbij wordt niet gespecificeerd over welke subsidiabele kosten het subsidiebedrag is berekend. Dit is relevant voor aanvragen met méér subsidiabele kosten dan het maximum van € 10 miljoen. In dat geval wordt het ingediende restauratieplan als geheel gesubsidieerd, ook al is het subsidiebedrag niet over alle subsidiabele kosten berekend. Het is dan ook niet meer mogelijk om voor het deel dat uitkomt boven de € 10 miljoen een laagrentende lening bij het Nationaal Restauratiefonds aan te vragen (zie 'Combineren van subsidies' hieronder).
Combineren van subsidies
Subsidie die wordt verstrekt op grond van de Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten kan worden gecombineerd met subsidie van bijvoorbeeld een gemeente of provincie of met bijdragen van derden, voor zover het totaal aan ontvangen subsidies en bijdragen niet meer dan 100% van de subsidiabele restauratiekosten bedraagt.
De subsidie kan niet gecombineerd worden met een andere rijkssubsidie of een laagrentende lening van het Nationaal Restauratiefonds, voor zover het dezelfde werkzaamheden betreft. Heeft u een lopende instandhoudingssubsidie (Sim), dan kunt u dus alleen subsidie aanvragen voor andere werkzaamheden dan de werkzaamheden die zijn opgenomen in dat instandhoudingsplan.