Tijdens de Koude Oorlog (1945-1991) was er een grote angst voor een kernoorlog, vanwege de wapenwedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Over heel de wereld namen mensen het initiatief om in actie te komen tegen deze nucleaire dreiging, zo organiseerden ze vredesdemonstraties en vredeskampen. Ook in Nederland waren mensen betrokken bij de vredesbeweging, waaronder vrouwengroepen. Met dit vierde verhaal nemen we je mee naar de protesten van toen en laten we verschillende stemmen aan het woord. Wie waren er betrokken bij de (Vrouwen)vredesbeweging? We interviewden drie betrokkenen, Petra, Bert en Jan Jaap (op verzoek van de betrokkenen worden in dit artikel alleen de voornamen gebruikt). Hoe kijken zij terug op die periode van hun leven?
Het is 6 augustus 1982 en ongeveer 50 vrouwen van het Vrouwenvredeskamp bij de militaire vliegbasis Soesterberg lopen in een optocht al zingend naar het Amerikaanse deel van de vliegbasis. Ze hebben een spandoek bij zich met de tekst: ‘Hiroshima nooit meer!’ Bij de hekken steken ze kaarsjes aan in het gaas en delen stencils uit aan omstanders: pers, militairen van de basis en nieuwsgierige toeschouwers. Met deze actie herdenken ze de slachtoffers van de kernbom op Hiroshima en protesteren ze tegen het gebruik van kernwapens.
Uit het boek Ontmantel de basis uit 1983.
Voor dit verhaal bezoeken we de plek waar in 1982 het Vrouwenvredeskamp bij de militaire vliegbasis Soesterberg heeft gestaan. Het gaat om een parkeerplaats en een veld begroeid met heide tegenover de toegangspoorten van de militaire vliegbasis, waar vrouwen in de zomer tenten hadden opgezet om te protesteren tegen de mogelijke plaatsing van kernwapens op onder andere vliegbasis Soesterberg en de dreigende kernoorlog. Dit Vrouwenvredeskamp, geïnspireerd op een vergelijkbaar kamp bij Greenham Common in Engeland, inspireerde op haar beurt weer anderen om (vrouwen)vredeskampen op te zetten bij de vliegbases Volkel en Woensdrecht. Wat Nederland zo bijzonder maakte was de massaliteit van de protesten, zoals de vredesdemonstratie in Den Haag (1983) waaraan meer dan 500.000 mensen meededen. Dit werd ‘Hollanditis’ genoemd, de aanstekelijke en massale protestacties in Nederland zouden, zogezegd, zich kunnen verspreiden naar andere landen. Hoe ontstond die massale protestcultuur en waarom waren er specifiek vrouwenvredeskampen? Dit verhaal gaat eerst in op de historische context van de koude oorlog en massaprotesten, waarna er extra aandacht is voor de tweede feministische golf. Daarna laat dit verhaal meerdere betrokkenen aan het woord, waarbij zij vertellen over hun ervaringen.
Hela, gij Soesters, slaap je nu nog;
kom uit je dromen, haast je nu toch.
Geloof niet in noodzaak van bommen, geweren,
dat zijn maar praatjes van machtige heren.
Couplet uit protestlied Vrouwenvredeskamp Soesterberg, Vrouwen voor Vrede Soest 1981-1995, Archief Eemland Amersfoort.
Blokvorming: een nieuwe internationale wereldorde
Om te begrijpen hoe de protestcultuur in Nederland de enorme grootte kon bereiken van begin jaren 1980 moeten we terug in de tijd naar het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de wapenwedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Japan gaf zich over nadat in 1945 de VS kernbommen op Hiroshima en Nagasaki wierpen. De vernietigingskracht van de bommen zorgde voor een enorm ontzag en angst. De VS gebruikten dit offensief als afschrikmethode, maar het leidde ertoe dat andere landen niet achter wilden blijven en zo testte, in 1949, de Sovjet-Unie haar eerste nucleaire wapen. Er ontstonden twee fronten, het kapitalistische Westen en het communistische Oosten. De VS ondersteunden Westerse landen financieel met het Marshallplan en probeerden de verspreiding van het communisme te voorkomen, ook wel Trumandoctrine genoemd. De Westerse landen beschermden zichzelf door samen te werken en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) op te richtten in 1949. Wat later, in 1955 volgde de Sovjet-Unie met een eigen variant, het Warschaupact. De wapenwedloop tussen Oost en West was begonnen en de spanningen namen zo erg toe dat in het jaar dat de Berlijnse Muur werd gebouwd, 1961, de Sovjet-Unie de Tsar Bomba liet ontploffen op Nova Zembla. Dit was de grootste waterstofbom ooit en de schokgolf was zo groot dat die drie keer om de aarde ging.
Hoge druk op de geopolitieke ketel
Ondertussen begonnen mensen in Nederland te demonstreren tegen de wapenwedloop. Zo werd er een Vredes Fietstocht georganiseerd naar de vliegbasis Volkel en op initiatief van Haagse scholieren ontstond de Ban de Bom beweging. Zij blokkeerden kruispunten als protest tegen de kernwapens. De wapenwedloop kwam tot een hoogtepunt tijdens de Cubacrisis in 1962. De VS steunde in het geheim een aanval tegen het communistische regime van Cuba, waardoor de Sovjet-Unie als reactie in het geheim kernraketten op Cuba plaatste, waarop de VS eisten dat deze ontmanteld werden. Uiteindelijk gaven beiden toe en liepen de hoge spanningen met een sisser af.
Rust voor korte duur
De verschrikkingen van de Vietnam Oorlog (1955-1975) leidden tot zaterdagse demonstraties met meer dan 100.000 deelnemers in Nederland. Tegelijkertijd was de wapenwedloop in wat kalmer vaarwater beland, ook wel Détente genoemd. In 1970 tekenden de Sovjet-Unie en de VS het Non-proliferatieverdrag om verdere verspreiding van kernwapens tegen te gaan. Eind jaren zeventig ontstonden er weer spanningen toen de Sovjet-Unie de SS-20 raket ontwikkelde, een middellange afstandsraket met kernkoppen. Hiermee stonden ze weer een stapje voor in de wapenwedloop. De dreiging werd groter toen ze de raketten richtten op West-Europa. Als antwoord hierop wilde de NAVO 572 Amerikaanse Pershing II-raketten en kruisraketten plaatsen op verschillende locaties in Europa, waaronder 48 kruisraketten op vliegbasis Woensdrecht in Nederland. Nederland ontving eerder al financiële steun van de VS en door de wapens te accepteren zou Nederland bewijzen een loyale bondgenoot te zijn van de VS.
Dus blijven we hier zitten, al duurt het wel een jaar
om te protesteren, bewust van het gevaar.
De militaire basis Soesterberg moet van de baan,
Als Holland gaat ontwapenen, komt Europa erachteraan.
Couplet uit ‘Lied van het Vrouwenvredeskamp’, 1982, Vrouwen voor Vrede Soest 1981-1995, Archief Eemland Amersfoort.

Beeld: RCE
Geen nieuwe kernwapens in Europa: Demonstratie Amsterdam 21 november, 1981, affiche, 43x30,6 cm, inv.nr. AF1093
Hollanditis: aanstekelijke vredesdemonstraties
Als reactie op de onderhandelingen rondom de raketten startten de Communistische Partij Nederland (CPN) en het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) in 1977 beide anti-kernwapen-campagnes. De Nederlandse vredesbeweging vond zijn oorsprong dus in de CPN en de kerk, maar met de tijd groeide het aantal organisaties, zoals vrouwengroepen en vakbewegingen die zich aansloten. In 1981 organiseerden de verschillende groepen samen de demonstratie in Amsterdam met meer dan 400.000 deelnemers. Een jaar later werd het Komitee Kruisraketten Nee (KKN) opgericht, hierin zaten afgevaardigde van onder andere de IKV en de FNV. Samen organiseerden ze de grootste massademonstratie die ooit is gehouden in Nederland. Ze brachten in 1983 in den Haag ongeveer 550.000 deelnemers op de been.
De Nederlandse protestcultuur was al begonnen te groeien vanaf de Eerste Wereldoorlog, wat oplaaide tijdens de revolutionaire jeugdsubcultuur van de jaren zestig en zeventig en later ook tijdens de krakersrellen. Deze context zorgde voor massale demonstraties tegen de kernraketten. Nederland viel op vanwege de massaliteit en aanstekelijkheid van de demonstraties, de Amerikaanse auteur Walter Laqueur noemde het fenomeen ‘Hollanditis’. Het protesteren was een zogenaamde ‘ziekte’, de vredesdemonstraties waren zo aanstekelijk dat het activisme van Nederland zich zou verspreiden over heel de wereld (Balfoort et al. 2022).

Beeld: Antonisse, Marcel, 1983
Massa antikernwapendemonstratie in Den Haag 1983
Vrouwenvredeskampen van de jaren tachtig
Naast de gemengde prostesten waren er ook protesten voor en door enkel vrouwen. Zo werd in Engeland bij de militaire vliegbasis Greenham Common het bekendste Vrouwenvredeskamp opgericht (het meest actief van 1981 tot 1989). In navolging van Greenham Common werden meerdere gemengde en vrouwenvredeskampen bij militaire bases opgezet, zo was er het Vrouwenvredeskamp La Ragnatela (1981-1983), op Sicilië bij de militaire vliegbasis van de NAVO en het Vrouwenkamp van Seneca voor een Toekomst van Vrede en Rechtvaardigheid (1983) bij de militaire vliegbasis Seneca in de staat New York. Ook in Nederland waren vrouwen geïnspireerd door Greenham Common. Zo was er het Vrouwenvredeskamp bij de militaire vliegbasis van Soesterberg (1982), het Vrouwen Aktie Kamp bij de militaire vliegbasis van Woensdrecht (1982-1987) en het Vrouwen Verzetskamp bij de militaire vliegbasis van Volkel (1984).
De tweede feministische golf
Om te begrijpen waarom er specifiek Vrouwenvredeskampen waren, is het belangrijk om de wapenwedloop te contextualiseren in de tweede feministische golf. In 1967 publiceerde Joke Smit ‘Het onbehagen bij de vrouw’. Hierin bekritiseerde ze de inrichting van de arbeidsmarkt, het huwelijk, hoe dit vrouwen tekortdeed en de overheersende positie van de man hierin. Vrouwen werden niet gezien als volwaardig lid van de maatschappij en mochten hun potentie niet verwezenlijken. In de jaren die volgden, werden meerdere actiegroepen opgericht, zoals de Man Vrouw Maatschappij en de Dolle Mina’s. Bij beide organisaties konden mannen zich aansluiten om te helpen, toch ontstond er nadruk op plekken voor alleen vrouwen. Dit was de ‘praatgroepenbeweging’ die werd georganiseerd door en voor vrouwen, zoals vrouwenwoongroepen, -feesten, -tijdschriften, -drukkerijen, -zelfverdedigingscursussen, enzovoorts (Boere 2016). De Vrouwenvredesbewegingen en Vrouwenvredeskampen tijdens de Koude Oorlog waren zowel een manifestatie van de praatgroepenbeweging van de tweede feministische golf als van de angst voor een Derde Wereldoorlog. Tegelijkertijd moet wel benadrukt worden dat niet iedereen in de Vrouwenvredesbeweging of in de vrouwenvredeskampen een uitgesproken feminist was, dat lag genuanceerder.
Wij blijven niet meer wachten tot een ander het doet.
We komen in aktie om te bereiken,
dat vrede zal komen zonder geweld.
Wij vrouwen doen het anders en dat wordt nu verteld.
Couplet uit protestlied Vrouwenvredeskamp Soesterberg, Vrouwen voor Vrede Soest 1981-1995, Archief Eemland Amersfoort.

Beeld: RCE
Onbekende vervaardiger, Internationale vrouwendag. 8 maart. Vrouwenstrijd: tegen onderdrukking en tegen uitbuiting, ca. 1979, lithografie, 64,5 x 50 cm, inv.nr. ABAF2214
Vrouwenvredeskampen: vrouwenemancipatie en het manifesteren van idealen
In het boek ‘Ontmantel de basis’ schreven meerdere vrouwen over de Vrouwenvredesbeweging en het Vrouwenvredeskamp bij Soesterberg. Tevens reflecteerden zij op de verschillende vrouwen die betrokken waren en hun beweegredenen. Ze beargumenteerden dat tijdens deze vredesbewegingen er twee grotere groepen vrouwen zich begonnen te vormen. De ene groep bestond voornamelijk uit huisvrouwen die zich organiseerden vanwege een angst voor de wapenwedloop en oorlogsgeweld (veelal vanuit Vrouwen voor Vrede en soortgelijke organisaties). De andere groep bestond voornamelijk uit feministen uit actie subculturen of lesbische subculturen die zich organiseerden vanwege het geweld dat het ‘mannelijke militaire apparaat’ veroorzaakte. Hierdoor waren er in de Vrouwenvredesbeweging allerlei gradaties van feminisme en antimilitarisme, die soms leidden tot botsing (Ontmantel de basis 1983, 20-23). De vrouwen beschreven in dit boekje meerdere redenen en doelen voor het Vrouwenvredeskamp bij Soesterberg specifiek.
Als eerste beargumenteerden ze dat vrouwen in het Vrouwenvredeskamp de tijd en ruimte kregen om een mening te vormen en politiek inzicht te ontwikkelen, aangezien ze de tijd die ze normaal aan kinderen of een man besteedden nu in zichzelf konden investeren. Als tweede beredeneren ze dat een beweging zonder mannen juist vrouwen de ruimte gaf om ervaring op te doen en invloed uit te oefenen op de politiek. Vrouwen werden in gemengde groepen vaak niet serieus genomen of overstemd door mannen met meer ervaring in de politiek en actievoeren of door ingesleten rolpatronen, in een vrouwengroep speelde dit veel minder. Als derde betoogden ze dat het vrouwenvredeskamp een plek was om los van mannen en hun mannelijke definities van vrede een vrouwelijke definitie van vrede te formuleren. Hun definitie omvatte in vrede te kunnen leven zonder (constante angst voor) agressie en geweld (van mannen). Feminisme werd in dit opzicht gelijkgesteld aan vrede, want een feminist was tegen elke vorm van ongelijkheid en onderdrukking (Ontmantel de basis 1983, 25-30).
Het belang van de Vrouwenvredesbeweging en de Vrouwenvredeskampen was dat veel vrouwen hier voor de eerste keer actievoerden, voor het eerst het huishouden achterlieten en een politiek bewustzijn uitten. De beweging was een stap richting emancipatie. Waar Vrouwen Voor Vrede misschien begon als protesteren tegen de wapenwedloop, kon dit zich uitbreiden naar verzet tegen geweldstructuren en ongelijkheid in de maatschappij in het algemeen.
Het dagelijks leven in het Vrouwenvredeskamp bij Soesterberg
Petra was één van de vrouwen die hielp met het opzetten van het Vrouwenvredeskamp in 1982 bij Soesterberg. Via een vrouwenzelfverdedigingsgroep kwam ze bij de geweldloze beweging terecht en volgde ze een cursus bij een campagnemedewerker van Martin Luther King, een inspiratie voor haar. Vanuit die cursus raakte ze betrokken bij de voorbereidingen en hielp ze met het organiseren van het Vrouwenvredeskamp. Zij vertelt: Uit het hele land kwamen mensen op bezoek of logeren. Dan zetten ze hun tentje op. Er waren veel discussiemiddagen en tentoonstellingen in de tent, er gebeurde van alles, it was never a dull moment. Sommigen gebruikten het ook gewoon als een soort vakantiekamp, vakantie voor vrede!
Petra zegt dat zij wat minder betrokken was bij de logistiek of de politiek van het kamp, zij was bezig met het organiseren van trainingen en acties, zoals het zingen van vredesliederen en het blokkeren van de toegangspoorten. Vrouwen konden zich aanmelden voor de actie en volgden dan bij Petra eerst een geweldloze weerbaarheidstraining, zodat de vrouwen wisten hoe te handelen richting bijvoorbeeld de politie. Vervolgens: “schilderden we antimilitaristische leuzen op de weg langs het vredeskamp. Dit werd geobserveerd vanaf de basis en dan kwam de politie. Een paar vrouwen doken dan in de bosjes om alles in de gaten te houden, de rest maakte dan een cirkel en hielden elkaar vast. We hebben één keer meegemaakt dat de politie door zo’n cirkel heen brak en twee vrouwen oppakte en meesleepte. Toen zijn wij gaan zingen bij het politiebureau in Soest zodat de vrouwen wisten dat wij er voor hen waren en net zo lang gaan onderhandelen tot we ze weer terug hadden.

Vrouwenvredeskamp Soesterberg 1982, fotograaf onbekend
Foto verkregen via Historische Vereniging Soest.
Aan de andere kant van het hek
De meningen waren verdeeld over het Vrouwenvredeskamp. Sommige inwoners van de omliggende dorpen hielpen de vrouwen door het brengen van eten en andere benodigdheden, terwijl de politie en de burgemeester de vrouwen liever kwijt dan rijk waren. Petra beschrijft dat er niet veel reactie kwam vanuit de vliegbasis. Hoe keken zij naar het Vrouwenvredeskamp?
Bert werkte van 1974 tot 2008 op de vliegbasis Soesterberg, eerst als helikoptermonteur en later groeide hij door tot hoofdopzichter. Na zijn pensioen werd hij vrijwilliger bij het Nationaal Militair Museum op de vliegbasis Soesterberg. Als medewerker op de vliegbasis heeft hij het Vrouwenvredeskamp meegemaakt: Wij reageerden allemaal een beetje gelaten. We lieten ze hun gang gaan, want ze deden geen gekke dingen en we hadden geen last van ze. Voor de komst van het vredeskamp hebben we ook wel eens demonstraties gehad, je was er gewoon aan gewend. Zeker in de tijd van de Vietnamoorlog en de demonstraties bij Havelte of Volkel. Er treedt een soort gewenning op.” Over de relatie tussen de vrouwen en de militairen zegt Bert het volgende: “De dienstplichtigen op de basis liepen in hun koffiepauze wel eens naar die meiden toe en gingen dan in gesprek over waarom zij daar zaten, meestal ging dat heel vriendelijk.
Van protestmars bij Soesterberg tot een weekendje Woensdrecht
De Nederlandse vredesbeweging was breder dan alleen het Vrouwenvredeskamp bij Soesterberg. Mensen zetten zich in via vakbonden, politieke partijen of bijvoorbeeld de kerk. Zo sloot Jan Jaap zich al op zijn zestiende aan bij de lokale kerngroep in Driebergen van het Interkerkelijke Vredesberaad (IKV). Hij vertelt over die tijd: Het IKV organiseert ieder jaar in september de Vredesweek, met activiteiten zoals debatavondjes en films door het hele land. Ik bedacht om mee te doen en daarna kwam het idee om een eerste landelijke demonstratie bij de basis Soesterberg te organiseren.
Een paar jaar later liep Jan Jaap mee met de demonstratie in Den Haag, hij beschrijft dat het “iets euforisch” had om mee te lopen in de “gigantische mensenmassa”. Jan Jaap liet het niet bij deze twee demonstraties zitten. Tijdens zijn studententijd in Utrecht kwam hij in aanraking met radicalere groepen en met die vrienden deed hij mee aan meerdere acties: Dan gingen we af en toe een weekend naar Woensdrecht en sloten we aan bij het Aktiekamp. De vrouwen uit die vriendengroep gingen soms naar het vrouwenkamp, dat lag vlakbij. In het dorp was er een huis waar je kon douchen of op kon warmen in de winter, die werd gehuurd door een Franciscaanse groep die de beweging wel wilde steunen. Krakers en mannen in een pij bij elkaar, ondanks de interessante combinatie ging dat toch wel goed samen,
lacht Jan Jaap.
Net als in Soesterberg, werd er in het Aktiekamp bij Woensdrecht veel gediscussieerd, bijvoorbeeld over geweldloosheid: Een van de vragen was altijd, is het doorknippen van een hek een vorm van geweld? Daar had je dus twee stromingen in, de klimmers en de knippers.
Het bleef niet alleen bij discussies, Jan Jaap deed ook mee aan die acties: We regelden ladders en dekens om over de hoge hekken met prikkeldraad te kunnen klimmen. Dan ging je met een groepje het hek over en was het vaak wachten tot de bewakers kwamen. Die zetten je gewoon bij de poort eruit en dan kon je weer teruglopen.

Demonstratie in 1986 tegen kruisraketten bij de militaire vliegbasis Woensdrecht 
Hek bij Woensdrecht met Vredestekens
Een internationale vrouwenbeweging: wereldwijd in verbinding
De Nederlandse (vrouwen)vredeskampen werden, zoals eerder vermeld, geïnspireerd door het Vrouwenvredeskamp bij Greenham Common in Engeland. Dit werd opgezet in 1981 en groeide in een paar jaar uit tot het grootste Vrouwenvredeskamp ter wereld. Pas in 2000 werd het Vrouwenvredeskamp opgeheven toen er een monument geplaatst mocht worden. Greenham Common werd vooral bekend door de grote acties zoals het omsingelen van de basis in 1983, waar meer dan 50.000 vrouwen aan meededen. Deze vrouwen kwamen van over heel de wereld samen om zich in te zetten voor vrede. Ze konden trainingen volgen, discussies bijwonen en contacten leggen. Ook Petra bezocht het Vrouwenvredeskamp bij Greenham Common meerdere keren: Wij zagen Greenham Common echt als een inspiratie, dat vonden we fantastisch. Ze waren invloedrijk en werden in het parlement besproken. Ze boekten resultaat met geweldloze actie en dat trok mij zo aan. Dus toen we het Vrouwenvredeskamp bij Soesterberg gingen opzetten hebben we natuurlijk contact met hen opgenomen. Er kwamen twee vrouwen van Greenham hierheen om te kijken bij ons kamp. Er was een soort internationale uitwisseling en daarna hielden wij contact. Toen zij de omsingeling van de Greenham Common basis gingen organiseren, heb ik me gemeld en wisten ze dat ik kon helpen als trainster voor geweldloze weerbaarheid.
Het vredeskamp in Engeland was niet alleen bezig met de wapenwedloop, ook werd er nagedacht over feminisme en man-vrouw verhoudingen. Petra vervolgt: Tijdens de omsingeling waren er heel veel vrouwen, maar ook gezinnen met kinderen. Dan deden de vrouwen het werk door te demonstreren en bleven de mannen bij het vredeskamp met de kinderen om te zorgen voor het huishouden. De tactiek van Greenham was dus om de rollen een beetje om te draaien.
Een plek vol herinneringen
Vliegbasis Soesterberg is een plek waar herinneringen van veel verschillende mensen samen komen, zoals militairen, personeel, activisten, politie en inwoners. Allemaal kijken ze op een andere manier naar dit nationaal militair erfgoed. Dit kwam terug in de interviews met Bert, Jan Jaap en Petra.
Bert vloog als monteur soms mee in de helikopters, dan ging een fotograaf foto’s maken van het grensgebied tussen Oost- en West-Duitsland, hij vertelt: dan vlogen de Russen soms naast je mee. Daar hing een bepaalde spanning, dat is gewoon niet over te brengen naar hier. Als je die grens ziet met de mijnenvelden… De lui in zo’n vredeskamp hadden het idee dat je met Russen kon praten, maar met Russen kun je niet praten, kijk maar naar Oekraïne. Tegelijkertijd heb ik ook respect voor die meiden, zij dragen wel hun idee uit en staken daar veel tijd en moeite in. Of het allemaal reëel was, dat betwijfel ik.
Jan Jaap kijkt hier weer anders tegenaan, hij licht toe dat de demonstraties en vredeskampen een “intrinsieke waarde” hadden: De vredeskampen en demonstraties hebben heel veel mensen doen nadenken over vraagstukken van vrede en oorlog. De politiek kon zich absoluut niet aan het debat onttrekken en is het voor de mensen die bij de acties en demonstraties waren heel vormend geweest.
Hij beargumenteert dat de demonstraties in Den Haag of Amsterdam georganiseerd werden vanuit gevestigde organisaties, kerk en de politiek. Maar jonge mensen hadden heel erg zelf de behoefte om zelf in actie te komen, wat juist mogelijk was bij de vredeskampen.

Beeld: ceridwen / Embracing the base, Greenham Common December 1982
Petra benadrukt weer een ander onderdeel, voor haar was het Vrouwenvredeskamp bij Soesterberg een “mooie ontwikkeling” vanwege de warme uitwisseling tussen vrouwen en de vele oefeningen in vrede. Als je het over feminisme hebt, dan heb je het eigenlijk over vrede, dat staat gelijk aan elkaar.
In november 1985 werd, ondanks alle protesten, door het kabinet-Lubbers het besluit genomen om Amerikaanse nucleaire raketten in 1988 in Nederland te gaan plaatsen, met als reden dat de Sovjet-Unie het gewenste aantal SS-20 raketten niet had verminderd. Maar op het nippertje gaat de plaatsing in Nederland toch niet door, omdat eind 1987 de VS en de Sovjet-Unie het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF) akkoord ondertekenden. De grootmachten spraken af dat nucleaire wapens met een middelgroot bereik moesten worden vernietigd. Twee jaar later viel het IJzeren Gordijn. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 kwam er een eind aan de Koude Oorlog.
In het jaar 2000 werd het Vrouwenvredeskamp bij Greenham Common opgeheven. De hekken rondom de basis zijn weggehaald en op de plek van het kamp is nu een herdenkingstuin voor de inzet van de vrouwen. In tegenstelling tot dit monument bij Greenham Common is er bij Soesterberg geen spoor meer te bekennen van het Vrouwenvredeskamp. Petra zegt: Een monument voor het Vrouwenvredeskamp bij Soesterberg zou helpen met het in leven houden van de herinnering en de feministische kennis.
In dit vierde verhaal las je meer over herinneringen van vrede en feminisme die verbonden zijn met militair erfgoed van de Koude Oorlog, zoals de vliegbasis Soesterberg. Aan de hand van verschillende stemmen van ooggetuigen werd de geschiedenis van de (Vrouwen)vredesbeweging geplaatst in de context van de wapenwedloop, de Nederlandse protestcultuur en de tweede feministische golf. Ben je nieuwsgierig naar nog meer meerstemmige verhalen over de Koude Oorlog, lees dan de eerdere verhalen uit deze reeks.
Wil je zelf een herinnering delen van de Koude Oorlog? Dat kan via koudeoorlog.nl.
Dit verhaal is geschreven door Babette van der Ploeg, onder leiding van Ben de Vries.