Dutch Graffiti Library – van anonieme straatcultuur naar cultureel erfgoed

De graffiticultuur is een altijd veranderende straatcultuur die mensen, kunst en de maatschappij vormt en beweegt. Het wordt vaak gezien als de basis voor kunststromingen als Urban Art en Street Art. Maar wat als je het label erfgoed plakt op deze veelal anonieme cultuur? Dutch Graffiti Library heeft zich tot doel gesteld deze cultuur te borgen door al meer dan vijfendertig jaar documentatie te verzamelen en te archiveren. Ze helpt de gemeenschap van liefhebbers en artiesten om zelf de betekenis van graffiti door de jaren heen te bepalen. De activiteiten die ze uitvoert zetten de graffiticultuur als erfgoed op de kaart.

De start van een eigen collectie

Voor Richard en Marcel van Tiggelen – de oprichters van Dutch Graffiti Library – begon de interesse in graffiti in 1985 op viertienjarige leeftijd. Ze werden gegrepen door de cultuur van graffiti, hiphop en de eerste videoclips. “Een ander ding wat ons greep was het fotograferen van graffiti. We kwamen ook vaak in de bibliotheek en zochten in knipselkranten. We waren erg geïnteresseerd in alles wat er over graffiti te vinden was. Zo ontdekten we de cultuur en leerden we veel mensen kennen”, vertelt van Tiggelen. Langzamerhand groeide hun verzameling. “Niet met de gedachte dat we er ooit iets mee gingen doen, maar omdat we het tof vonden.” In 2004 publiceerden ze hun eerste boek over vijfentwintig jaar graffiti-historie op en rond het Waterlooplein in Amsterdam. Na een internationale tentoonstelling in 2015 volgden meer aanvragen om items uit de collectie uit te lenen en achtergrondverhalen te delen. Dit was ook het moment dat ze hun verzameling officieel labelden onder de noemer Dutch Graffiti Library.

"Dutch Graffiti Library is voor en door de gemeenschap. Dat is eigenlijk de enige manier waarop het kan."

Daarna hebben ze hun collectie nog verder uitgebreid en zijn ze meer gaan publiceren. Met name met de focus op de graffiticultuur in Nederland, Parijs en New York, een driehoek waarbinnen de graffiticultuur midden jaren tachtig sterk is gevormd. Hun boek ‘Disz’ ging over de eerste Nederlandse graffitischrijver die zijn werk op New Yorkse metro’s achterliet. Hier hebben ze een jaar lang onderzoek voor gedaan, met foto’s, verhalen en contact met de gemeenschap. Het boek is wereldwijd een succes, vertelt van Tiggelen: “We zijn niet alleen trots omdat wij dat hebben gemaakt maar ook omdat de gemeenschap het echt tof vindt en het ziet als een onderdeel van hun eigen cultuur.” In 2018 is de stichting Dutch Graffiti Library opgezet, om de collectie beschikbaar te maken voor onderwijs, cultuur en instituten. “Dutch Graffiti Library is voor en door de gemeenschap. Dat is eigenlijk de enige manier waarop het kan. De graffiticultuur is gesloten en kent een hoge mate van anonimiteit. Je moet insider zijn wil je de goodwill krijgen van de erfgoedgemeenschap om de cultuur te kunnen uitdragen.”

Samen bepalen wat erfgoed is

Vanuit de stichting hebben ze een onderzoekssubsidie aangevraagd bij het Fonds voor Cultuurparticipatie. Dit resulteerde in project Unwritten, waarin ze samen met de graffitigemeenschap verkennen waar Nederlands graffiti-erfgoed uit bestaat. “Wij vinden het belangrijkste dat de mensen die de cultuur vormen hun stem laten horen. Dat ze zeggen wat zij belangrijk vinden. Uiteindelijk is het is hun erfgoed”, legt van Tiggelen uit. Uit het onderzoek kwam vooral vriendschapsgevoel en verbondenheid naar voren, en niet zozeer alleen het creatieve werk zelf. “Graffiti is in zijn kern vergankelijk en moet ook zo blijven. Juist de verhalen, de schetsen, foto’s, black books of andere tastbare objecten moeten we bewaren voor het nageslacht. De vergankelijkheid zorgt voor ontwikkeling. In de jaren zeventig was het met name protest, een onderdeel van punk, maar ik zie het nu als een straatcultuur. Tegenwoordig is de graffiticultuur zelfs een fundament voor veel ontwikkelingen, onder andere in moderne kunst en reclame.” Graffiti als erfgoed zien heeft volgens van Tiggelen geen invloed op de ‘’cultuur’ van graffiti. Het is juist interessant om graffiti te benoemen als cultuur en erfgoed en niet als kunststroming die geïnstitutionaliseerd moet worden. Anders ga je al snel cureren op waarde, en wie bepaalt die waarde? Door het als erfgoed en cultuur te framen, blijft het eigenaarschap bij de gemeenschap zelf.

Jonge graffitiartiesten in de jaren '80 op een muur met graffiti
©Dutch Graffiti Library
Jonge graffitiartiesten in de jaren '80

Dutch Graffiti Library heeft zijn intrek genomen in Denim City in De Hallen Amsterdam. Dit is een leerwerkplaats waar jongeren worden opgeleid tot denim professionals, volledig toegespitst op duurzaamheid. Graffiti en denim zijn met elkaar verbonden door de straatcultuur. Door de aanwezigheid en samenwerking met Dutch Graffiti Library raken de jongeren geïnspireerd. Niet per se om zelf met graffiti bezig te zijn maar om er iets uit te halen, bijvoorbeeld voor een eigen ontwerp. “Het is leuk om op een mooie geschiedenis terug te kijken, maar het mooiste is dat mensen zich door erfgoed kunnen vormen, dat er misschien een andere cultuur of ontwikkeling uit ontstaat. Want door het verleden te begrijpen kan je de toekomst vormen.”

Waarom past Dutch Graffiti Library bij het Verdrag van Faro?

Het Verdrag van Faro benadrukt dat iedereen het recht heeft een eigen betekenis te geven aan erfgoed. Wat begon als een persoonlijke liefde voor verzamelen is uitgegroeid tot een instituut – Dutch Graffiti Library. Door foto’s, verhalen en herinneringen te verzamelen, met de nadruk op de ontstaansgeschiedenis, zetten de oprichters graffiti als erfgoed op de kaart. De inhoud van de collectie met inmiddels 15.000 stukken, maar ook de achterliggende verhalen, hebben cultuurhistorische waarde en dragen bij aan de materiële- en immateriële erfenis van de Nederlandse samenleving. Delen van de collectie wordt uitgeleend aan geïnteresseerden en kennis wordt gedeeld in het onderwijs in de vorm van geschiedenis van de straat. De graffitigemeenschap krijgt zo een stem en bepaalt zelf de waarde van hun erfgoed.

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als Dutch Graffiti Library met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: 'De Verbindende waarde van erfgoed'. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie vanzelfsprekende onderdelen van de erfgoedpraktijk zijn.