Vrijwilligers maken met data Limburgs erfgoed toegankelijk

AEZEL staat voor Archief voor Erfgoed van Zuid-Nederlandse Eigendommen en Leefgemeenschappen. Zelf omschrijven ze hun missie als ‘erfgoedinformatie van mens en goed digitaliseren en laagdrempelig én authentiek visualiseren en beschikbaar stellen aan een groot publiek.’ Dit doet AEZEL met de hulp van honderden vrijwilligers: zij koppelen genealogische en kadastrale gegevens van hun dorp, stad of regio met elkaar en vullen daarmee een online archief met historische data. Het archief is voor iedereen in te zien.

Data verzamelen en koppelen

Vrijwilliger van het Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen Martin Pfeifer wilde graag alle beschikbare historische gegevens van Sittard aan elkaar koppelen. Zo hoopte hij de geschiedenis van zijn woonplaats en inwoners als een puzzel compleet te maken. Hij ontwikkelde in 2009 hiervoor AEZEL. Stadsarchivaris Peer Boselie omarmde en faciliteerde Pfeifer’s idee, later volgde ook het Limburgs Genealogisch en Geschiedkundig Informatiecentrum (LGGI) waarvan Cor Snoeijs voorzitter is. In 2020 lanceerden zij de eerste versie van AEZEL.eu, met de hulp van enkele lokale archiefinstellingen en de erfgoedcoöperatie Limburg.

“Met oude data kun je hedendaagse besluitvorming faciliteren.”

Hoe het werkt? AEZEL begint met het digitaliseren van allerlei historisch archiefmateriaal. Bijvoorbeeld het scannen van oude kaarten en kadastergegevens én genealogische gegevens zoals trouwregisters, bidprentjes en oude foto’s. Vervolgens worden deze gegevens in een eigen online omgeving van AEZEL geüpload. Vrijwilligers koppelen deze gegevens vervolgens via software zoals OpenStreetMap en een Geografisch Informatie Systeem (GIS) aan elkaar. Zo wordt er per plek een stukje geschiedenis voor geïnteresseerden toegankelijk gemaakt.

Groeiend online archief

Iedereen die is geïnteresseerd in zijn eigen geschiedenis kan het alsmaar groeiende online archief bezoeken. Mensen die bijvoorbeeld de historie van hun eigen dorp of familie willen ontdekken. Maar de gegevens uit het archief van AEZEL zijn ook op een andere manier waardevol: ze geven meer inzicht in de omgeving, vertelt Boselie. “De gemeente moest de verouderde riolering in Sittard vervangen. Aan de hand van historische kadasterdata zagen we dat er op een bepaalde plek vroeger vestingmuren stonden. We adviseerden de gemeente om rekening te houden met oud vestingwerk, maar dat werd toen helaas nog niet serieus genomen. Bij de werkzaamheden kwamen ze de vestingmuren tegen, waardoor ze tijd en geld kwijt waren. Met oude data kun je dus hedendaagse besluitvorming faciliteren. Dat is een verborgen meerwaarde van AEZEL die we in het begin nog niet zagen.”

Verbinden van mensen

Aan AEZEL werken inmiddels honderden vrijwilligers en partners mee. Vanuit historische verenigingen en archieven in Nederlands Limburg én net over de grens met Duitsland en België. Zonder dit netwerk had het project niet kunnen bestaan. AEZEL faciliteert deze vrijwilligers en koppelt ook mensen met een afstand tot een arbeidsmarkt aan het project, vertelt Snoeijs. “We hebben veel vrijwilligers die in dorpen en kernen wonen. Die willen graag iets doen maar weten vaak nog niet wat. We kijken voortdurend hoe ze bij kunnen dragen. Dit kan bijvoorbeeld thuis met een eigen computer, waar ze contact hebben met experts en andere vrijwilligers. Of bij een archiefinstelling zelf. De gemeenschapszin neemt daardoor toe en iedereen heeft een bepaalde rol en specialisme.” Boselie sluit zich hierbij aan: “Het sociale component is heel belangrijk. We verbinden mensen met elkaar, waardoor de schakel veel duurzamer en sterker is. We letten goed op wat deze mensen nodig hebben, hoe we ze kunnen faciliteren en hoe we ze tot bloei laten komen.” Soms zitten er vrijwilligers tussen die nog nooit met een computer hebben gewerkt, maar door hun leeftijd wel een enorme schat aan kennis van vroeger hebben. Sommige vrijwilligers stromen door naar een reguliere baan, waar ze hun opgedane kennis kunnen inzetten. Hiervoor wordt samengewerkt met bijvoorbeeld sociale instellingen als Vidar en WSP-Parkstad, maar ook zorginstantie Zuyderland.

Voorbeeld van dataverzameling en erfgoedparticipatie

In de loop der jaren is een kostbaar netwerk ontstaan. Specialisten op het gebied van transcriptie van oude teksten wisselen hun kennis uit met vrijwilligers. Verenigingen en archiefinstellingen wisselen op hun beurt weer kennis met elkaar uit. “Als je samenwerkt dient dat domeinoverschrijdend te zijn. Want het gaat niet alleen om genealogie of kadastrale gegevens maar onder andere ook om erfgoed, kunst en cultuur”, legt Snoeijs uit. Dat AEZEL werkt, blijkt uit de waardering die ze krijgen. De Provincie Limburg heeft het project voorgedragen voor de landelijke erfgoedvrijwilligersprijs. Daarnaast is AEZEL één van de vijftien European TimeMachines: een project om Europese historie te digitaliseren. Ook wordt het project internationaal gezien als voorbeeld van dataverzameling en erfgoedparticipatie.

Sociaal maatschappelijke economie

Boselie en Snoeijs benadrukken de waarde van het project. “AEZEL laat je op een andere manier naar erfgoed kijken. Het is een duurzaam model omdat vrijwilligers wetenschappelijk onderzoek doen. De data blijft openbaar beschikbaar voor de samenleving en volgende generaties”, vertelt Boselie. “Waardecreatie is het belangrijkste wat er is. Vaak wordt er alleen financieel economisch naar gekeken, maar wat wij proberen toe te voegen en waar onze passie zit, is de sociaal maatschappelijke economie”, sluit Snoeijs af.

Waarom past AEZEL bij het Verdrag van Faro?

AEZEL is een voorbeeld van het op een duurzame manier toegankelijk maken van erfgoed en hoe participatie daarbij helpt. Historische data wordt gekoppeld aan hedendaagse data waardoor nieuwe kennis wordt gecreëerd en verborgen Limburgs erfgoed op de kaart komt te staan. Hierdoor is een archief ontstaan waar bewoners én overheden uit kunnen putten. Dit kan alleen door de inzet van honderden vrijwilligers, van geïnteresseerden tot mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Én door de samenwerking met lokale archiefinstellingen en verenigingen waarmee ook een waardevol netwerk is ontstaan voor kennisuitwisseling tussen verschillende domeinen.

De RCE en het Faro-programma

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) volgt projecten en initiatieven als AEZEL met veel interesse. Niet alleen omdat dergelijke initiatieven andere projecten kunnen inspireren, maar ook omdat ze een belangrijke bron zijn voor de uitvoering van het Faro-programma.

Met dit programma onderzoekt de RCE de voorwaarden en gevolgen van ratificatie van het Verdrag van Faro. Dit verdrag stelt niet het erfgoed maar de mens centraal en draagt als titel: 'De Verbindende waarde van erfgoed'. Participatie staat hierbij centraal. Daarom is het doel van de Rijksdienst dat over tien jaar initiatieven uit de samenleving en participatie vanzelfsprekende onderdelen van de erfgoedpraktijk zijn.