Drie finalisten maken kans op de Scriptieprijs Cultuurgoederen WOII (1933-1945). Het zijn Emma van Benthem, Laura Molijn en Veronica Simmelink. Zij deden onderzoek naar cultuurgoederen en de Tweede Wereldoorlog in de breedste zin van het woord. Wat interesseert hen in het onderwerp? Hoe hebben ze het onderzoek ervaren, wat blijft hen het meeste bij? En wat willen ze doen met deze kennis in de toekomst?
V.l.n.r.: Emma van Benthem, Veronica Simmelink, Laura Molijn
Kunstbeheer door Afdeling Binnenland
Emma van Benthem behaalde in 2025 haar master Curating Art and Cultures (specialisatie Arts of the Netherlands) aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar masterscriptie, getiteld Nationaal belang of particulier verlies: Het naoorlogse kunstbeheer door de Afdeling Binnenland van de Stichting Nederlands Kunstbezit, onderzocht zij het archief van de vrijwel onbekende Afdeling Binnenland. Deze afdeling beheerde kunstwerken die na de Tweede Wereldoorlog werden aangetroffen bij (vermeende) collaborateurs en vijanden van de staat, waaronder in Nederland verblijvende Duitsers.
Wat Emma in eerste instantie aantrok, was dat deze afdeling – in tegenstelling tot de veel beter onderzochte Afdeling Buitenland, die kunstwerken uit Duitsland naar Nederland repatrieerde – nog nooit systematisch was onderzocht. Tijdens het doorbladeren van de dossiers werd al snel duidelijk waarom: de papieren lagen ongeordend in de mappen. Tegelijkertijd viel iets anders op. Waarom boden medewerkers van de Afdeling Binnenland kunstwerken aan musea aan, terwijl de afdeling deze enkel moest beheren? Met deze vraag als uitgangspunt begon Emma aan het onderzoek waarvan deze masterscriptie het resultaat is.
In haar scriptie laat Emma zien dat de Afdeling Binnenland een aanzienlijk complexere en problematischer rol speelde dan tot nu toe werd aangenomen. De afdeling nam door haar beheerde olieverfschilderijen in beslag voor de nationale kunstcollectie, voor het mobilier national (een collectie bedoeld ter aankleding van rijksgebouwen) en voor verkoop. Zij beargumenteert dat deze inbeslagnames mede voortkwamen uit het feit dat sleutelposities binnen de SNK werden bekleed door onder meer museumdirecteuren en ministers, voor wie het herstel van de nationale kunstcollectie en de oprichting van een mobilier national hoog op de agenda stonden, soms ook uit persoonlijk belang. Deze belangenverstrengeling droeg ertoe bij dat medewerkers van de Afdeling Binnenland cruciale, wettelijke voorwaarden voor onteigening negeerden om gewilde schilderijen in beslag te nemen.
Emma ervaarde dit onderzoek als belangrijk omdat haar scriptie niet alleen een lacune in de kennis over het Nederlandse naoorlogse kunstbeleid opvult, maar ook de onzichtbare slachtoffers van dit beleid zichtbaar maakt. Uit haar onderzoek blijkt dat niet alleen (mogelijke) collaborateurs en vijanden van de staat werden getroffen. Termen die door de afdeling werden gebruikt – zoals ‘vijandelijke onderdaan’ of ‘afwezigen’ – verhullen dat ook Duitse Joden die naar Nederland waren gevlucht door dit beleid werden geraakt.
Met haar onderzoek hoopt Emma meer bekendheid te geven aan de Afdeling Binnenland. Zij voelt zich dan ook zeer vereerd dat haar scriptie voor deze prijs is genomineerd. De bevindingen van haar onderzoek dragen bij aan lopende discussies over herkomstonderzoek, naoorlogs cultuurbeleid en restitutievraagstukken. In de toekomst wil zij haar scriptie omwerken tot een artikel en haar onderzoek presenteren op conferenties, met de ambitie het later verder uit te bouwen tot een proefschrift.
Hulpactie 'Amsterdam helpt Arnhem'
Laura Molijn rondde de Onderzoeksmaster Geschiedenis af aan de Universiteit van Amsterdam. Haar afstudeerscriptie kreeg de titel: Van ‘pulsen’ naar ‘harken:’ Een sociaal-culturele analyse van de naoorlogse hulpactie ‘Amsterdam helpt Arnhem’ (1945). In haar scriptie onderzoekt Laura de hulpactie ‘Amsterdam helpt Arnhem,’ die het Amsterdams gemeentebestuur in juli 1945 opzette. Deze hulpactie was onderdeel van het naoorlogse Landelijk Adoptieplan, waarbij de zwaarst getroffen zuidelijke en oostelijke gemeentes waren gekoppeld aan de minst zwaar getroffen noordelijke en westelijke gemeentes. Het doel van de Amsterdamse hulpactie was om de Arnhemse bevolking weer van meubels en huisraad te voorzien. Gedurende de Slag om Arnhem waren de inwoners van de Gelderse stad zwaar getroffen door de oorlogshandelingen en waren hun huizen leeggeplunderd.
Tijdens haar werkervaringsstage bij het Stadsarchief Amsterdam in 2022 stuitte Laura op deze hulpactie. Er bleek tot dan toe vrijwel geen historisch onderzoek naar dit onderwerp te zijn gedaan. Laura vond het interessant hoe Amsterdammers bij deze hulpactie slechts enkele maanden na de bevrijding buiten verwachting veel goederen voor Arnhemmers hadden ingezameld. Gedurende de oorlogsjaren kon de Amsterdamse bevolking immers de inboedels niet op peil houden. Ook gebruikten Amsterdammers tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 goederen als betaalmiddel en stookten zij de eigen houten huisraad op vanwege brandstoftekorten. Na de bevrijding bezaten zij hierdoor relatief weinig spullen. In haar scriptie onderzoekt Laura daarom de herkomst van de gedoneerde goederen bij de hulpactie ‘Amsterdam helpt Arnhem.’ Zij bestudeert hierin onder meer de rol van ontvreemde goederen als Joodse huisraad en oorlogsbuit evenals het gebruik van onder beheer gestelde collaborateursvoorraden. In haar onderzoek gaat zij daarnaast na wat de motieven voor Amsterdamse bedrijven, particulieren en de gemeente Amsterdam waren om aan de hulpactie deel te nemen.
Laura vond het interessant om het onderzoek te verrichten en de hulpactie nader tegen het licht te houden. Uit de scriptie volgt hoe belangrijk het thema huisraad was voor de wederopbouw van Nederland. Zo blijkt dat de hulpactie de Arnhemse bevolking zowel materiële als morele steun bood. Het lijkt Laura interessant om nader onderzoek te doen naar andere via het Landelijk Adoptieplan georganiseerde hulpacties. Wellicht kan dit tot meer interessante inzichten leiden.
Tentoonstelling Onze kunst van heden
Veronica Simmelink studeerde in november 2025 af aan de Radboud Universiteit in Nijmegen in de master Kunst- en Cultuurwetenschappen, specialisatie Kunstgeschiedenis. De titel van haar scriptie is Een tentoonstelling in een “buitengewone omstandigheid”: Onze kunst van heden in het Rijksmuseum in Amsterdam, 1939-40 en gaat over de tentoonstelling Onze kunst van heden die van 18 november 1939 tot en met 29 februari 1940 in het Rijksmuseum in Amsterdam gehouden werd. Het was één van de laatste tentoonstellingen in het Rijksmuseum voordat Nederland op 10 mei 1940 bezet werd door Nazi-Duitsland. Door de oorlogsdreiging – de “buitengewone omstandigheid” in de titel - was het Rijksmuseum grotendeels ontruimd en besloot toenmalig directeur Frederik Schmidt Degener om een tentoonstelling van ‘Nederlandse hedendaagse meesters’ in de ruimtes te organiseren.
Dat is niet het enige dat Onze kunst van heden bijzonder maakte: het was namelijk ook één van de grootste hedendaagse kunsttentoonstellingen van de jaren dertig. 902 Nederlandse kunstenaars uit heel Nederland toonden 3200 schilderijen, beeldhouwwerken en grafische werken. Veronica kwam de tentoonstelling op het spoor door een onderzoeksstage over kunstenaar Giselle Kuster bij museum van Bommel van Dam in Venlo. Onze kunst van heden was Kusters eerste deelname aan een tentoonstelling in de Randstad. Veronica verbaasde zich erover dat er maar weinig over Onze kunst van heden geschreven was. Via archiefmateriaal en krantenartikelen over Onze kunst van heden heeft zij het ontstaan, verloop en invloed van deze tentoonstelling gereconstrueerd. Onze kunst van heden reisde na Amsterdam ook nog door naar Brussel, verschillende Nederlandse steden en tijdens de bezetting naar verschillende steden in Duitsland.
Veronica vond het onderzoek ontzettend bijzonder. Het archiefmateriaal van het Rijksmuseum en de krantenartikelen en recensies uit deze tijd brachten haar allerlei nieuwe inzichten. Hoe Nazi-Duitsland de ‘relatie’ tussen Nederland en Duitsland probeerde te versterken aan de hand van kunst, bijvoorbeeld. Waar Onze kunst van heden in 1939-40 bedoeld was als een Nederlandse, nationale tentoonstelling werd de tentoonstelling door de Nazi’s in de jaren veertig gebruikt om de ‘Germaanse’ band tussen Nederland en Duitsland aan te tonen.
En de manier waarop de economische crisis in de jaren dertig doorwerkte in de totstandkoming van Onze kunst van heden en het overheidsbeleid rondom de tentoonstelling. De krantenartikelen uit haar onderzoek toonden ook een interessant tijdsbeeld. De journalisten toentertijd schreven vaak zo scherp en kritisch: quotes uit hun stukken zouden ook nu niet misstaan in columns in Nederlandse kranten.
Veronica is dankbaar dat haar scriptie genomineerd is voor de Scriptieprijs. In de toekomst zou zij nog dieper op de tentoonstelling willen ingaan. Waar kwamen de individuele kunstenaars in Onze kunst van heden vandaan en hoe beleefden de kunstverenigingen waarbij zij vaak lid van waren en de economische crisis van de jaren dertig? Veronica werkt nu als redacteur bij Ons Limburgs Museum, het online verhalenplatform van het Limburgs Museum in Venlo. Daar werkt ze op dit moment aan een reeks verhalen rondom de bezetting en bevrijding van Limburg in 1944-45. Meer dan tachtig jaar na de bevrijding van heel Nederland zijn er nog zo veel verhalen rondom de Tweede Wereldoorlog die onbekend zijn voor het grote publiek.