De W.A. van Es-prijs is een stimuleringsprijs voor jong onderzoekstalent op het gebied van de Nederlandse archeologie. Aan de prijs, die jaarlijks tijdens de Reuvensdagen wordt uitgereikt, is een oorkonde verbonden en een geldbedrag van € 2000,- beschikbaar gesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De W.A. van Es-prijs wordt alternerend uitgereikt voor een proefschrift en een masterscriptie. Dit jaar gaat de prijs naar de beste masterscriptie van de afgelopen twee jaar.

Masterscripties konden worden voorgedragen door de begeleider. We ontvingen in totaal vijf voordrachten, twee ingediend vanuit Universiteit Leiden, twee vanuit Rijksuniversiteit Groningen en één vanuit de Vrije Universiteit Brussel. Weliswaar worden aan de HBO-opleiding Archeologie Saxion geen masterscripties geschreven, maar ook zij zijn indirect vertegenwoordigd bij de voordrachten.

Twee van de voorgedragen kandidaten hebben hun bachelor-diploma bij Saxion behaald.

De jury bestond dit jaar uit, Stijn Arnoldussen, Jos Bazelmans, Wim van Es, Lisette Kootker, Johan Nicolay, Roos van Oosten en Wouter Vos. Voordat ik namens de jury de winnaar van de W.A. van Es-prijs 2019 bekendmaak, geef ik een korte schets van de voorgedragen studies.

De jury heeft geconstateerd dat onder de inzendingen de bio-archeologie goed vertegenwoordigd is. Daartoe rekent zij de scriptie van Chantal Assië, Rosalie Hermans en Alette Blom.

De scriptie van Chantal Assië doet verslag van een archeobotanisch onderzoek. Daarbij kijkt zij niet (alleen) naar de traditionele macroresten of pollen, maar verkent zij systematisch de mogelijkheden om op cel- een weefselniveau de stengels en bladeren van de planten te determineren. Bij forensisch onderzoek en in de biologie heeft deze proxy zich al langer bewezen, maar voor de archeobotanie is haar aanpak vernieuwend. Ze overtuigt de jury ervan dat de determinatiepotentie groot is en dit nieuwe onderzoeksveld een volwaardige plaats verdiend in de archeobotanie.

Ook de scriptie van Rosalie Hermans doet verslag van een microscopische studie. Zij bestudeert fytolieten afkomstig uit veenafzettingen in Brussel die informatie bieden over de evolutie van het landschap tijdens het Holoceen én ze bestudeert fytolieten afkomstig uit stedelijke zwarte lagen, alwaar ze informatie geven over tuinbouw-activiteiten binnen de stadsmuren. Daarbij past zij systematisch verschillende extractiemethoden toe en verfijnt bestaande onderzoeksprotocollen. Ze laat daarmee overtuigend zien dat ze niet alleen in staat is veel nieuwe kennis over een moeilijk vakgebied eigen te maken, maar ook om de methodische grenzen van het vakgebied te verleggen.

De scriptie van Alette Blom betreft een fysisch-antropologische studie naar de puberteit. Zij past de methode ontwikkeld door Mary Lewis en collega’s voor het eerst toe in Nederland. Haar case-study betreft een 19de-eeuws grafveld in de Middenbeemster, waarvoor Blom overtuigend laat zien dat bij een deel van begravenen de puberteit vertraagd dan wel verstoord was: de puberteit begon op jongere leeftijd en eindigde op latere leeftijd. Haar studie blinkt uit in een heldere vraagstelling, een sterke historisch-medische inbedding en gedegen statistische toetsing.

Het lijdt geen enkele twijfel dat alledrie de studies een belangrijke bijdrage leveren aan respectievelijk de archeobotanie, micromorfologie en de osteo-archeologie, de jury heeft ze met bewondering gelezen en wil nadrukkelijk erop aandringen dat deze kandidaten hun scriptieresultaten publiceren in vakbladen.

In de kopgroep van de W.A. van Esprijs 2019 zijn twee scripties. De eerste is die van Pir Hoebe, Rijksuniversiteit Groningen, over paleolithische vuurstenen en de tweede is van Femke Lippok, Universiteit Leiden, over het vroegmiddeleeuwse grafritueel. De kwaliteit van de scripties ligt heel dicht bij elkaar, zowel de scriptie van Hoebe als van Lippok kenmerken zich door een goede

probleemstelling, sterke theoretisch inbedding en de uitstekende onderbouwing. De jury is onder de indruk dat beide kandidaten erin slagen een indrukwekkende hoeveelheid oude opgravingsgegevens in een nieuw theoretisch kader weten te plaatsen en tot nieuwe inzichten te komen.

Pir Hoebe schreef een scriptie getiteld Traditions set in stone? Adaptations in lithic technology on the Northern European Plain during the Late Glacial. Pir weet op basis van een kritische beschouwing van de variabiliteit in de vuursteentechnologie van het laat-paleolithicum, tot nieuwe standpunten te komen die typo-technologische valkuilen weten te vermijden. Bovendien blijft zijn analyse niet hangen op het kenmerken van verschillen, maar weet hij deze te duiden in samenhang met landschappelijke veranderingen en verschillen op Europese schaal.

Het werk van Femke Lippok, The pyre and the grave – Contextualising early medieval cremation burials in the Netherlands, the German Rhineland and Belgium, betreft een zeer degelijk, uitgebreid en pionierend werk naar het voorkomen van crematiegraven in de vroege middeleeuwen. Het overheersende beeld is dat crematiegraven abrupt verdwijnen, Femke haar ‘big data- analyse’ van meer dan 150 grafvelden laat zien dat crematies tussen de 5de en de 9de eeuw structureel blijven voorkomen en het begrafenisritueel een meer heterogeen karakter had. Daarnaast levert haar werk een bewonderingswaardig uitgebreide en waardevolle dataset van vroegmiddeleeuwse crematie- en inhumatiegraven in Nederland én delen van België en Duitsland.

De jury heeft over beide werken lang en stevig gediscussieerd, en heeft besloten de W.A. van Es-prijs 2019 voor de beste scriptie toe te kennen aan:... niet één, maar aan twee kandidaten, Femke Lippok én Pir Hoebe. De uitslag is ex aequo.

We nodigen beide winnaars uit om de prijs in ontvangst te nemen en een korte presentatie over hun onderzoek te geven.

Amersfoort/Apeldoorn 22 november 2019