De Rodahal in Kerkrade is officieel aangewezen als rijksmonument. Het is een nieuw, relatief jong rijksmonument uit de periode 1965 –1990 (Post 65). Met deze monumentale status krijgt de Rodahal maximale bescherming en blijft ze behouden voor toekomstige generaties.

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert overhandigde gisteren het besluit en monumentenschild aan burgemeester Petra Dassen-Housen. Dit gebeurde tijdens het Brassband Gala van het Wereld Muziek Concours (WMC) in Kerkrade, dat dit jaar haar 75-jarig jubileum viert.

Beeld: © Gemeente Kerkrade

Petra Dassen-Housen en Rianne Letschert met het besluit en monumentenschild.

De Rodahal in Kerkrade is als rijksmonument geselecteerd als toonaangevend voorbeeld van een multifunctioneel gemeenschapscentrum. Het speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de blaasmuziek en het vormt een hoogtepunt in het oeuvre van architect Laurens Bisscheroux. Daarnaast is het gebouw van grote betekenis voor de ontwikkeling van de bouwtechniek, doordat het als eerste gebouw in Nederland volgens het innovatieve hangdaksysteem van de Zweedse ingenieur David Jawerth werd gerealiseerd.

Beeld: Sergé Technau

Rodahal Kerkrade, zuid-west zijde

Hal voor Wereld Muziek Concours

De Rodahal werd gebouwd als permanent onderkomen voor het vierjaarlijkse Wereld Muziek Concours (WMC), dat in Kerkrade ontstond en uitgroeide tot een internationaal festival voor blaasmuziek. De gemeente Kerkrade wilde met de hal een vaste locatie creëren voor concerten, wedstrijden en andere evenementen.

Bij de opening in 1966 was de Rodahal direct het kloppend hart van het WMC en een belangrijk symbool van de internationale verbroedering die het festival nastreefde. Met meer dan drieduizend zitplaatsen en een flexibele opzet bood de hal ruimte aan concerten, sportwedstrijden, carnavalszittingen, tentoonstellingen en congressen. De zaal geldt tot op de dag van vandaag als ‘heilige grond’ in de wereld van de blaasmuziek.

Gemeenschapsgebouw zonder drempels

Architect Laurens Bisscheroux wilde met de Rodahal een groot gemeenschapsgebouw “zonder drempelvrees” ontwerpen. Hij maakte een flexibel te gebruiken hal met aan weerszijden tribunes, brede ingangshallen en op de verdieping foyers met dakterrassen. Door de pleinbestrating door te trekken in de traploze ingangshallen liet hij buiten en binnen naadloos in elkaar overvloeien.

Aan de zijkanten van de grote hal ontwierp hij twee vleugels met verschillende functies: een ‘actief’ deel met gymzaal, kleedruimten en kantoren, en een ‘passief’ deel met restaurant, bar, wintertuin en kegelbanen. Daarmee werd de Rodahal een sociaal-cultureel centrum waar inwoners van Kerkrade en omgeving elkaar ontmoeten, van carnaval en concerten tot sport, cursussen, tentoonstellingen en beurzen.

Entree

Beeld: Sergé Technau

Zuid-oost zijde

Beeld: Sergé Technau

Interieur

Beeld: Sergé Technau

Innovatieve constructie met Jawerth-systeem

De Rodahal was het eerste gebouw in Nederland – en in de Benelux – dat werd uitgevoerd met het hangdaksysteem van ingenieur David Jawerth. In dit systeem hangt het tentachtige dak aan een kabelvakwerk, waarvan de trekkrachten aan de buitenzijde met staalkabels worden afgetuigd. Dit maakte een kolomvrije overspanning van ruim zestig meter mogelijk, tegen relatief lage kosten en met een korte bouwtijd.

Architect Bisscheroux en constructeur Jules Janssen gaven het systeem een eigen draai door de kabels te laten functioneren als dragers van de dakterrassen aan weerszijden van de hal. De Rodahal kreeg hierdoor een karakteristiek silhouet met golvende zijgevels, dat al snel de bijnaam ‘Ut strikske’ opleverde, vanwege de gelijkenis met een vlinderdas.

  1. Kleurrijk mozaïek
  2. Beeld Orphée
  3. Detail overhangend dak

Kunst en plein in het verlengde van de hal

De Rodahal staat op het hooggelegen Europaplein, waarvan de inrichting integraal onderdeel is van het ontwerp. Tuin- en landschapsarchitect Wil Snelder ontwierp een hellend plein met plateau, taluds, trappen, waterpartijen, plantvakken, vlaggenmasten en betonnen zitbanken, waardoor het complex een sterke relatie met de omringende stad heeft.

Het plein werd rijk voorzien van kunstwerken, waaronder een kleurrijk mozaïek van kunstenaar Hans Truijen, het plastiek ‘Comme une fleur’ van Piet Killaars en vooral het dertien meter hoge beeld ‘Orphée’ van Gène Eggen. Deze kunstwerken versterken de feestelijke sfeer rondom de hal en onderstrepen de rol van Kerkrade als ‘Klankstad’.

Lees meer over de Rodahal in Kerkrade

Aanwijzingsprogramma

De aanwijzing tot rijksmonument van de Rodahal Kerkrade is onderdeel van het aanwijzingsprogramma voor vijftien rijksmonumenten uit de periode 1965-1990, ook wel bekend als Post 65. Op 4 september 2025 vond de officiële start hiervan plaats in de Kasbah in Hengelo. De komende periode worden de 15 jonge rijksmonumenten formeel aangewezen. De locaties weerspiegelen het bijzondere karakter van deze periode. Hiermee wordt vooruitgelopen op een meer omvangrijk aanwijzingsprogramma van rijksmonumenten uit de periode Post 65. De RCE maakt daarvoor dit jaar een uitgebreide selectie.

Rijksmonumenten

Rijksmonumenten zijn gebouwen, objecten of terreinen die van nationaal belang zijn vanwege hun schoonheid, geschiedenis of wetenschappelijke waarde. Ze vertellen het verhaal van Nederland en worden beschermd zodat ze behouden blijven voor toekomstige generaties. In Nederland zijn ruim 63.000 gebouwde, aangelegde en archeologische rijksmonumenten.