Hollandse Waterlinies voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst

In Parijs is gisteren het nominatiedossier Hollandse Waterlinies aangeboden bij UNESCO. Bij het aanbieden waren gedeputeerde Josan Meijers van Gelderland en gedeputeerde Joke Geldhof van Noord-Holland aanwezig. De Hollandse Waterlinies bestaat uit de Stelling van Amsterdam die al op de Werelderfgoedlijst staat en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Samen vormen zij een uniek en compleet monument van verdediging van het land met water als bondgenoot.

Wandelaars bij het torenfort Uitermeer, Weesp

Wandelaars bij het torenfort Uitermeer, Weesp

Uniek in de wereld

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is als toekomstig Werelderfgoed een mooie aanvulling op de unieke waarde van de Stelling van Amsterdam. De beide linies vormden in het verleden één verdedigingslinie die bedoeld was om het bestuurlijke en economische hart van Nederland te beschermen tegen vijandelijke legers. De Nieuwe Hollandse Waterlinie vertelt het begin van het verhaal van de complete ontwikkeling van de beide linies. Samen laten de linies de overgang van bouwen met baksteen naar betonbouw zien en het Nederlands vernuft op het gebied van watermanagement. De Hollandse Waterlinies vormen nu een groot open landschap aan de rand van de Randstad.

Werelderfgoedstatus

De Werelderfgoedstatus onderstreept en bevestigt de betekenis van dit unieke erfgoed en daarmee de betekenis voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit in ons land. Bovendien biedt het economische en maatschappelijke kansen en het kan meer (internationale) bezoekers naar het gebied trekken.

Gezamenlijke toekomst

De Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie hebben een gezamenlijk verleden én een gezamenlijke toekomst als één Werelderfgoed; de Hollandse Waterlinies. In 1996 werd de Stelling van Amsterdam door UNESCOopgenomen op de Werelderfgoedlijst. In juni 2014 besloot het Rijk om de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de voorlopige nominatielijst voor UNESCO Werelderfgoed te zetten, als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam. Na een jarenlange samenwerking tussen de vier linieprovincies (Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant) en het Rijk is het aanbieden bij UNESCO een zeer belangrijke stap in het nominatieproces. UNESCO kan de Nieuwe Hollandse Waterlinie op zijn vroegst in de zomer 2020 aanwijzen als Werelderfgoed. Dan is het UNESCO-Werelderfgoed Hollandse Waterlinies dan een feit.