Het Rijk, provincies, gemeenten en andere publiekrechtelijke rechtspersonen zoals universiteiten en waterschappen zijn eigenaar van cultuurgoederen. Dat zijn bijvoorbeeld kunstwerken en objecten zoals een stoel van Gerrit Rietveld, de microscoop van Antoni van Leeuwenhoek, een foto van Rineke Dijkstra, een tapijt van Claudy Jongstra of een zilveren object van Wenzel Jamnitzer. Een deel van deze cultuurgoederen wordt namens deze overheden en organisaties beheerd door musea.

Het vervreemden van cultuurgoederen

Reorganisaties, verhuizingen, fusies van overheidsorganisaties of het opstellen van een nieuw museaal collectieplan kunnen aanleiding zijn om bepaalde cultuurgoederen te vervreemden. Dit betekent dat de goederen van eigenaar wisselen. Onderdeel van goed collectiebeleid is een zorgvuldige en transparante wijze van vervreemden. De Erfgoedwet stelt kaders aan de vervreemdingsprocedure voor cultuurgoederen in publiek bezit. Zo zorgen we ervoor dat we weten wat er met deze (waardevolle) cultuurgoederen gebeurt en waar ze zijn.

Rol RCE

In het vervreemden van cultuurgoederen uit overheidsbezit (gemeente, provincie, rijk) heeft de Minister van OCW in een aantal gevallen een rol. Deze rol wordt ingevuld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In de procedures leest u hier meer over.