In maart 2025 woedt er een grote stadsbrand in de Arnhemse historische binnenstad. Verschillende panden raken zwaar beschadigd. Er zijn ook drie rijksmonumenten bij. Dankzij overleg ter plaatse met het Incidententeam van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) kunnen twee rijksmonumenten behoed worden voor sloop.
Het is de vroege ochtend van 6 maart 2025 in Arnhem. Architectuurhistoricus en RCE-regioadviseur voor de provincie Gelderland Nick van den Berg slaapt nog. Eerder die nacht ontvangt hij een NL-Alert: de ramen moeten dicht vanwege een grote brand. Dat het om een groep panden in de binnenstad gaat waar ook monumenten bij zitten, daar is hij zich nog niet van bewust. Om 7 uur is hij wakker, de brand is nu ook op het nieuws. Nick zoekt meteen contact met Pieter Polman, erfgoedadviseur bij de Gemeente Arnhem.
In het hart van de situatie
Een paar uur later staan hij en Pieter op enkele tientallen meters van de brand in het verder hermetisch afgesloten gebied, in het hart van de situatie. Ook het Incidententeam van de RCE, het team dat in zulke noodsituaties wordt betrokken, ontvangt inmiddels veel meldingen over de brand. Bouwkundige bij de RCE en lid van het team Teun Schel haast zich naar Arnhem en voegt zich bij Nick en Pieter. Vaak komt het team pas ná het incident (brand, instorting, wateroverlast). Nu is dat als de brand nog volop woedt, tijdens het blusproces, en staan de erfgoedspecialisten te midden van hulpverleners, brandweer, politie en recherche.
Slopen of stutten
De drie erfgoedspecialisten voeren overleg met de Hoofdofficier van de brandweer die de operationele leiding heeft over de brandbestrijding, Wim Verboom (Veiligheidsregio Gelderland-Midden). Ze horen dat de brandhaard zich achter in het pand bevindt waar de SoLow zit, een rijksmonument met een middeleeuwse kern, waar in de 19e eeuw een nieuwe gevel voor is gezet, aan de Jansstraat 28. Dat winkelpand is in de loop van de jaren helemaal uitgebouwd tot diep in het woonblok, met openingen naar andere panden in een zijstraat. Om de brandhaard te kunnen bereiken en te zorgen dat het vuur niet nog meer overslaat, moet er fors worden gesloopt, geeft de Hoofdofficier aan. En dat moet vanaf de voorkant, want de zijstraat is te smal. Vanwege de veiligheid worden bij voorkeur meerdere panden gesloopt om een brede toegang te maken, ook de twee rijksmonumenten rechts van Jansstraat 28, eveneens met middeleeuwse kernen. Deze panden zouden steunen op het SoLow-pand en kunnen omvallen, is de gedachte.

Jansstraat 28 na slopen. 
Stutwerk van planken en stalen buizen
Meteen alle drie de panden slopen vinden de erfgoedspecialisten te rigoureus. Ze pleiten voor alleen het opgeven van Jansstraat 28 en het behoud van de andere twee rijksmonumenten. Ze adviseren om de twee panden ernaast te stutten tegen het pand aan de andere kant van de steeg, omdat het hoekpand inmiddels grove scheurvorming vertoont. De Hoofdofficier geeft vervolgens toestemming om een bedrijf te laten komen die dit stutwerk van planken en stalen buizen in een uur voor elkaar krijgt. Daarop lukt het de aannemer om alleen het SoLow-pand te slopen en een doorgang te creëren naar de brandhaard, die daarna succesvol geblust kan worden. De twee rijksmonumenten blijven staan.
De erfgoedcomponent telde
Het bleek bijzonder waardevol dat het Incidententeam, de regioadviseur vanuit de RCEen de gemeentelijk erfgoedambtenaar zo tijdig aanwezig konden zijn bij deze brand, en daarmee konden voorkomen dat twee rijksmonumenten werden gesloopt. Teun: Normaal gesproken is de brand al uit als we komen, en kunnen we alleen achteraf adviseren over hoe om te gaan met de schade. Nu stonden we op een cruciaal moment met de brandweer en de aannemer en konden écht meepraten. Je weet dat de brandweercommandant uiteindelijk de beslissing neemt, en dat zijn inzetverplichting veiligheid en brandbestrijding is. Maar ik heb een goede samenwerking ervaren, waarbij er oog en oor was voor ons advies.
Pieter van de gemeente beaamt dit: De erfgoedcomponent telde. Onze overwegingen werden goed meegenomen.
'Normaal gesproken is de brand al uit als we komen, nu stonden we op een cruciaal moment met de brandweer en de aannemer en konden écht meepraten.'
Stroef gesprek
Ook vanuit de kant van de brandweer klinkt het positief. Wim Verboom: In het begin ging het gesprek stroef. Je moet je voorstellen: wij werken in een commandostructuur, met weinig tijd om te vergaderen, en één iemand die de beslissingen neemt. En ineens wordt er dan toch iets in debat gebracht. Dat was wennen, de verschillende belangen schuurden, maar uiteindelijk goed dat ze uitgesproken werden. Het heeft ons enorm geholpen. Dat het om monumenten ging, daar was ik mij zeker van bewust. Daarom vond ik het ook belangrijk met de erfgoedspecialisten te praten. Ik kijk er goed op terug.
Specialisten werken samen
Het Incidententeam is in 2016 opgericht. De meeste incidenten waarmee het team te maken krijgt, zijn kleinschaliger dan deze brand, en vaak is de rol van het team om naderhand advies te geven over maatregelen ter voorkoming van vervolgschade. Over het thema brand is er ook een netwerkgroep Brandweer - Cultureel erfgoed, die bestaat uit een groep specialisten uit een aantal veiligheidsregio’s en de RCE en erfgoedinstellingen. Momenteel bekijkt het netwerk of het mogelijk is dat bij een brandmelding ook de informatie oppopt dat het om een erfgoedlocatie gaat.
Ook erfgoedambtenaren bij gemeenten kunnen hun voordeel doen met de kennis die door de veilig erfgoed specialisten wordt verzameld en ontsloten, richting erfgoedpartners en lokale hulpdiensten bijvoorbeeld. Provinciale erfgoedhuizen en Steunpunten Cultureel Erfgoed spelen hier een belangrijke rol in. Erfgoedambtenaren kunnen ook altijd rechtstreeks contact opnemen met het Incidententeam.
Beeld: Tirzah Schnater
regioadviseur Nick van den Berg op locatie.
Rijksmonumenten blijven staan
Terug naar Arnhem, waar een gapend gat de binnenstad ontsiert, maar wel plannen in ontwikkeling zijn om het gebied weer op te bouwen. De twee geredde rijksmonumenten zijn geïnspecteerd en goed genoeg bevonden om te blijven staan. Ze zullen straks onderdeel uitmaken van een nieuw woonblok.