Molens behoren tot Nederlands meest herkenbare monumenten. Net als kerktorens, watertorens en vuurtorens, zijn het bakens in het landschap, herkenningspunten in het silhouet van steden en dorpen. Ze staan symbool voor de inpoldering en de strijd tegen het water. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de molen al eeuwenlang een inspiratiebron is voor Nederlandse kunstenaars.

Noordelijke ringmolens van De Schermer
De zeventiende-eeuwse landschappen met molens van Jacob en Salomon van Ruysdael en Jan van Goyen zijn wereldberoemd. Maar ook in de negentiende eeuw waren molenlandschappen een dankbaar onderwerp voor de schilders van de Haagse School. In de Rijkscollectie RCE bevinden zich enkele honderden kunstwerken waarop deze karakteristieke werktuigen met wieken te zien zijn. Op tekeningen, etsen, schilderijen, en ook op tegels, borden en tegeltableaus komen ze veelvuldig voor.
Dat ze veel zijn afgebeeld is niet verwonderlijk: al vóór de zeventiende eeuw speelden molens een belangrijke rol in de economische, landschappelijke en sociale ontwikkeling van Nederland. Halverwege de negentiende eeuw stonden er in Nederland maar liefst 10.000 molens! Maar toen in de eerste helft van de twintigste eeuw de industrialisatie een hoge vlucht nam, verloren molens hun functie en verdwenen uit het Nederlandse landschap. Op dit moment zijn er nog zo’n 1100 molens over, waarvan er bijna 1000 zijn aangewezen als rijksmonument.
De molens van Colnot

Beeld: © RCE
Noord-Hollands landschap met molen, Ca. 1931-1942, Arnout Colnot
Het verhaal van het Nederlandse molenlandschap laat zich goed illustreren aan de hand van drie schilderijen van Arnout Colnot, gemaakt in de jaren dertig. Colnot was schilder, tekenaar, graficus en lithograaf en werd geboren in 1887 in Amsterdam. Vanaf zijn vijftiende was hij gedurende zes jaar in de leer bij de Amsterdamse decorontwerper Jan Maandag. Daarnaast ging hij ’s-avonds naar de Teekenschool voor Kunstambachten. In zijn spaarzame vrije tijd trok hij er op uit om in de open lucht te tekenen en te schilderen. Vanaf 1907 koos Colnot voor het vrije kunstenaarschap. Samen met schilder Dirk Filarski bezocht hij regelmatig het kunstenaarsdorp Bergen waar hij zich tussen 1913 en 1932 vestigde.
Omringd door gelijkgestemde schilders, legden Filarski en Colnot de basis voor de Bergense School
de eerste expressionistische kunstenaarsbeweging in Nederland. Kunstenaars als Piet van Wijngaerdt, Charley Toorop, Leo Gestel en Else Berg schilderden, portretten, landschappen en stillevens in hoekige vormen en contrastrijke kleuren. Dit is goed te zien in Colnot’s landschappen waarin aardse kleuren, waaronder veel groen, oker en bruin door de kunstenaar met forse penseelstreken op het doek zijn aangebracht. Vooral het Noordhollandse polderlandschap heeft hij vaak geschilderd. Colnot zei daar zelf over: het Polderlandschap kent zoveel schakeringen; daar kan een mens in zijn hele leven nog niet op uitgekeken raken
.

Beeld: © RCE
Landschap met molen, Ca 1931-1942, Arnout Colnot
Polderlandschap ontstond door de droogmakingen in de zestiende eeuw. Na droogmaking van de Beemster (nu Unesco Wereld Erfgoed) was het Schermeer één van de laatste grote meren. Dit werd tussen 1633 en 1635 succesvol drooggemalen. Ruim vijftig molens in de Schermer functioneerden eind negentiende eeuw zo goed dat het polderbestuur afzag van de bouw van dure stoomgemalen, in tegenstelling tot naburige polders. Toch waren de technologische ontwikkelingen niet tegen te houden: in 1925 besloot het Polderbestuur om over te gaan op elektrische gemalen.
Schoonheid van de Schermer
Met het in gebruik nemen van deze gemalen verloren de molens in de Schermer hun functie en het bestuur vreesde dat het bijzondere polderlandschap zou verdwijnen. Daarom kreeg Colnot in 1931 van het polderbestuur van Schermer de opdracht om twee schilderijen te maken van de molens. Colnot moest de schoonheid van de Schermer voor het nageslacht vastleggen. De kunstenaar vond het een eervolle opdracht en maakte twee grote schilderijen die, na goedkeuring door het bestuur, werden opgehangen in het fraaie Noorderpolderhuis waar het polderbestuur vergaderde.

Beeld: © RCE
Damlandermolen, Bergen Noord Holland, 1930, Arnout Colnot
Colnot, gefascineerd door het landschap, maakte vervolgens een hele serie schilderijen op kleiner formaat met dit thema. Uit deze serie werden Noord-Hollands landschap met molen
, Landschap met molen
en Damlandermolen, Bergen Noord-Holland
verworvenvoor de Rijkscollectie. De vrees van het Polderbestuur dat de karakteristieke molens in de Schermer zouden verdwijnen was terecht. Wie nu zoekt op de website allemolens.nl vindt nog 11 bestaande molens in de Schermer, inmiddels allemaal rijksmonument. Ongetwijfeld is een aantal daarvan te bezoeken op de Nationale Molendag (in 2026 op 9 en 10 mei). Een van de drie nog bestaande molens bij Schermerhorn is tegenwoordig een museum.
Arnout Colnot verliet Bergen en woonde van 1943 tot 1969 in Amsterdam. Hij werd lid van de Amsterdamse verenigingen Arti et Amicitiae en Sint Lucas. Hij kreeg onder meer de Sint Lucasprijs, won in 1937 de zilveren medaille op de wereldtentoonstelling te Parijs en in 1948 de Arti-medaille. Later keerde hij toch weer terug naar Bergen waar hij in 1983 overleed. Werk van Colnot bevindt zich, behalve in de Rijkscollectie RCE, in Museum Kranenburgh in Bergen (NH), Stedelijk Museum Alkmaar en Museum De Wieger in Deurne.
Deze blog is geschreven door Simone Vermaat, conservator Rijkscollectie, en is onderdeel van de serie Kunstwerk van de Maand.