Deze warme maand augustus vraagt om lichte, luchtige kost. Een open en ritmische sculptuur van Hans Ittmann (1914-1971) lijkt daarvoor bij uitstek geschikt. Ittmann, geboren in Waalwijk, maakte het beeld van aan elkaar gesoldeerde plaatjes ijzer en metaaldraad. Opmerkelijk eigenlijk dat hij met zulke stevige materialen iets wist te maken dat – meer dan 1 meter hoog - bijna gewichtloos lijkt... Het is gemaakt tussen 1955 en 1958. Een preciezer jaartal is niet bekend, omdat Ittmann na 1950 stopte met het dateren van zijn werk. Voor de kunsthistoricus misschien een kleine frustratie, voor de toeschouwer verandert het gelukkig niets aan de ervaring.

  1. Metalen sculptuur van Hans Ittmann met metalen plaatjes en draad
  2. Metalen sculptuur van Hans Ittmann met metalen plaatjes en draad, iets gedraaid

Hans Ittmann, zonder titel, 1955-1958, 112.3 x 61 x 32 cm  (inv.nr. K58427) collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De veelzijdigheid van Hans Ittmann

Dat Hans Ittmann kunstenaar zou worden, lag niet in de lijn der verwachting. Hij was voorbestemd om net als zijn vader en grootvader notaris te worden. Na zijn eindexamen Gymnasium in 1933 studeerde hij tussen 1934 en 1939 rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij koos echter voor de kunst. Hoewel hij eerst alleen tekende en schilderde trok al snel ook de beeldhouwkunst zijn aandacht. Hij ging in de leer bij beeldhouwer Cephas Stouthamer in Amsterdam. Ittmann's eerste beelden waren figuratief, net als zijn schilderijen en aquarellen uit die tijd.

Hij blijkt een kunstenaar die zich niet gemakkelijk in één hokje laat stoppen. Hij werkte in verschillende disciplines, maakte schilderijen, reliëfs, keramisch werk, klein plastiek en vrije sculpturen. Daarin ging hij voortdurend op zoek naar nieuwe vormen. Zijn oeuvre omvat zowel autonome als monumentale sculpturen. De hoogtepunten in zijn oeuvre zijn zonder twijfel zijn constructivistische objecten waarmee hij eind jaren vijftig begon en die hij in de jaren zestig verder ontwikkelde.

Spontaniteit en abstractie

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog veranderde de kunstwereld ingrijpend. Ook in Nederland namen veel (jonge) kunstenaars namen afstand van de meer figuratieve kunst van de oorlogsjaren en bouwden voort op de avant-garde van vóór de oorlog. Zij verenigden zich in bewegingen als Cobra, Vrij Beelden en Creatie en propageerden vernieuwing, spontaniteit en abstractie. Ook de belangstelling voor geometrische vormen bloeide weer op, al ging het allang niet meer alleen om rechte lijnen en strakke composities. Vrijheid werd minstens zo belangrijk gevonden.

Creatie

Van 1946 tot 1949 studeerde Ittmann, met een beurs van de Franse regering, aan de École des Beaux-Arts in Parijs. Daarnaast werkte hij in het atelier van Ossip Zadkine. Toen hij in 1951 naar Amsterdam terugkeerde, sloot hij zich aan bij de in 1950 opgerichte kunstenaarsvereniging Creatie. Deze kunstenaars streefden naar een absolute kunst, vergelijkbaar met muziek. In de schilderkunst zochten zij naar een nieuwe ruimtelijke werking, gebaseerd op lijn en kleur. In hun beeldhouwkunst lag de nadruk op een eerlijke toepassing van het materiaal en op het zichtbaar maken van ruimte en volume. In deze periode verdween het figuratieve uit Ittmann's werk en werd zijn werk volledig abstract.

Liga Nieuw Beelden

In 1955 fuseerde kunstenaarsbeweging Creatie met Vrij Beelden tot Liga Nieuw Beelden (1955-1969). Dit verbond van beeldend kunstenaars, architecten en vormgevers streefde er vooral naar om door samenwerking de stedelijke leefomgeving menselijker, mooier en moderner te maken. Doelstelling van de Liga was het verwezenlijken van een volledige eenheid tussen kunst en het dagelijks leven. Kunst moest een vanzelfsprekende plaats krijgen in de wederopbouw van Nederland.

Ittmann was een van de initiatiefnemers van de Liga Nieuw Beelden. Als eerste (tijdelijke) voorzitter hield hij de openingsrede van de eerste Liga-tentoonstelling, georganiseerd in museum Fodor in Amsterdam. Deze rol paste hem goed, hij stond bekend als iemand die kunstenaars, architecten, vormgevers en industrieel ontwerpers met elkaar wist te verbinden. Tegenwoordig klinkt dit heel vanzelfsprekend, maar in de jaren vijftig was dit nieuw in de kunstsector, waarmee de doelstelling van de Liga ook zeer ambitieus.

Ruimtelijke constructies

Tijdens de Liga-periode maakte Ittmann's beeldhouwwerk opnieuw een ontwikkeling door. Waar hij vóór 1955 vooral massieve beelden maakte, ging hij vanaf 1955 steeds meer assemblerend te werk met metaal. Zijn gelaste en beschilderde sculpturen kregen een opener en ruimtelijker karakter. Rond 1956 resulteerde dit in ruimtelijke constructies waarvan enkele, geheel in overeenstemming met de idealen van de Liga, een plek kregen in een architecturale omgeving.

Atelier Volten

Ons Kunstwerk van de Maand - de draadplastiek met de gesoldeerde metalen plaatjes uit de Rijkscollectie van de RCE  - is een mooi voorbeeld van Ittmann’s werk uit deze periode. Het beeld is momenteel te zien in Atelier Volten in Amsterdam, op de tentoonstelling over de Liga Nieuw Beelden. In dit voormalige woonhuis en atelier van beeldhouwer André Volten, ook een lid van de Liga, wordt getoond hoe kunstenaars, architecten en ontwerpers samenwerkten aan een nieuwe, moderne leefomgeving. Beeldhouwwerken, schilderijen, affiches, maquettes en foto's vullen de ruimtes. Naast werken uit de Rijkscollectie is er ook veel werk te zien uit de privécollecties van de erfgenamen van de kunstenaars van de Liga.

Zo kan een kunstwerk - zonder titel, en met ogenschijnlijke lichtvoetigheid - een belangrijk verhaal vertellen over vernieuwing, samenwerking en optimisme.

Atelier Volten

Deze blog is geschreven door Nathalie Menke, conservator bruiklenen, en is onderdeel van de serie Kunstwerk van de Maand.