Weblog

100ste Kunstwerk van de maand

Het is een bijzonder Kunstwerk van de maand deze keer. Want het is het 100e kunstwerk dat Fransje Kuyvenhoven, conservator en onderzoeker, uit de rijke collectie heeft gehaald om u te tonen.

Portret van Dr. F. (Fransje) Kuyvenhoven
©Koos Breukel
Dr. F. (Fransje) Kuyvenhoven

Fransje begon de online rubriek in 2012 met een wandkleed van Wil Fruytier. En nu zijn we toe aan de 100e bijdrage, het Landschap in Limburg door Marijke Thunnissen.

Er is geen onderwerp geweest of Fransje heeft het een podium gegeven: voetballers, ijsheiligen, staatsieportretten, asielzoekers. Alle actualiteit kreeg een beeldende connectie uit de Rijkscollectie RCE.

En zo is de rubriek ‘Kunstwerk van de maand’ langzaam zelf een klein kunstwerk geworden, waar ik me elke maand weer op verheug. Ik kijk nu al uit naar de volgende.

Susan Lammers
algemeen directeur

Een blote verrassing

Toen Museum Valkenburg ‘Landschap in Limburg’ van Marijke Stultiens-Thunnissen te leen vroeg, werd het schilderij eerst grondig schoongemaakt. Niet alleen werden daardoor de kleuren van het dorpsgezicht weer helder, ook vond de restaurator tot haar verrassing aan de binnenzijde van de afdekplaat een tweede voorstelling: een naakte vrouw. De kunstenares vertelde desgevraagd dat ze in de beginjaren van haar schilderscarrière weinig geld had en geregeld de achterzijde van schilderijen gebruikte voor studies.

Dorpsgezicht op huizen en twee grote bomen, met op de voorgrond een vrouw, man en kind aan het wandelen op een dorpsweg. Het kind houdt een bos bloemen in haar jand, de vrouw draagt een mand.
Marijke Stultiens-Thunnissen (1927), Landschap in Limburg, 1952, olieverf op karton, 76,5 x 105,5 cm, inv.nr. K2030 (voorzijde)
Portret van naakte vrouw, vanaf de knieën, zittend, linkerhand achter de rug.
Marijke Stultiens-Thunnissen (1927), Martha, 1952, olieverf op karton, 76,5 x 105,5 cm, inv.nr. K2030 (achterzijde)

Stultiens-Thunnissen kreeg van 1949 tot 1953 les van de Belgische kunstenaar Oscar Jespers aan de Jan van Eyckacademie. Het was er destijds niet toegestaan om naar naaktmodel te werken. Jespers maakte daar een einde aan en Stultiens-Thunnissen mocht als een van de eersten model Martha tekenen. Zowel het landschap als het model werkte ze uit in een naïef-realistische stijl. Pas in de jaren zestig ging ze abstracter werken.

Haar artistieke begaafdheid werd snel erkend: ze kreeg drie keer, in 1953, 1954 en 1956, de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst (tegenwoordig de Koninklijke Subsidie geheten) een aanmoedigingsprijs voor jong aankomend talent. Hoewel Stultiens-Thunnissen allerlei technieken beoefende (textiel, ceramiek, werk op papier, olieverf) heeft de Rijksdienst alleen houtskooltekeningen en schilderijen van haar gekocht: zeven landschappen.

In 1960 exposeerde ze samen met haar echtgenoot Rob Stultiens en elf andere kunstenaarsechtparen in Kasteel Hoensbroek op de tentoonstelling ‘Kunst in liefde bloeiende’. In Valkenburg zal later dit jaar alleen háár werk en dat van vier andere kunstenaarsvrouwen te zien zijn, op de expositie die met een knipoog naar Hoensbroek is getiteld ‘Kunst in liefde bloeiende?’