Weblog

De vrijheid gaat in ’t rood gekleed

Textiele werkvormen zouden typisch vrouwelijk zijn, een gedachte die zelfs gold op de vooruitstrevende kunstopleiding van het Bauhaus (Dessau). Toch was de weefafdeling de meest bruisende. De florale motieven in gedekte kleuren die in de  mode waren in de periode ervoor werden ingeruild voor lichte, kleurige weefsels in figuratieve of abstracte patronen. Het bleek een schot in de roos: de stoffen van het Bauhaus waren commercieel zeer succesvol.

Afbeelding van twee geabstraheerde vrouwen, groengekleurd, links en rechts een mannenfiguur roodgekleurd.
Greta (G.M.D.C.) Kaeler (1906-1986), De vrijheid gaat in ’t rood gekleed, 1947-1951, wol (geweven en geknoopt), 302 x 294 cm, inv.nr. K1650

Een van de leerkrachten op de weefafdeling was de textielkunstenares Greta Kaeler uit Schleswig. Zij ontwierp haar stoffen met veel aandacht voor kleur en nieuwe materialen zoals cellofaan en ijzergaren. Het nationaalsocialisme dreef haar naar Nederland waar ze latere generaties textielontwerpers en kunstenaars beïnvloedde met de Bauhausidealen: de stoffen moesten qua vormgeving machinaal vervaardigd kunnen worden en zo betaalbaar zijn voor iedereen.

Kaeler kreeg in 1947 evenals vier andere kunstenaars de opdracht van het ministerie van OCW om ter gelegenheid van de restauratie van de Tweede Kamer een wandkleed te maken. Nadat het kleed in 1951 was voltooid werd het in 1954-1955 uitgeleend aan Rekenschap, de eerste rijksaankopententoonstelling in Delft. Volgens een brief van Kaeler in familiebezit beeldde ze het thema uit van Theun de Vries’ boek De vrijheid gaat in ’t rood gekleed uit 1945: na veel bloedvergieten is de onderdrukker overwonnen.