Weblog

Liefde voor klei

De grijswitte toren met rondom raampjes lijkt op een mini uitvoering van een van ‘de zeven zusters’ uit Moskou. Dat is het niet. Het is een van de laatste aardewerken sculpturen van Frieda Koch, een pottenbakster uit Bussum, die in het eerste oorlogsjaar in Amsterdam neerstreek voor haar opleiding aan de Kunstnijverheidschool. Ze was enige tijd gehuwd met Bert Schierbeek, maar had ook een liefde voor Lucebert die haar schalen en potten beschilderde die zij dan bakte in twee grote bakovens op haar zolderverdieping in de Amsterdamse binnenstad. 

Sculptuur, grijswitte toren met rondom raampjes
Frieda Koch (1923-1995), Bouw I (1981), geglazuurd aardewerk, 43 x 28 x 28 cm, inv.nr. BK91581

Klei is een wonderlijke materie. Verschillende klei- en glazuursoorten door elkaar gebruiken hoort tot de specialiteit van Frieda Koch. Bij deze toren gebruikte zij gele klei die na het eerste bakproces een oranjerood biscuit oplevert dat met een bepaald soort glazuur uiteindelijk grijs-wit aardewerk wordt. 

Koch verkocht haar werk dikwijls via de Beeldende Kunstenaarsregeling. Dat was voor een gehuwde vrouw nog wel een hindernis om daarin toegelaten te worden. Omdat haar man weinig verdiende gold zij als kostwinner en mocht zij gebruik maken van de regeling. Gebruiksgoed zoals vazen en schalen verkochten nog wel, maar ‘grote grillige dingen, die zij maakt om het vorm-experiment en die nergens 'toe dienen' zoals Het Vrije Volk in juli 1956 schreef, waren moeilijk verkoopbaar. De kleine vrouw die van klei hield omdat het zacht is maakte het liefst grote stukken. De Rijksdienst bezit drie van deze torens.