Op een boekenkast in het Amsterdamse Witsenhuis staat een houten beker met geometrische patronen. Hij staat naast allerlei decoratieve voorwerpen. Deze uitstalling vormt maar een klein hoekje in het volle atelier van kunstenaar/criticus/fotograaf Willem Witsen (1860-1923). Toch selecteerde de eigenaar van de collectie, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), dit verder weinig opvallende houten voorwerp voor nader onderzoek. Want hoe kwam de Afrikaanse beker in deze kamer terecht? En wat is de betekenis ervan voor het land van herkomst, Congo? Twee onderzoekers, Sophie Olie in Nederland en Eric Kuikende in de Democratische Republiek (DR) Congo, gingen aan de slag.
Bij wijze van proef liet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de herkomst van zes objecten uit de collectie onderzoeken die afkomstig zijn uit een koloniale context. Elk object heeft een eigen geschiedenis en vraagt om een unieke benadering. Daarom werden verschillende specialisten(duo’s) ingeschakeld. Deze blogreeks volgt hun aanpak en bevindingen.

Beeld: © RCE / Rijkscollectie RCE
Beker, 1886-1892(?), inv.nr. W55. Hardhout, metaal, 19,5 x 6,5 cm, Rijkscollectie RCE. Herkomstgeschiedenis: afkomstig van de Kuba, Democratische Republiek Congo; […onbekend…]; collectie Willem Witsen; nalatenschap aan de staat, 1944.
Willem Witsen huurde een atelier op Oosterpark 82 in Amsterdam, waar in 1905 Marie (Augusta Maria Agnes) Schorr (1875-1943) de bovenverdieping betrok. In 1907 trouwden zij, allebei voor de tweede keer, en bewoonden ze samen het hele pand. Na Witsens dood in 1923 kocht Marie het huis. Zij woonde er nog twintig jaar, zonder iets te veranderen. Uiteindelijk liet zij het huis na aan de Nederlandse Staat, inclusief alle goederen met (kunst)historische waarde. De Commissie van Beheer van het Witsenfonds is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer.
Marie Schorr stelde voorwaarden: het interieur van de eerste verdieping (Witsens oude atelier) moest in de staat blijven waarin zij het had achtergelaten. De overige verdiepingen waren bestemd voor schrijvers en dichters, die daar korter of langer mochten wonen. Ze wilde dat het huis een creatieve plek zou zijn, net als tijdens het leven van haar man. Vele meer en minder bekende auteurs woonden sindsdien (en nog altijd) in het huis. De atelierverdieping lijkt onaangeroerd en voelt als een tijdscapsule, waar je zo een eeuw terug gaat in de tijd. Deze ruimtes in het Witsenhuis zijn toegankelijk op aanvraag.

Beeld: © Sergé Technau
Interieur met portret van Marie Schorr in het Witsenhuis
Niet geregistreerd
De bewuste beker staat al sinds de overdracht aan de Staat op de kast in het atelier. Toch is er geen spoor van te vinden op welke inventarislijst dan ook, om te beginnen met twee lijsten die Witsen zelf in 1903 en 1907 opstelde. De beker komt ook niet voor op de inventaris van goederen die Marie inbracht bij hun huwelijk (25 april 1907), op de lijsten die zijn opgesteld na Willems overlijden in 1923, na Maries overlijden in 1943 of bij de overdracht aan de Staat in 1951. Ook indirecte verwijzingen naar de beker of Afrika ontbreken in Witsens schilderijen en prenten, zijn brieven en boekenverzameling.

De boekenkast in het Witsenhuis 
In detail de Kuba-beker op de boekenkast
Het interieur van het Witsenhuis is typisch voor de artistieke bovenklasse van die tijd. Het bevat Europees en Aziatisch porselein, Perzische tapijten, kunstwerken van Witsen en zijn tijdgenoten, en art nouveau-objecten. Willem en Marie reisden veel samen, in Europa maar ook naar de Verenigde Staten. En in 1920-1921 leefden zij een jaar lang in Indonesië. Voor Afrika legden zij geen bijzondere belangstelling aan de dag. Begin twintigste eeuw waren er ook nog niet veel handelaren die dit soort voorwerpen verkochten. Overzeese antiquiteiten kwamen doorgaans via het Amsterdamse Metz & Co Nederland binnen: aanvankelijk vooral uit Japan, China en India, maar vanaf de jaren twintig verschoof de focus naar Noord- en Centraal-Afrika. Carel van Lier, een werknemer van Metz met een passie voor Afrikaanse kunstnijverheid, opende een eigen galerie in 1927 die zeer succesvol zou worden. Dit was pas in de periode na Willem Witsens overlijden. Aangezien Marie geen nieuwe verwervingen deed na de dood van Witsen, is het onwaarschijnlijk dat zij de beker kocht bij Metz of Van Lier. Marie leefde te midden van Witsens spullen en was zelf geen verzamelaar. Daarom wordt vermoed dat de beker al in het huis was tijdens Willems leven, dus voor 1923.
Na Maries overlijden, midden in de Tweede Wereldoorlog, stelde de executeur-testamentair orde op zaken. Hij moest beslissen welke objecten in het atelier thuishoorden en welke stukken weg konden: sommige gingen naar vrienden, naar het Rijksmuseum of werden verkocht, bijvoorbeeld aan het etnografische museum in Leiden. De beker bleef in het Witsenhuis.
Authentiek houtsnijwerk
Nu over naar de beker zelf. De summiere beschrijving op de inventariskaart van de RCE (nummer W55) is: ‘Een houten vaas. Decor: vlechtband motief. Hardhout. Afrika Kuba-stam, 19e eeuw’. En in de geautomatiseerde collectieregistratie staat het volgende: ‘Houten concave beker besneden met geometrische patronen, van de Kuba-stam, met metalen nagel in de buitenwand’. De geschatte datering is 1880 tot 1919. De beker is 19,5 cm hoog en 6,5 cm in doorsnede. Het hout waarvan de beker is gemaakt is wellicht donkerder geworden door (in Nederland) te zijn gepoetst met boenwas.

Beeld: © RCE
Inventariskaart W55, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Dit is de informatie waar onderzoekers Olie en Kuikende het mee moeten doen. Er bestaat geen twijfel over de authenticiteit van de beker: voor Kuikende in DR Congo is het evident dat ambachtslieden van de Kuba in het centrale deel van Congo de beker hebben gemaakt. Dit baseert hij op het houtsnijwerk en op de soort hout, van een boom die door de Kuba ntotshi wordt genoemd. Dit type beker heet ikop in het Bushong. De leeftijd is moeilijker vast te stellen. Dit is dus voor beide onderzoekers een belangrijke vraag – en hoe de beker in Amsterdam is terechtgekomen natuurlijk ook.
Collectie Nederland
De twee doen ieder in hun land, en vanuit hun eigen perspectief, onderzoek naar de herkomst. Zij houden nauw contact met elkaar. Sophie Olie concentreert zich op inventarissen en andere Nederlandse bronnen. Zij probeert ook de positie binnen de Collectie Nederland te bepalen. Wanneer zij dit checkt, in 2021, zijn er op Collectienederland.nl zeshonderd Kuba-voorwerpen te vinden. Dit betreft vooral textiel en bijvoorbeeld raffiahoeden. Op dat moment vindt zij 67 Kuba-bekers, deels met een vergelijkbare vorm.
Wat betreft de herkomst: er is geen aantoonbare link tussen de beker en Witsen, behalve dat hij zich sinds het legaat in het Witsenhuis bevindt. Hoe kwam de beker daar? Zouden Willem en Marie hem hebben gekocht tijdens hun reizen, bijvoorbeeld op een wereldtentoonstelling, of bij een kunsthandelaar in Amsterdam? Of kregen ze hem cadeau? Zou het kunnen dat er wel andere Afrikaanse objecten in de collectie waren, die echter zijn afgestoten toen de executeur zijn selectie maakte?
Mondelinge overlevering
Eric Kuikende-Banshona, werkzaam voor het National Museum in Kinshasa, richt zich enerzijds op de visuele analyse van de beker en anderzijds op de uitspraken van experts. In zijn verslag benoemt Kuikende de waarde die in Congo wordt gehecht aan mondelinge overlevering – een onderzoeksvorm die in het Westen soms met enige terughoudendheid wordt bekeken. Hij interviewt museumprofessionals, vooraanstaande leden van de Kuba-gemeenschap en kunstenaars. Hiervoor reist hij af naar Mushenge, zo’n 1000 kilometer ten oosten van Kinshasa, in de regio van het Kuba-koninkrijk. Hij vliegt eerst naar Kananga om daar te komen en zit daarna een dag achterop een motorfiets. Deze regio in het Kuba-koninkrijk ligt dus vrij geïsoleerd en men heeft er geen slechte herinneringen aan de koloniale tijd omdat men minimaal met de kolonisator in contact is geweest; van onvrijwillig bezitsverlies is dan ook geen sprake, concludeert Kuikende.

Beeld: Fotograaf onbekend
Onderzoeker Eric Kuikende interviewt Gerome Mikobi, een van de prinsen van het Koninkrijk Kuba, tijdens de feestelijke viering van het koninkrijk. Mushenge 2021.
Ikop is ‘beker’ in het Bushong, maar het is alles behalve een gewone beker. Hij is versierd met zes verschillende patronen, waarvan de nyim buin en naam koninklijke betekenis hebben. Ook de gebruikte materialen verwijzen naar de functies van een koning. Het hout is van de ntotshi, een heilige boom met therapeutische eigenschappen, en er zit een koperen spijker in, die wordt aangebracht om afspraken te bezegelen. De beker heeft dan ook een koninklijke status en dateert waarschijnlijk uit de periode van een Kuba-koning die regeerde van 1886-1892. Het is niet zeker of de beker is gebruikt, hetzij om palmwijn uit te drinken, of – bij het vastleggen van afspraken – voor bloed. Mogelijk was het een koninklijk geschenk aan een Europeaan.
Hoewel er veel Kuba-bekers zijn, is dit volgens Kuikende een uniek exemplaar in vorm en decoratie. Kuikendes onderzoek sluit nauw aan bij de ontwikkeling van de Congolese ideeën over réconstitution, waarbij niet het object zelf terug hoeft te komen maar wel alle kennis erover: repatriating the culture. De Kuba zijn trots op hun cultuur en willen die met de wereld delen. In de openbare Witsencollectie vervult de beker deze rol.
Spannende wending
Aan het eind van haar verslag stipt Sophie Olie een heel interessante connectie aan tussen de Witsens en Congo, die zij in een bijlage verder uitdiept. Hoe hypothetisch ook, dit verhaal zou de herkomst van deze beker en de aanwezigheid in het Witsenhuis kunnen verklaren en verdient dus aandacht.
In september 1905 ging Marie Schorr op Oosterpark 82 wonen. Zij was toen nog getrouwd met een neef van Witsen, Jonas Ingenohl (1855-1925) en wachtte op de afwikkeling van hun scheiding (in maart 1906). Marie kwam niet alleen: zij bracht haar dienstmeisje Grietje Dijkman mee én haar zevenjarige nichtje Antonia Ingenohl. Dit meisje was in 1898 geboren in Banana, een kustplaats in (toen nog Belgisch) Congo. Wie haar ouders waren is niet bekend, maar haar moeder zou afkomstig zijn uit Benguela, Angola.
Hoe lang Antonia bij Marie heeft gewoond, is niet duidelijk. De kans is groot dat het meisje na de scheiding terug is gegaan naar Jonas Ingenohl. Hij vroeg in 1906 permissie aan de koningin om zijn pupil Antonia zijn naam te laten aannemen. Dat werd in 1908 bevestigd.
Antonia was misschien de dochter van een broer van Jonas Ingenohl, Simon Theodoor (1857-1903). Die trad in 1887, samen met een derde broer, Jan Nicolaas (1861-1898), in dienst van de Nieuwe Afrikaansche Handels-Vennootschap (NAHV). Bekend is, dat de gebroeders Ingenohl voor hun zaken in het gebied van de Kuba waren. Maar behalve (NAHV-)handelaren verspreidden ook missionarissen en reizigers de kunstnijverheid van het Kuba-volk. Zo vonden vele objecten als geschenk of souvenir hun weg langs de bekende handelsroutes naar Banana en uiteindelijk Europa. Zou de beker zo, samen met de zevenjarige Antonia Ingenohl, na Simon Theodoors dood in het Witsenhuis zijn terechtgekomen?
Conclusie
Deze casus van de Kuba-beker is bijzonder interessant gebleken. Het onderzoek in Nederland en DR Congo heeft veel opgeleverd, al is nog altijd niet zeker hoe de beker in het huis van Willem en Marie Witsen is terechtgekomen – misschien via de Ingenohl-connectie? Er is wel veel bekend geworden over de koninklijke status van de beker voor de Congolezen, in het bijzonder de Kuba. En over de positie van de beker in de collectie van de Witsens.
Het was dus een heel vruchtbare collaboratie tussen deze onderzoekers in Nederland en de DR Congo, die elkaar aanvulden. Zij beschikten over andere bronnen en hadden ieder hun eigen perspectief – geografisch, cultureel en historisch – wat betreft achtergrond en kennis. Daardoor stelden zij andere vragen. Tijdens het onderzoek was er uitwisseling via Whatsapp, wat hielp om elkaar te ondersteunen en scherp te houden.
Het is bijzonder om op twee continenten herkomstonderzoek te kunnen laten doen naar één object. Dit kost tijd en inspanning, iets wat de meeste instellingen zich niet kunnen veroorloven. Maar het onderzoek laat ook zien wat zoiets kan opleveren: een breed scala aan gezichtspunten, verhaallijnen en achtergronden. Wie had dat ooit gezocht achter deze bescheiden houten beker op Witsens boekenkast?
Deze blog is onderdeel van de serie Herkomstverhalen: #herkomstverhalen.