Deze serie van Herkomstverhalen begon met een ‘Papoees masker’ uit de collectie van de Rotterdamse schilder Dolf Henkes (1903-1989). In hetzelfde legaat bevond zich nog een Afrikaans voorwerp: een houten beeld met, heel opvallend, een speer door het oog. Als vervaardiger wordt het Volk van Igbo genoemd, in Nigeria. Heeft dit Igbo-beeld ook in zijn atelier gestaan? Herkomstonderzoeker Sonja Wijs ging in talloze collecties op zoek naar vergelijkbare objecten. Haar conclusie: de sculptuur is werkelijk uniek. Dit blog geeft een beeld van de ‘kronkelige weg vol, vaak doodlopende, zijpaden’ die zij bewandelde.
Bij wijze van proef liet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de herkomst van zes objecten uit de collectie onderzoeken die afkomstig zijn uit een koloniale context. Elk object heeft een eigen geschiedenis en vraagt om een unieke benadering. Daarom werden verschillende specialisten(duo’s) ingeschakeld. Deze blogreeks volgt hun aanpak en bevindingen.

Houten beeld van krijger met speer, 1970-1988, inv.nr. AB15393. Hout, staal, 59,5 x 13 x 12 cm, Rijkscollectie RCE. Herkomstgeschiedenis: Nigeria, Igbo; […onbekend…]; collectie Dolf Henkes; legaat aan de Staat der Nederlanden, 1989; collectie RCE (en voorgangers).
Documentatie ontbreekt
Toen Dolf Henkes in 1989 overleed, kwam zijn ateliercollectie – 3500 schilderijen en werken op papier, en enkele etnografische objecten – in bezit van de Nederlandse staat. Maar in Henkes’ archief in het Rotterdamse Verhalenhuis Belvédère lijkt in eerste instantie niets te vinden over dit beeld. Een ander voorwerp uit de nalatenschap van Dolf Henkes, het masker uit Papoea-Nieuw-Guinea, is wel te zien op foto’s van het Rotterdamse atelier van de kunstenaar, die in hetzelfde archief bewaard worden. Van het Igbo-beeld waren echter geen afbeeldingen te vinden, ook niet op schilderijen.
In Henkes’ archief vindt Sonja Wijs geen documenten over zijn etnografische voorwerpen. De enige mogelijke verwijzingen staan op twee inventarislijsten: in 1943 worden ‘3 n*plastieken’ met een totale waarde van 200 gulden vermeld. Op de tweede lijst uit 1971 staan ‘7 n*plastieken (1 brons)’ ter waarde van 600 gulden. Vraag is of het Igbo-beeld hieronder valt. Een goede vriend van Henkes, de heer Breur, laat desgevraagd weten dat hij het beeld nooit eerder heeft gezien, ook niet in het atelier dat Henkes in de jaren 1967-1979 in Groningen had. De kans is groot dat Henkes het beeld in een van die steden op een antiekmarkt of in een curiosawinkel heeft gekocht – hij was zuinig en kocht nooit bij gerenommeerde galeries. Wijs denkt eerder dat hij het beeld eind jaren zeventig of begin jaren tachtig verwierf. Het is wel merkwaardig dat er in zijn nalatenschap geen spoor van lijkt terug te vinden.
Igbo-erfgoed
Op de oorspronkelijke inventariskaart van de RCE staat dit beeld (AB15393) omschreven als ‘Krijger met speer door linkeroog’, en wordt het ‘1950 tot 1988’ gedateerd (in 1989 kwam het legaat immers bij de RCE). Het zou zijn vervaardigd door ‘het Igbovolk’. Igbo of Ibo is een groep volkeren die leven rond de rivier de Niger, in het huidige Nigeria. Onder de Britse koloniale overheersing (tot 1960) bekleedden de Igbo belangrijke posities, in tegenstelling tot de andere grote bevolkingsgroepen, de Hausa en Yoruba. De Igbo kregen al vroeg westers onderwijs en velen van hen zijn tot het christendom bekeerd. Deze tegenstellingen tussen de bevolkingsgroepen leidden tot spanningen. Tijdens de Nigeriaanse burgeroorlog van 1967-1970 scheidden de Igbo-gebieden zich kort af als de Republiek Biafra. Veel Igbo-erfgoed is in deze periode uit Nigeria geroofd. Extra waakzaamheid is dus geboden bij onderzoek naar de herkomst van Igbo-objecten in de Nederlandse (museale) collecties.
Voorouderbeeld, altaarbeeld of hoofdmasker
Waar de informatie op de inventariskaart vandaan komt, kan Wijs niet achterhalen. Maar met deze gegevens gaat zij op zoek, allereerst dicht bij huis: in de collectie en bibliotheek van het (huidige) Wereldmuseum, waar zij op dat moment werkzaam is. De opbouw van het Igbo-beeld – een hoofd op een abstract lichaam zonder benen, eindigend in een ronde enigszins bolvormige basis – lijkt het meest op een ikenga (altaarbeeld). Maar literatuuronderzoek sluit dit uit: een ikenga is altijd een gehoornde figuur. Ook is het geen voorouderbeeld: die hebben een duidelijk (onder)lijf met armen en benen. Dit beeld is veel gestileerder uitgevoerd.
De bolvormige basis van het beeld zou een aanwijzing kunnen zijn dat het een hoofdmasker (headdress) is, dus een masker dat bovenop het hoofd wordt gedragen. Alleen lijken de bevestigingspunten of gaten in de onderzijde of aan de rand te ontbreken. Hier merkt Wijs dat het lastig is goed onderzoek te doen wanneer je het beeld niet goed genoeg kunt bekijken. Zij moet het aan de start van haar zoektocht, tijdens de COVID-lockdown, doen met één frontale foto. Na eerst in Nederland te hebben rondgekeken, richt Wijs zich op de online databases van internationale musea met toonaangevende etnografische collecties. Hierin treft zij vaak de Igbo-headdress aan, een hoofd op een lange nek op een ronde bolvormige basis.
Nieuwe aanknopingspunten
Pas na enige tijd is het weer mogelijk om samen met andere onderzoekers uit de pilot het RCE-depot in Collectiecentrum Nederland (CCNL) te bezoeken. Dan komen ook andere opvallende details aan het licht. Zo blijkt het beeld van de zijkant bekeken een sikkelvormig ‘lijf’ te hebben, met aan de rand een ingesneden patroon van driehoeken. Achterop, ter hoogte van de ‘onderrug’, is een schijfvorm met een maskerachtig gezichtje te zien.

Sikkelvormig lijf met ingesneden patroon van driehoeken. 
Schijfvorm met maskerachtig gezicht.
Dit zijn opvallende uiterlijke kenmerken die nieuwe aanknopingspunten bieden om op verder te zoeken. Sonja Wijs gaat gelijk op zoek en vindt in de literatuur een beeld uit het British Museum dat bestaat uit hoofden met alleen een nek en een halvemaan- of sikkelvormig onderlijf. Het staat afgebeeld in het boek Nigerian Images van William Fagg en Herbert List (1963), dat een belangrijke bron is voor Wijs. In de beschrijving bij het object wordt verwezen naar de Ogbom, een ceremoniële dans ter ere van de aardgodin Ala, die sinds 1900 al niet meer wordt opgevoerd. Fagg en List benadrukken dat de Igbo een grote variatie aan stijlen kennen. Er is dus geen sprake van één stijl die ‘typisch Igbo’ is.
Als zij de trefwoorden ‘Ogbom’ en ‘Igbo’ op Google afbeeldingen loslaat, stuit Wijs op verschillende objecten die qua vorm en stijl gelijkenis vertonen met Henkes’ beeld/hoofdmasker. Deze worden Eket Ogbom Headdress genoemd. ‘Eket’ lijkt te verwijzen naar een dorp en handelspost met die naam. In de online catalogus Ogbom is een aantal vergelijkbare beelden opgenomen.
Gaandeweg verzamelt Wijs meer relevante trefwoorden, bijvoorbeeld van de regio/subgroep Bende. Ook beschikt zij inmiddels over meer detailfoto’s van het Igbo-beeld. Wanneer zij met deze kennis weer terugkeert naar de website Collectienederland.nl, vindt zij enkele maskers die gelijkenis vertonen met het gezichtje achterop. Ook in een boek over de kunst van de Eket (François Neyt, 1979) vindt zij gezichten die een zelfde reliëf tussen de wenkbrauwen vertonen en andere overeenkomsten in gelaatstrekken, zoals een getuite mond en spitse neus. Maar echt ‘waterdicht’ kan zij de culturele herkomst van de beschikbare voorbeelden niet vaststellen.
Conclusie
Het Igbo-beeld lijkt enig in zijn soort. In de nationale en internationale collecties trof Wijs geen ander vergelijkbaar object aan. Ook de hand van de kunstenaar/vervaardiger is zij niet bij een ander object tegengekomen. De figuur is waarschijnlijk een hoofdmasker (headdress), bedoeld om op het hoofd te dragen samen met een, aan de ronde basis bevestigd, maskerkostuum. Het beeld heeft stijlkenmerken van zowel Igbo- als Eketmaskers en -sculpturen. De figuur vertoont ook overeenkomsten met historische maskertypen van de Bende Igbo en Eket die zouden hebben opgetreden tijdens de Ogbom, een dans ter ere van de aardgodin Ala.

Het Igbo-beeld in het atelier van Dolf Henkes. © RCE, Archief Dolf Henkes, Verhalenhuis Belvédère, Rotterdam. Fotograaf en jaartal onbekend
Het is niet zeker of dit beeld echt is gebruikt of dat het specifiek is vervaardigd voor de handel. Juist omdat er geen ander exemplaar van dit type object bestaat, acht Wijs de kans groot dat het inderdaad voor de markt is gemaakt. Bovendien is de aangebrachte mutilatie – de speer door het oog – zeer opmerkelijk. Deze is Wijs nergens anders tegengekomen. Zij vraagt zich af of de vervaardiger/kunstenaar het beeld hiermee extra ‘primitief’ heeft willen doen overkomen? Of is de speer pas in een later stadium toegevoegd en maakt deze dus geen deel uit van het oorspronkelijke werk?
Het feit dat een goede vriend van Henkes, die hem jarenlang op alle locaties waar hij woonde en werkte bezocht, zich dit beeld niet kan herinneren, doet Wijs vermoeden dat het niet erg lang in Henkes’ bezit kan zijn geweest, zeker niet al vanaf de jaren vijftig. Hij kocht het waarschijnlijk op een van de rommelmarkten of curiosawinkels die hij zeer frequent bezocht, zowel in Rotterdam als in Groningen-stad. Ruim een maand na het inleveren van het eindrapport werd Wijs verrast door een foto die Stijn Kemper (curator Verhalenhuis Belvédère) in het archief van Dolf Henkes aantrof. Hierop is dan toch nog het beeld te ontwaren tussen alle schilderijen in Henkes’ atelier. Helaas is de foto ongedateerd.
Deze blog is onderdeel van de serie Herkomstverhalen: #herkomstverhalen.