Het is met herkomstonderzoek opletten geblazen. De vaak spaarzame informatie op een inventariskaart biedt waarde­volle aanknopings­punten, maar kan de onderzoeker soms ook op het verkeerde been zetten. Dat gebeurde bij een onderzoek naar een Aziatische ivoren schaal op een voetstuk (object E1372). Dit voorwerp kwam in 1953 in de Rijks­collectie RCE en stond te boek als offerschaal. Maar was het niet iets heel anders?

Bij wijze van proef liet de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) de herkomst van zes objecten uit de collectie onderzoeken die afkomstig zijn uit een koloniale context. Elk object heeft een eigen geschiedenis en vraagt om een unieke benadering. Daarom werden verschillende specialisten(duo’s) ingeschakeld. Deze blogreeks volgt hun aanpak en bevindingen.

Over de herkomst van dit ivoren voorwerp is weinig bekend. Het komt uit de verzameling van graanhandelaar Willem van Rede (1880-1953), die bestond uit schilderijen, tekeningen en allerlei vormen van toegepaste kunst. Hij liet al zijn bezittingen en vermogen na aan de Staat der Nederlanden en de stad Rotterdam.

Beeld: © RCE

Drager van een puzzelbal, tweede helft 19de eeuw, inv.nr. E1372. Ivoor, 21 x 13 cm (doorsnede basis) en 11 cm (doorsnede schaaltje), Rijkscollectie RCE. Herkomstgeschiedenis: Kanton (Guangzhou), China; […onbekend…]; collectie Willem van Rede; legaat aan de Staat der Nederlanden, 1953; collectie RCE (en voorgangers).

Indonesisch?

In het collectieregistratiesysteem van de RCE staat het object ingeschreven als ivoren offerschaal, en eerder als ‘Oosters krijgsman’. De schaal komt waarschijnlijk uit een Aziatisch land, al is onduidelijk uit welke regio precies, en is 1850 gedateerd. Onderzoeker Jovanka Wanadya vermoedt dat de schaal omstreeks 1950 uit Indonesië is verscheept en begint dus in die richting met haar zoektocht. Zij ziet een mogelijk verband met de Landsverzameling, de objecten die in de turbulente periode na de Indonesische onafhankelijkheid van 1949 naar Nederland werden gezonden.

Inventariskaart E1372

Eerder deed Wanadya bij de RCE stageonderzoek naar de Landsverzameling. Sinds enige jaren woont, studeert en werkt zij in Taipei. Zij spreekt behalve Nederlands ook Bahasa Indonesia en Mandarijn en kan daardoor secundaire bronnen in verschillende talen raadplegen in de bibliotheek van het National Taiwan Museum in Taipei. Omdat haar onderzoek voor de RCE plaatsvindt tijdens de coronapandemie (2021), is zij niet in staat het object in het echt te zien of binnen Azië te reizen. Zij moet zich noodgedwongen beperken tot literatuuronderzoek. Hierbij krijgt zij hulp van professoren Hui-Hung Chen en Ching-Fei Shih van de historische en kunsthistorische faculteiten van de National Taiwan University.

Javaanse krijger?

Wanadya’s startpunt is dat de schaal uit Indonesië naar Nederland is gekomen, maar toch niet puur Indonesisch lijkt. Daarvoor heeft hij te veel Chinese kenmerken. Wanadya probeert te achterhalen wat er typisch Indonesisch, of juist Chinees, is aan dit object. Zij kijkt naar de verschillende elementen van deze schaal die met zijn drager 21 centimeter hoog is. Het voetstuk bestaat uit een brede basis met gestileerde ranken met daarop een smaller deel met iets wat lijkt op bloemvormen en daarop een mannelijke figuur in lendendoek, die de eigenlijke schaal draagt. Deze heeft een doorsnede van 11 centimeter.

Zij stelt dat de man die de schaal torst een Javaanse krijger moet zijn. Dit baseert zij op zijn kleding (een lendendoek), het attribuut in zijn linkerhand en vooral op het hoofddeksel. Dat identificeert Wanadya als een blangkon – een typische hoofdtooi die alleen Javaanse mannen dragen. Zij duidt het attribuut in de linkerhand als een kris, het steekwapen dat Javaanse mannen dragen als symbool van hun waardigheid en mannelijkheid. De kris wordt echter doorgaans in de gordel gedragen, met het handvat rechts. Het is zeer ongebruikelijk dat hij wordt vastgehouden met de – onreine – linkerhand.

Of Chinees?

Er zijn dus al wat vraagtekens bij deze uitleg. Wanadya ziet ook veel overeenkomsten met Chinees ivoorsnijwerk. Vooral het wolkenmotief – de ‘bloemen’ op de basis – is typerend voor Chinees snijwerk.

Al vroeg in haar zoektocht legt Wanadya verband met de (decoraties op) luxe puzzelballen die vanaf de zeventiende eeuw werden vervaardigd in Kanton, het huidige Guangzhou in China. Het ingenieuze snijwerk van deze sierobjecten – in verschillende lagen worden uit een bol ivoor ballen gesneden die los van elkaar kunnen draaien – wordt ook wel ‘duivelswerk’ genoemd. Puzzelballen kunnen dus vanouds op veel bewondering rekenen in zowel Azië als Europa. Het zijn geliefde verzamelobjecten. Voorbeelden hiervan bevinden zich in het National Palace Museum, Taipei, maar ook in het Rijksmuseum, Amsterdam en, in kleinere vorm, in het Missiemuseum in Steyl.

[De tekst gaat verder onder de afbeelding]

Beeld: Hanna Pennock

‘Wonderwerk van Chinese kunst. 13 kogels in elkaar uit één stuk gewerkt.’ Drager met puzzelbal, China. Missiemuseum Steyl, collectie SVD.

Wanadya kijkt ook naar andersoortige voorbeelden van Chinees ivoorsnijwerk, zoals beeldjes van de boeddhistische godheid Guanyin of van Maria met kind, en pijpfoedralen. En zij besteedt aandacht aan het materiaal, ivoor, en hoe dat is bewerkt. Voor het bovenste deel, de eigenlijke schaal, lijkt een draaibank te zijn gebruikt, een techniek die in de achttiende eeuw werd geïntroduceerd.

Tot slot staat zij stil bij de functie. De afmetingen van de schaal suggereren dat hij goed in een huisaltaar zou passen. Vandaar dat de schaal is bestempeld als ‘offerschaal’. Maar zou bij daadwerkelijk gebruik – plengoffers – het ivoor niet zijn aangetast? Misschien is het object puur decoratief bedoeld?

Opnieuw bezien

En dan zijn we een paar jaar verder en pakken de specialisten van de RCE dit onderzoek weer op. Met een frisse blik kijken we naar het object. Is het wel een kris, die de manfiguur vasthoudt? Is het niet gewoon een vliegenkwast, een praktisch hulpmiddel maar ook een symbool voor het verjagen van onwetendheid en ziekte? En wat heeft de man eigenlijk in zijn andere hand?

Inmiddels zijn er nieuwe mogelijkheden om te zoeken, onder meer met Google Lens. Dit levert een verrassende match op. De schaal zou wel eens een drager kunnen zijn voor… een Chinese puzzelbal! Daarop wijzen allerlei vergelijkbare objecten, zoals een exemplaar in het Lizzadro Museum of Lapidary Art, Illinois

Wat schetst vervolgens de verbazing als de inventaris van Willem van Rede nog eens nader wordt bekeken: hij bezat niet alleen deze schaal, maar ook een puzzelbal van de juiste afmetingen (10 centimeter in doorsnede)! Bij de inschrijving van de collectie zijn deze twee bij elkaar horende onderdelen al gescheiden. De bal (E1389) is helaas sinds 1989 spoorloos, maar gelukkig is wel een zwart-witfoto bewaard.

Chinese puzzelbal collectie Van Rede E1389

Wanadya scheerde dus vlak langs het juiste antwoord op haar vraag omtrent functie en plaats van vervaardiging. De in Taipei woonachtige onderzoeker had wel Chinese puzzelballen op haar netvlies, maar zag de dragers hiervoor over het hoofd en ging toch uit van een Indonesische oorsprong.

De specialisten

We gaan te rade bij twee Rijksmuseum-specialisten: Menno Fitski, hoofd van de Aziatische afdeling, en Ching-Ling Wang, conservator Chinese kunst. De laatste deed onderzoek naar het maakproces van puzzelballen aan de hand van twee achttiende-eeuwse exemplaren in het Rijksmuseum en in het National Palace Museum.

Beide conservatoren beamen dat onze ‘offerschaal’ inderdaad een drager voor een puzzelbal is, uit Zuid-China. Wang specificeert dat: het object is gemaakt in Kanton, tweede helft negentiende eeuw. Hij wijst op de zwart-witfoto: de buitenste laag van de bal is dik en de decoratie dieper dan in de achttiende eeuw gebruikelijk. Waarderend kijkt hij naar de draken die zich rond de bal lijken te slingeren. Bal en drager vindt hij van goede kwaliteit.

Als we inzoomen op het voetstuk, zijn ze het erover eens dat hier een zogeheten ‘onsterfelijke’ is afgebeeld, een taoïstische heilige. De wolken waar hij op staat vormen een ‘paddenstoel van onsterfelijkheid’. In zijn ene hand houdt hij een vliegenkwast en in de andere een ‘muntmotief’, wat in het algemeen wijst op welvaart. Het is niet een specifieke figuur en ook heeft het voorwerp geen verhaal met een diepere betekenis. De connotatie is meer in algemene zin positief – Fitski gebruikt zelfs de term ‘gezellig’. Dit paste goed bij een voor de markt gemaakt decoratief verzamelobject. Fitski waarschuwt voor de neiging in de academische wereld tot over-interpretatie op basis van details. Je moet als onderzoeker dus uitkijken dat je niet het plaatje gaat invullen vanuit een hedendaags (westers) denkkader: ‘Zo bouw je snel luchtkastelen.’

Tot slot: afkomstig uit een koloniale context?

Menno Fitski beschrijft de praktijk van werkplaatsen die dit type luxevoorwerpen produceerden in Kanton. Daar kochten allerlei buitenlandse handelaren (over het algemeen geen Nederlanders) goederen in, om op de Europese markt te verkopen in ‘Indische winkels’. In de negentiende eeuw paste dit soort objecten bij de Europese moderne smaak. Daarmee plaatst Fitski een kanttekening bij het stempel ‘koloniaal’, toch de aanleiding voor dit onderzoek: China was nooit een westerse kolonie en de makers verkochten deze voorwerpen niet onder dwang. Er bestond een wereldwijde markt voor deze voor de handel gemaakte siervoorwerpen. Europese handelaren opereerden weliswaar in een koloniale periode, maar de objecten zelf zijn niet in een koloniale context verhandeld.

De man op de puzzelbaldrager is dus géén (Indonesische) krijger. En de objectbeschrijving – offerschaal – zette ons ook op het verkeerde been. Het is fijn nu te weten wat dit wél voor object is. We kennen de functie, periode en plaats van vervaardiging en we weten waar we naar kijken. De twee specialisten hebben onze vragen duidelijk beantwoord. Spijtig genoeg kan de puzzelbal, die de sleutel bleek te zijn in dit verhaal, niet fysiek met de drager worden verenigd.

Deze blog is onderdeel van de serie Herkomstverhalen: #herkomstverhalen.